Zeilen met de DAYDREAM

 

Over
 ons
2001
Kroatie
 
2002
Kroatië
Griekenland
2003
Griekenland
Turkije
2004
15 e
EMYR
2005
Egeïsche Zee
2006
17 e
EMYR
2007 - 2008

Spelevaren

2009
20e
EMYR

 

Zeilen 
   met
Parkinson

 

                               

EMYR  2009 

 

 

Het weerzien met oude kennissen in Kekova, het punt waarop wij ons bij de  EMYR hebben gevoegd, was hartverwarmend. Deze 20-ste EMYR is één grote reünie, omdat er alleen jachten aan mee doen, die al eens eerder aan de rally hebben meegedaan.

De volgende dag, donderdag 14 mei,  zijn we naar Finike gezeild, de laatste stop voor het officiële startpunt. Hier hebben we de laatste reserveonderdelen voor de boot gekocht, een aantal wasjes laten draaien en ‘s avonds was het feest met dansen.

Op zaterdag 16 mei voeren we Kemer binnen, een haven ten zuidwesten van Antalya,  het startpunt voor het internationale deel van de EMYR. Er zijn veel formele plechtigheden, bijgewoond door vertegenwoordigers (van havens) uit de verschillende landen, maar ook veel sport, diners en feest,  vooral bedoeld om elkaar goed te leren kennen.

 

       

 

 

Op 19 mei zeilden we van Kemer naar Alanya, 68 nautische mijlen (NM, 1 NM is ongeveer 1,8 km).  We hebben weinig aandacht besteed aan deze stad, op het grandioze diner aan het water na, maar de tijd vnl. gebruikt met het bevoorraden en poetsen van het schip, voordat Guus, ons bemanningslid voor de nachtelijk overtochten, aan boord kwam. Hij vaart mee op de Karma, een 45voets Dufour met in totaal 5 mensen en ze hebben tijdens zwaar weer maar slaapplaats voor 4.  Dus een perfecte combinatie, door hem kunnen wij onze nachtwachten inkorten en krijgen we meer rust. We kennen hem al van onze beide vorige EMYR’s en het wordt vast leuk.

Vanuit Alanya zeilden we op 22 mei over naar Noord Cyprus, het Turkse deel van het eiland dat nog steeds niet geaccepteerd wordt door zijn Griekse zus. Wanneer we op de terugweg Grieks Cyprus willen aandoen, moeten we alles, wat maar op de EMYR wijst, verstoppen, want we worden geweigerd (of erger) als ze ontdekken dat we het Turkse deel hebben bezocht. We hebben hier de plaatselijke bus naar Nicosia genomen en zijn er de (pas geopende) voetgangersgrens overgestoken. Een groot verschil in welvaart en westerse producten, ook in prijs! Grieken kunnen ongelimiteerd de grens naar het Turkse deel over, Turken alleen als hun voorouders hier in de 60-er jaren al woonden. We hebben snel de onontbeerlijke en in Turkije moeilijk te verkrijgen producten als bacon en salami ingeslagen.

Natuurlijk hadden we op Noord Cyprus weer de befaamde ontvangst op het kasteel door de vicepresident en de volgende avond ons beruchte piratenbal.

 

 

           

 

 

Op dinsdag 26 mei staken we over naar Mersin, weer terug op de Turkse kust, een afstand van 108 mijl. We vertokken om 3 uur ‘middags en nu was Stella, de vriendin van Guus er ook bij.

Stella en ik hadden samen de eerste wacht, tot 1 uur ’s nachts en de wind trok stevig aan en stond op kop. Tijdens de wacht van Guus is Gerhard erbij gebleven,  het werd een vlagerige storm, zodat de zeilen, die dienden om ons toch een beetje strak door de golven te trekken, telkens een beetje versteld moesten worden. Om 6 uur wisselde ik Guus af en vlak daarna ging de motor telkens langzamer lopen. Het klonk alsof er geen brandstof meer was, terwijl de tank nog halfvol was, dus de conclusie was snel getrokken: vuiltje in de dieselaanvoer. We hebben de motor maar helemaal uitgezet, voordat hij het zelf deed en besloten  verder op de zeilen te laveren. Bij de haven konden we dan evt. voor anker gaan en om een sleepje vragen om binnen te komen. Maar na een paar uur startte Gerhard de motor weer en tot onze verbazing: hij deed het weer!

Doodmoe maar nog keurig op de geplande tijd voeren we de haven van Mersin binnen, waar we de dieselfilters verwisseld hebben: ze zaten vol vuil, blijkbaar hadden we vervuilde diesel getankt en kwam het vuil los door de hoge golven. We waren niet de enige met dit probleem bleek hier.

De dag daarna heel vroeg op voor een tweedaagse tocht naar Capadocië, een gebied van Turkije met de meest vreemde rotsformaties, ontstaan doordat het zachte tufsteen snel erodeert en de hardere delen overblijven. In de overgebleven delen zijn  huizen en kerken (vanaf de tijd van de eerste christenen ) uitgehouwen, evenals  enorme steden onder de grond, soms wel tot 20 verdiepingen diep, compleet met keukens, luchtschachten e.d. In geval van een vijand konden er zo’n 5.000 mensen max. 5 weken ondergronds verblijven, met voldoende water en voedselvoorraad. We hebben een kruipdoor- sluipdoor bezoek aan zo’n stad gebracht, de beluchting was zo goed dat het nergens vochtig of bedompt rook.
 

 

Deze ondergrondse plaatsten worden nu veel gebruikt om fruit gedurende de winter te bewaren. We hebben de op deze manier gedroogde abrikozen geprobeerd: fantastisch!

 

                           


 

De volgende ochtend bij zonsopgang hadden we een spectaculaire ballonvaart.  Als in een droom gleed het landschap langzaam onder ons door, de zon kwam majestueus op boven  de bergen, de nevel hing nog over het land, overal bloemen tussen de bizar gevormde rotsen. En dan de kleuren van al die ballonnen! Schitterend!

 

 
 

Na een chique diner bij het Hilton hotel, compleet met vuurwerk, was het bezoek aan Mersin afgelopen.  Op zondag 31 mei voeren we af naar de laatste Turkse haven: Iskenderun, vlak boven de Syrische grens. 

Het werd een heerlijke relaxte tocht langs de Turkse kust. We hadden met onze groep besloten veel vroeger weg te gaan  dan gepland, zodat we ergens langs de kust gedurende de nachtvoor anker konden gaan. Dus deze keer geen opstappers, lekker met z’n tweetjes op ons bootje, echt genieten. De Daydream zeilt zoals altijd snel, zodat wij het perfecte ankerplekje konden vinden en dat aan  de rest van de groet konden doorgegeven. En zo kwamen ze de één na de ander tegen zonsondergang binnen glijden en na een handzwaai voor anker en aan de borrel gaan. Heel stil en heel mooi. De volgende ochtend op tijd op en we kwamen op de afgesproken tijd in Iskenderun aan, onze laatste haven in Turkije, vlak boven de Syrische grens. De vissersboten waren op elkaar gestapeld in een hoekje van de haven, zodat wij alle ruimte kregen, heel vriendelijk.
 

 

 

Vanuit deze haven hebben we een excursie gemaakt naar een gebied in de oosthoek van Turkije. na een uur rijden  passeerden we de Eufraat. Voor ons een magische naam .
 

 

We waren we in het gebied tussen de Eufraat en de Tigris, een historisch en vruchtbaar land,  nu helemaal door de vele dammen die in beide rivieren zijn gebouwd, waardoor de  zo ontstane stuwmeren water kunnen leveren.

We brachten  een bezoek aan de heilige plaats Sanliurfa  ” stad van de Profeet”, nl. Abraham,  waarvan men zegt dat hij hier geboren is. De stad is een belangrijke pelgrimsplaats voor de Moslims en je bent meteen in het Midden Oosten, en mijlen verwijderd van het Turkije zoals wij dit kennen, door de vele vrouwen gekleed in zwarte chadors, mannen in de traditionele Arabische hangbroeken, kleine kruidenwinkeltjes met scherpe geuren, etc..

 


 

Daarna verder naar het oosten, de bergen in om de volgende dag de Mount Nemrut te beklimmen. Deze berg is 2150 m. hoog, de hoogste top in de wijde omtrek van het Anti- Taurus gebergte . Pas in 1881 ontdekte een Duitse ingenieur dat er op deze top een aantal grote beelden stonden en pas in 1953 zijn de opgravingen ervan begonnen. 
Hier heeft de megalomane koning Nemrut  (1e eeuw voor Chr.)  een platform op de berg laten uithakken en hierop enorme beelden van hem en een aantal Griekse goden (o.a. Zeus , volgens hem zijn familie)  laten zetten, met ervoor een enorm altaar.

Tussen de platforms met de beelden heeft hij een kustmatige bergtop laten maken van 50 meter hoog, geheel bestaand uit handgehakte vuistgrote stenen.   Het lijkt erop dat hij hieronder begraven is. Aardbevingen hebben de meer dan twee meter hoge hoofden van de meeste beelden  doen vallen, zodat de kolossale  rompen daar nu stil op een rijtje staan, met hun hoofden aan hun voeten.
Het mooiste moment om deze beelden te zien is bij zonsopgang, zodat  we om drie uur s‘ nachts al in een busje zaten dat ons de berg op bracht. Het laatste half uur  was het klimmen of op de rug van één van de twee aanwezige ezeltjes omhoog gewipt te worden in het eerste morgenlicht. Prachtig, je voelt je er  buiten de tijd staan. 
En dan op het altaar staand de zon te zien opkomen, glorieus!

 


 

 

Na nog meer gedenktekens van deze koning en de Romeinen te hebben bekeken, waren we om 10 uur in het hotel terug voor een karig ontbijt, waarna we de terugreis begonnen met het voorruitzicht van veel rust, omdat we de avond daarop pas weer hoefden te varen. Onderweg kregen we echter het bericht dat het de volgende dag zou gaan stormen  en dat we , zodra we in Iskenderun terugkwamen, moesten uitvaren naar Syrië, om de storm voor te zijn. Dat vonden we tamelijk vervelend: we waren moe, hadden slecht gegeten en er was nauwelijks tijd om te fourageren en eten te bereiden voor onderweg.
Maar blijven liggen was een slechter alternatief, want dat betekende een aantal dagen vertraging, dus hebben we tegen donker worden de touwen los gegooid, en gingen op weg naar Syrië.

Voor de zekerheid  hadden we deze keer zowel Guus als zijn vriendin Stella aan boord, maar het werd een prachtige nacht, en pas bij onze aankomst in Lattakia, een havenstad met enorme tankers en containerschepen begon de deining,  voorbode van de storm , stevig op te komen.  Hadden we weer geluk!

 

 

Syrië staat bij ons altijd bovenaan het EMYR verlanglijstje, vanwege zijn prachtige natuur, vriendelijke mensen, het echte Midden-Oosten karakter, de schitterende monumenten uit de Romeinse oudheid en natuurlijk het een beetje vreemde gevoel in  “de As van het kwaad” te zijn.  Maar we vonden het land nu vuiler en meer vervallen dan 3 jaar geleden. In Damascus zagen we , naast prachtige oude gebouwen, en schitterende doorkijkjes naar luxe binnenplaatsen, veel armoede en troosteloosheid.
 


 

Onze gids vertelde dat het leven veel duurder was geworden, niet alleen door de economische isolatie , maar ook door de enorme stroom vluchtelingen uit Irak. Hij was ook meer zelfbewust over zijn land, diens geschiedenis en mogelijkheden, kritischer over het westen en riep minder om vrede dan de gids die  we drie jaar geleden hadden. Dat kan een persoonlijk verschil zijn geweest. Maar misschien ook een begrijpelijke reactie als de hele wereld zich tegen je keert, en zeer  verontrustend. Voor ons blijft het natuurlijk gissen wat mensen echt denken, omdat we ze niet privé ontmoeten en er geen vrijheid van meningsuiting is .

Hadden we in Turkije een aantal nieuwe excursies, in Syrië (net als later in Libanon en Israël) waren ze hetzelfde als voorheen. Natuurlijk hebben we weer een excursie gemaakt naar het kasteel van Craq de Chevalier, een kasteel van de kruisvaarders,

 

en Palmyra “Queen of the Dessert”, waar prachtige bouwwerken van de Romeinen bewaard zijn gebleven.
 


 

De laatste dag in Syrië hebben we een excursie gemaakt naar Ugarit, een 5 duizend jaar oude stad, waar tussen een enorme hoeveelheid kleitabletten het eerste exemplaar van het  alfabet gevonden is, waarschijnlijk het oefentablet van een leerling. Ik vond het heel indrukwekkend om daar dan te staan.
Op dinsdag 9 Juni voeren we af naar Jounieh, bij Beiroet in Libanon.

Omdat deze 20e EMYR een jubileum is, waren er in eerste instantie alleen schepen welkom die al eerder hadden meegedaan. Het idee van een reünie is aantrekkelijk, maar velen lieten het op het laatste moment afweten, vaak om gezondheidsredenen. Daardoor is er op de valreep een schrijven uitgegaan naar een aantal boten die zich al voor de EMYR 2010 hadden aangemeld, zodat er nu van de uiteindelijk 60 deelnemende boten, er toch nog zo’n 10 “nieuwe” bij zijn.

En we zien het verschil: zij zijn razend enthousiast, rollen van de ene excursie in het andere avontuur en weten van geen ophouden. Wij hebben een houding van : we hebben alles al eens gezien, en gedragen ons bezadigder en kritischer. Er is duidelijk maar één eerste keer voor alles!
Desalniettemin genieten we enorm en heeft het weerzien met al deze landen ook iets heel bijzonders.


 

Dinsdag 9 juni vertrekken we uit Lattakia, op naar Libanon. Jan , een broer van Guus, is deze keer onze opstapper en het wordt een rustige nacht.  Nadat we ruim baan hebben gegeven aan de tankers, die off shore olie laden in Tripoli, kwamen we aan in de Club d’Áutomobile du Libanon in Jounieh op korte afstand van Beiroet. Beiroet werd vroeger vaak beschreven als het “Parijs van het Midden- Oosten”, omdat het onder Franse invloed en als een kopie van het Parijse straatbeeld is gebouwd. Het land kent  sinds 1975 veel (burger) oorlogen, waardoor er  veel vernield  is. De restauratie gaat continu door en wordt door nieuwe oorlogen weer teniet gedaan.  De laatste oorlog met Israël heeft naast gebouwen ook veel infrastructuur vernietigd, wat blijkbaar niet zo snel te herstellen is. Er zijn nog meer dan 300 bruggen (vooral over rivieren) kapot, waardoor het verkeer ernstig wordt belemmerd en alle spoorwegstations, spoorbanen en treinen zijn gebombardeerd, zodat treinverkeer niet meer bestaat.

Je ziet nog overal massale portretten van de in 2005 vermoorde premier Hariri. Het onderzoek  naar de moord stagneerde toen al snel waarna in Beiroet een massa demonstratie van meer dan 1 miljoen mensen plaatsvond, de grootste anti-overheids demonstratie die ooit in het Midden Oosten heeft plaatsgevonden.
Vonden we in 2006 de bevolking ontzettend positief en trots op het feit dat ze de Syriërs eruit hadden gewerkt, nu, na de oorlog met Israël een paar weken na ons bezoek destijds, wil niemand meer over politiek praten.  De middenstand zegt dat er  niets aan de hand is, alles gaat zoals vroeger, terwijl de lege terrassen en winkels je aanstaren. De jeugd zegt dat ze er genoeg van hebben en zelfs bleven dansen toen er gebombardeerd werd. Er is wel een duidelijk verschil tussen de rijken en armen: de eersten konden zich bij gevaar terugtrekken in hun buitenhuizen in de bergen, ze werken veelal voor banken, zijn advocaat, notaris of hebben een internet bedrijf, zodat ook hun inkomen niet snel in gevaar komt, de anderen moeten alles ondergaan en zagen hun handel in rook opgaan .

We hebben weer de excursie gemaakt  naar Baalbek, in de Beka vallei. Dit hadden we ook gedaan in 2004 en toen was de militaire activiteit aan de Syrische grens imponerend en bedreigend. Overal barricades met zandzakken en militairen met het geweer in de aanslag. Nu niets van dat alles, ook heel weinig opruiende pamfletten en vlaggen van de  pro Syrische Hezbollah partij.

Baalbek, bij de Grieken en Romeinen bekend als Heliopolis, (stad van de  zon) blijft prachtig. Het is één van de mooiste en grootste monumenten van de Romeinen. Het bouwen van dit complex duurde meer dan 10 generaties en heeft het leven gekost van meer dan 10.000 slaven.  Het is één van de oudste steden ter wereld, eerst gebouwd als een centrum van aanbidding voor Baal, de Zonnegod, later door de Grieken voor hun god Helios, en daarna de Romeinse god Jupiter. Overal zie je dan ook de symbolen van zon en maan, maar ook  Venus, en Bacchus werden hier vereerd, vaak in grote bacchanalen.  Nu worden er in de zomer concerten gegeven, variërend van opera tot pop. Het moet prachtig zijn om dat mee te maken in zo’n ambiance!
   



Het leven in de marina van Jounieh is zeer ontspannend. Er zijn maar liefst twee zwembaden, waarvan één met Olympische afmetingen en zeewater. Ook het rally diner is vier sterren en de muziek Zuid-Amerikaans, dus het wordt weer swingen.

De afvaart vanuit Libanon naar Israël staat onder druk. Het is altijd al zo geweest dat we in het openbaar niet mogen zeggen dat we vanuit hier naar Israël gaan, dat land bestaat niet volgens Libanon. Op onze T-shirts is dan ook een route getekend die van Libanon naar zuid-Cyprus voert en van daaruit naar Israël. Maar het werd oogluikend toegestaan. Nu werd er gezegd dat het absoluut verboden was. Deden we het toch, dan konden we onderschept worden en was de lichtste straf dat we nooit meer Libanon in zouden mogen. Iedereen mag op eigen risico kiezen wat hij doet. Bijna iedereen gaat mee, de groepsdruk is groot, en we redeneren dat, als we als groep bij elkaar blijven de kans dat er wat gebeurt klein is.

En zo varen we uit met Guus als bemanningslid.  Om 24.00 uur missen we  de eerste call van onze groep, bedoeld om te kijken of het goed met iedereen gaat,  omdat hij luidkeels een aria aan het zingen is. We blijken ook de complete groep kwijt te zijn, varen iets te dicht bij de Libanese kust, maar er gebeurt niets.  5 Mijl voor het bereiken van de Israëlische wateren moeten we ons melden bij de Israëlische marine,  deze is heel rustig en vriendelijk , zeker vergeleken bij vorige malen. We zien oorlogsschepen, soms beschijnen ze ons met zoeklichten, maar ze laten ons verder met rust. Op maandag 15 juni komen we in Haifa aan.

 

 


Hier doen we niet mee met de georganiseerde tours, maar bezoeken we met een aantal Nederlanders per huurauto Akko, een prachtig kustplaatsje uit de Kruisvaardertijd en daarna grotten op de grens met Libanon.


De haven in Haifa is geen officiële marina, maar het onderkomen van een zeilclub. De leden vinden het geweldig dat we komen, en wij stellen het erg op prijs om met “gewone” mensen te kunnen praten. We zijn uitgenodigd bij één van hen voor een dinertje thuis, waar we dankbaar gebruik van hebben gemaakt. De gastvrouw is een Nederlandse waardoor het nog leuker wordt.

Op donderdag 18 juni varen we s’ nachts door naar het zuiden van Israël, naar Askhelon.
Van hier uit gaan Gerhard en ik per bus naar Jeruzalem,  een hele onderneming omdat alles in Hebreeuwse lettertekens staat, dus voor ons onleesbaar. En ook hier wordt alles van rechts naar links geschreven. En ook al wordt er weinig Engels gesproken, iedereen wil helpen. In Jeruzalem willen we de El Aksa moskee op de Tempelberg bekijken.  Het blijkt niet zo gemakkelijk te zijn om op de Tempelberg te komen, de toegang voor niet-moslims is beperkt tot één poort en deze is volledig aan het oog onttrokken en de openingstijden teruggebracht tot een minimum. Dit alles om het voor de Arabieren gemakkelijker te maken, zeggen de Joden. Verder hebben we  nu in eigen tempo door de verschillende wijken van de oude stad gelopen. Heerlijk,  we genieten.
 

 

‘s Avonds is het Rally diner en diezelfde nacht kunnen we vertrekken, zodra we de paspoorten terugkrijgen. Die blijken meteen na afloop, om twee uur  ’s nachts voor ons klaar te liggen en we besluiten meteen weg te gaan, in de hoop dat we dan de volgende avond bij Port Said in Egypte kunnen ankeren, in afwachting van het binnen zeilen van het Suez kanaal, en zo nog een beetje slaap te krijgen.
Guus en Stella zijn mee als bemanning en het wordt een rustige nacht en daarna een prima zeildag. Tegen de avond komen we midden in de vissersvloot terecht. Duizenden grotere en kleinere bootjes, die op de ondiepte zo’n twintig mijl voor de Egyptische kust rondvaren, met alle soorten of geen verlichting. Gelukkig zijn we er voor het echt donker is door en we rekenen op een vroege en voorspoedige aankomst, dus we stellen onze maaltijd uit tot we geankerd zijn.

En toen waren we volgens onze elektronische kaartplotter op onze ankerplaats aangekomen,  maar zagen alleen nog maar zee, en in de verte de lichtjes van Port Said.  We lagen ver voor op de EMYR vloot, er waren twee schepen eerder dan wij voor anker gegaan. Maar niet te vinden door alle lichtjes van de vissers en de stad. Dus zoeken, in het aardedonker want het was nieuwe maan en gevaarlijk omdat er telkens weer (onverlichte) vissers het idee kregen dat het voordelig zou kunnen zijn een aanvaring uit te lokken. Daarbij kwamen we telkens weer in de buurt van de enorme tankers die hier met een vaart voorbij scheuren het Suezkanaal in en het niet eens zouden merken als wij niet op tijd aan de kant zouden zijn gegaan.  Na de eerste paniek kregen we door dat de positieaanduiding van onze plotter niet meer deugde, en kwam Guus op het slimme idee om met een hand-GPS de ankerplaats te vinden. Doodmoe maar veilig konden we ankeren en zijn gaan slapen, tot de dageraad, het verzamelmoment.

24 Juni, zeven uur ‘s ochtends,  mochten we in optocht en met versierde boten het Suezkanaal invaren, dat voor ons stilgelegd was. Altijd weer een geweldige ervaring!  We kregen plaats in het militaire basin, dat voor ons leeggeruimd  en versierd was, en werden door militairen bewaakt.



De complete EMYR nam van hieruit deel aan een 6 daagse  cruise over de Nijl. We gingen met de nachttrein van Cairo naar Aswan,  in het zuiden van Egypte. Een belevenis, het station vol met koffers en dozen beladen mensen, het geduw om in een (ontzettend vieze) trein te komen,  en dan uiteindelijk, veel te laat, onze eigen trein. Die al hortend en stotend  ons naar het zuiden van Egypte vervoerde. We hadden per stel een eigen slaapcabine, verspreid over 4 wagons, allemaal voor ons,  wat op zich al veel feest betekende.
 

 

In Aswan gingen we aan boord van ons 5 sterren cruise schip en hebben daar s’ middags in de hitte de enorme stuwdam bezocht.  Later op de dag een heerlijke zeiltocht in een feluca, naar een botanisch eiland in het midden van de Nijl. Het schip voer ‘s avonds af, om de volgende morgen vroeg bij de tempel van Kom Ombo aan te leggen, zodat we deze in de ochtendkoelte konden bekijken. Daarna verder, naar de tempel van Edfu, die we tegen de avond bezochten. De volgorde was perfect, elke tempel mooier, ouder en indrukwekkender  dan de vorige.  En helemaal schitterend om op het dek van het schip langzaam het landschap, de dorpen en de mensen die op het land werken aan je voorbij te zien gaan, om nog maar niet te spreken over de prachtige zonsondergang of  de maanverlichte Nijl. We voeren  langzaam  naar Luxor,  met zijn indrukwekkende Karnak tempel en de Vallei der Koningen, met zijn koningsgraven waarvan we een aantal mochten bezoeken. De kleuren van de afbeeldingen daarbinnen zijn zo schitterend, de afbeeldingen zelf zo mooi, we kwamen ogen tekort.  In de Karnak tempel hebben we een spectaculaire licht en geluidshow meegemaakt en de drieduizend jaar oude geschiedenis begon te  leven!

De cruise was, naast de prachtige dingen die  we zagen, ook erg leuk. Het schip was helmaal  voor ons, dus bij het zwembad of tijdens het luieren op het dek bij zonsondergang, tijdens het  eten of dansen, het Egyptische feest of de felucavaart,  het was altijd gezellig. En er ontstond eindelijk de echte EMYR sfeer. Die had een beetje getaand, doordat er in Syrië, Libanon en Israël geen “nieuwe”  excursies waren georganiseerd, waardoor de meesten op eigen houtje iets gingen ondernemen en we daardoor een beetje uit elkaar raakten.  Hier werd dat weer dubbel en dwars goedgemaakt.
 

 

Aan het einde van de twee dagen in Luxor zat onze cruise erop en stapten we  weer op de nachttrein terug naar Caïro en vandaar per touringcar naar onze Daydream in Port Said.
Hier hadden we weer e-mailcontact en hoorden we dat het met de gezondheid van één van onze vriendinnen niet zo goed ging.  Omdat het ons niet lukte om naar Nederland te bellen en precies te horen hoe het met haar ging, hebben we het zekere voor het onzekere genomen en  besloten  de EMYR af te breken en rechtstreeks  terug te varen naar Turkije. We misten niet zoveel meer:  in Herzliya, de laatste haven voor de EMYR, zou alleen nog het Final Rally Dinner plaatsvinden. Een groot evenement, maar dat zou dan wel weer 4 dagen extra kosten.

En dus werd het afscheid nemen. Met toch een brok in de keel heb ik de Daydream voor de laatste keer via de marifoon gemeld en zagen we even later de vloot  wegvaren naar het oosten. Wij gingen noord, drie dagen en twee nachten.  In het begin de wind op kop, maar die draaide al snel tot aan de wind en we konden zeilen. De golven stonden tegen en waren hoog, zodat ik aan het einde van de eerste dag zeeziek werd en dat ook niet meer echt kwijtraakte.
De volgende ochtend zagen we schapenwolkjes, geen goed teken. Tegen de avond werden de golven hoger en trok de wind aan, en de tweede nacht was zwaar. Er zat geen regelmaat meer in de golven en de zee bouwde op in enorme kastelen. De Daydream werd opgenomen en al draaiend naar beneden geslingerd. Het leven werd beperkt tot voorzichtig heen en weer kruipen tussen kajuit, kaartentafel, toilet en slaapplaats. Uit een beker drinken kon niet, je kreeg de vloeistof rechtstreeks in je gezicht geworpen, waar eerst de traptrede was, was hij even later niet meer, als je een lade opendeed, keilde de inhoud eruit en we zaten binnen de kortste keren onder de blauwe plekken.  
Gelukkig kalmeerde de zee tegen de ochtend en toen kwam er nog een prachtige zeiltocht waarbij de Daydream pijlsnel richting Finike, onze haven snelde. Daar kwamen we op donderdag 4 juli om half elf ‘s avonds aan, met 320 mijl op de teller en helemaal onder de indruk van ons bootje. We durven haar niet te vertellen dat ze binnenkort in de verkoop gaat.

 

Al met al was dit weer een heerlijke EMYR en we kijken er met plezier op terug.

 

Annette en Gerhard

 

 

Over
 ons
2001
Kroatie
 
2002
Kroatië
Griekenland
2003
Griekenland
Turkije
2004
15 e
EMYR
2005
Egeïsche Zee
2006
17 e
EMYR
2007 - 2008

Spelevaren

2009
20e
EMYR

 

Zeilen 
   met
Parkinson