EMYR 2006

Kemer 14
mei
Tot voor kort
wisten we nog niet waarheen we deze zomer vanaf Marmaris, onze thuishaven,
wilden varen. We hadden ons in november al aangemeld voor de EMYR (Eastern
Mediteranean Yacht Rally), maar de Zwarte Zee lonkte. Intussen is de keuze
erop gevallen nog eens met de rally mee te doen. In eerste instantie tot en
met Iskenderun, de laatste haven in Turkije, of Lattakia in Syrië. De
prachtige excursies, de gastvrijheid van het Midden-Oosten, de gezelligheid en
leuke contacten, het dansen en het lekkere eten gaven de doorslag. En we zijn
daar bijzonder gelukkig mee.
Op 9 mei hebben we ons in Gocek
aangesloten bij de vloot, die van Istanbul langs de Turkse kust naar het
zuiden vaart en in een aantal havens de Rally deelnemers oppikt en meeneemt
naar het officiële startpunt in Kemer.
Daar zijn we via Kekova en Finike nu
aangekomen en de feestelijkheden zijn goed losgebarsten. We dansten na
het officiële diner bij muziek van een live-band onder de palmen bij een volle
maan en veel vuurwerk. En vandaag waren er de Olympic Games: wedstrijden om de
verschillende groepen, die gevormd worden om de briefing voor en tijdens de
trajecten efficiënt te laten verlopen, tot echte eenheden om te smeden. Onze
groep heeft gewonnen, volgens ons zeer terecht, want we hadden er heuse
strategiebesprekingen aan gewijd, songs voor geschreven en cheerleaders (waarvan
ik er één mocht zijn) aangesteld. Wat een lol!
Maandag 15 mei : Kemer – Alanya 68
Nm
Vroeg vertrek vanuit Kemer om naar Alanya
te varen. De herinneringen aan deze tocht twee jaar geleden stond nog
duidelijk op ons netvlies. We moesten toen als één van de eersten uitvaren,
omdat de ”DAYDREAM” de vaargeul in de haven smaller maakte . Dus hadden we
toen zo snel mogelijk de touwen losgegooid, voordat we ook maar iets zeevast
hadden gezet, ons niet bewust van de huizenhoge golven de ons onmiddellijk na
het havenhoofd opwachtten. Nu liggen we weer op exact dezelfde plaats, maar we
hebben alle tijd genomen om ons goed voor te bereiden, zodat we pas(!) om vijf
uur, bij het eerste daglicht, uitvaren. En een spiegelgladde zee zien. We
hebben een licht windje van achteren, wat de overtocht wel wat wiebelig maakt,
maar het zeilt perfect. We zien het fort en de rode toren van Alanya bij
aankomst duidelijk liggen en mogen na lang wachten de vissershaven binnen, die
speciaal voor ons ontruimd is en voortdurend bewaakt wordt door een
politieauto. Op de kade hebben we ‘s avonds een gezamenlijk groepsdiner annex
barbecue, met muziek van Wytze, ons Nederlands groepslid, en zijn ouderwetse
trekharmonica. Het leuke is dat we al gauw ontdekken dat Wytze niet alleen een
Fries is, maar ook mijn vader en zus kent. Dus ik voel me een beetje thuis!
Onze groep is erg leuk, met een goede
samenwerking en veel plezier.We hebben behoorlijk wat nationaliteiten: 3
Engelse, 2 Zwitserse, 2 Duitse, 2 Nederlandse, 1 Franse, 1 Amerikaanse, 1
Noorse en 1 Zweedse boot. We zijn de groep met de meeste echtparen zonder
extra crew. De meest bijzondere bemanningsleden van onze groep zijn Helen, een
oudere vrouw met ontzettend veel zeilervaring overal ter wereld als
bemanningslid en Maria. Dit is een ontzettend leuke Engelse van
midden dertig, die twaalf jaar in Japan Engelse les heeft gegeven en vloeiend
Japans spreekt. Ze heeft besloten haar leven om te gooien en een boot gekocht
aan de westkust van Mexico, om daarna richting Maleisië en Thailand te zeilen,
waar ze met haar boot een bedrijfje begint. Ze moet nog leren zeilen en heeft
zich aangemeld bij Peter, de kapitein van de “Knight of Legend”, waarop ze
drie maanden mee zal zeilen.
Twee jaar geleden lagen Gerhard en ik in
de havens langs de Turkse kust telkens onderdeks, omdat we problemen met de
waterleiding hadden, die we maar niet konden oplossen. Daardoor hebben we niet
veel van het achterland gezien, wat we dit jaar volledig goed willen maken. Zo
hebben we de excursies in Finike en Kemer (naar de oude Lycische stad Phaselis,
omgeven door drie schitterende baaien waarin we graag nog eens willen ankeren)
meegemaakt.



Nu zijn de rode toren en de burcht van
Alanya aan de beurt. In de burcht werden volgens de overlevering veel piraten
gevangen gehouden. Omdat men niet wist wat hiermee te doen, werden er elke dag
een paar naar de rand van de burcht gebracht, daar waar deze hoog boven het
water uittorent. Ze kregen de kans om hun leven te redden en in vrijheid
gesteld te worden als ze een steen tot in de zee konden werpen. Het schijnt
niemand gelukt te zijn, zodat ze allen hun steen konden opzoeken.


Na de lunch, die we hebben gebruikt
hangend in zitkussens op platvorms boven een snelstromende rivier, hebben we
een pas ontdekte druipsteengrot bezocht.


s’Avonds is er een cocktail aan
zee, gevolgd door een geweldig diner, vlak boven zee, met een mooie
zonsondergang en natuurlijk heel veel heerlijk dansen.
Woensdag 17 mei: Alanya – Girne
(Turks Cyprus) 98 Nm
Vandaag beginnen we aan onze eerste
nachtelijke overtocht. Voor ons een testcase of we de EMYR nog aan kunnen. We
vertrekken ‘smiddags om twee uur richting Cyprus, goed voorbereid, de maaltijd
is bereid en wordt op de manier van de vroegere hooikist warmgehouden in een
aantal dekens. We kunnen zeilen bij een windje van drie Beaufort en tegen zes
uur drinken we ons wijntje. Daarna gaat Gerhard even onder zeil en om acht uur
vlak voor het donker wordt, eten we en gaat Gerhard weer slapen.

We moeten er wel erg aan wennen dat het
s‘avonds telkens vroeger donker wordt, omdat we zowel verder naar het oosten
als naar het zuiden varen. Het betekent ook dat het telkens warmer wordt. Het
is mijn eerste wacht in het donker, maar er zijn zo ontzettend veel sterren,
de maan komt pas tegen twaalf uur op, dat het schitterend is.
Om elf uur ben ik echt moe en neemt Gerhard het over. De wind gaat dan ook
liggen en hij zet de motor aan.
Tegen zeven uur de volgende morgen ankeren we vlak buiten de haven van Girne,
of, in het Grieks, Kyrenia.
Er is nog geen enkele ander schip van de vloot. Alleen de “VISION”, het
moederschip, de snelle catamaran van Frank en Tari, ligt er al. Zij moeten
controleren of het oude haventje onder de burcht vrij is gemaakt van de
visserschepen die er normaal liggen. Wij hebben geluk dat we bij degenen horen
die in dit haventje mogen liggen, de andere helft van de groep gaat naar de
moderne nieuwe marina. Omdat onze groep pas om elf uur binnen mag lopen en we
dit jaar erg gedisciplineerd zijn zodat we ons aan deze tijd houden, lijkt het
ons een prima idee om vlak bij land te ankeren en dan snel met Bello te gaan
wandelen. Maar er staat een militair aan de kant die fluit en ons gebaart dat
we verder in zee moeten ankeren en niet aan land mogen. En gelijk heeft hij:
we doen een nieuw land aan en moeten natuurlijk eerst officieel ingeklaard
worden. Dus Bello moet wachten en dat doet hij met gratie. Wij versieren
intussen de boot met vlaggetjes.
Voor elke gebeurtenis staat er in ons
handboek een dresscode. Dat kan variëren van “casual”, “casual smart”, tot
“formal, jacket and tie”. Voor de boten is er ook zo’n code: “Boats dressed
overall while in the harbor”. Bij de vorige EMYR hadden wij al onze
landenvlaggen aan elkaar gebonden en opgehesen, nu kregen we daar in de
allereerste haven in Kekova al opmerkingen over. Niet goed genoeg. Dus stonden
Eva, een Zwitserse uit onze groep, en ik in Kemer in de scheepswinkel om de
prijs van een serie echte seinvlaggen te vragen. 195 Euro! Dat was ons beiden
te gortig. Maar tot onze grote vreugde won onze gele groep de dag daarna de
“Olympics“ en kregen Eva en Wytze de vlaggen cadeau. Eva helemaal gelukkig, en
wij konden Wytze’s oude seinvlaggen voor een schappelijk prijsje overnemen. En
zo is de “DAYDREAM” nu in elke haven op haar mooist en de vloot krijgt veel
bekijks bij het binnenvaren van iedere stad.
Omdat we nog tijd over hebben gaan we nog
even lekker slapen en rond het middaguur liggen we in het schitterende ronde
haventje onder de terrassen te dobberen.
’s Avonds is er een cocktail op de binnenplaats van het prachtige kasteel uit
de 7e eeuw.
De volgende dag gaan we mee met de toer
over het eiland. Er is opvallend veel bebouwing bijgekomen vergeleken bij twee
jaar geleden, toen de grens tussen het Griekse en Turkse deel van Cyprus is
opengesteld. Overal zijn enorme villaparken gebouwd. De huizen zijn
schitterend, groot en ruim, maar de parken zijn erg eenvormig. Ook het
landschap vinden we weinig aantrekkelijk: stoffig en rommelig. Een ander groot
verschil met vroeger is dat de Griekse kerkjes, die tijdens de Turkse
overheersing gewoon zijn blijven staan en gelukkig niet omgevormd tot moskeeën,
nu weer in gebruik zijn en vol gezet worden met heiligenprentjes en andere
aandenkens. Maar de mondaine viersterren hotels in het niemandsland bij
Famagusta staan er nog altijd verlaten en vervallen bij. Het is militair
gebied en niemand mag hier komen. Een triest gezicht.

Die avond hebben we het beroemde
piratenbal. Hierbij gaat iedereen als piraat of iets in die sfeer, zoals
slavin, verkleed in optocht en onder veel bekijks en applaus naar het Dome
hotel, waar we op een terras aan zee hebben gegeten en gedanst. Het blijkt dat
de tweede keer een EMYR doen zeker zo leuk is als de eerste keer: we weten nu
wat we kunnen verwachten en genieten al bij voorbaat. Bovendien hebben we nu
ook minder reserves. We zijn dit jaar dan ook nog verschrikkelijker uitgedost
dan de vorige keer, toen we het nog wat “netjes” wilden houden en hebben
geweldig om onszelf en de anderen gelachen.





Zaterdag 20 mei : Girne - Mersin (Turkije)
108 Nm
Bij het verlaten van de haven is veel
geduld vereist. Omdat het een ronde havenkom is en iedereen zijn anker uit
heeft moeten gooien, liggen deze nu allemaal op een kluitje middenin. Er is
dan ook een bootje met een duiker aanwezig en we halen in omgekeerde volgorde
van binnenkomst onze ankers op. Ons anker zit verstrikt in een mooringlijn,
maar even later varen we naar de nieuwe haven om te tanken. Hier is een lange
rij wachtenden voor ons: Turks Cyprus heeft een lage belasting en de diesel is
goedkoop.
Om vijf uur ‘smiddags hijsen we de zeilen
en varen naar het noorden, terug naar Turkije, naar Mersin, met een goede
zijwind: zuidwest 4 tot 5, die later draait, totdat we voor de wind varen.
Helaas is deze wind nogal koud. Ik laat Gerhard slapen tot twee uur ’s nachts,
wanneer de wind bijdraait en afzwakt. Gerhard zet de motor erbij en wekt mij
de volgende morgen om half tien, als we in het zicht van de haven van Mersin
zijn.
We zijn de eersten van onze groep en
mogen direct de haven binnenvaren, waar we aan het begin van de aanlegsteiger
aan de boulevard vastmaken. Het is zondag, dus een vrije dag en de hele stad
is uitgelopen om de vloot te bekijken en paradeert langs ons schip. Kijken en
bekeken worden, een soort vlaggetjesdag. Die avond wordt er goed voor ons
uitgepakt: op het programma staat een cocktail, het blijkt een warm en koud
buffet te zijn op een terras met verschillende fonteinen en, zoals altijd,
life muziek. De burgemeester van Mersin, een grote handelsplaats die dit
buffet aanbiedt, geniet er zelf ook erg van en staat aan het einde van de
avond met een stel jongelui in de fontein te dansen.
De plaats zelf is erg Turks, je ziet geen
toeristen, maar ook heel modern met schitterende winkels voor de welgestelde
Turken. Helaas hebben we weinig tijd om ervan te genieten, want we zijn
maandag met de excursie naar Tarsus gegaan. Hier staat het geboortehuis van
Saulus, later Paulus, welbekend uit de Bijbel, waarvan de fundamenten nog
onder een glasplaat te zien zijn. Er wordt speciaal voor de gelovigen een
katholieke dienst gehouden in de St. Pauluskerk – er is nog altijd een
christelijke minderheidsgroep in Turkije- en iedereen krijgt een flesje gewijd
water mee, dat hier uit een bron ontspringt.

Het stadje is erg leuk, smalle straatjes,
kleine winkeltjes, mannen met wijde broeken, een soort drollenvangers en ook
veel vrouwen in harembroeken. Hier hadden we wel langer willen blijven!


We gaan via een landschap vol
citrusboomgaarden naar een ondergrondse rivier, waarvan men in de oudheid zei
dat het de Styx was, de rivier die de Hades, de onderwereld, afsloot. Op drie
plaatsen is de bovengrond boven de rivier ingestort, waardoor enorme diepe
gaten zijn ontstaan In de oudheid waren dit mythische plaatsen, één gat zou de
woonplaats van de Tyfoon zijn, de veelkoppige draak die Zeus wilde vermoorden.

Er zijn graven en afbeeldingen van
vorsten gevonden, de christenen hebben er een twintigtal kerkjes omheen gezet.
In de omgeving zijn veel Hellenistische en Romeinse ruïnes. Dan een lunch aan
een schitterend turkooizen baai (ook hier willen we wel eens ankeren).

Na een bezoek aan rotsgraven gaan we weer
naar de haven, waar het onmiddellijk verkleden is voor het luxe diner in het
Hilton Hotel. Hier wordt de vlaggenparade gehouden, waarbij elke
vertegenwoordiger van de 22 nationaliteiten met zijn/haar vlag de stad in
eigen taal bedankt voor de geweldige ontvangst. Een indrukwekkend geheel.
Gerhard mocht het voor Nederland doen.

De band is, evenals de avond daarvoor, zo
goed dat we telkens om verlenging vragen en uiteindelijk al zingend in de bus
terug naar de boot rijden.
Dinsdag 23 mei : Mersin - Iskenderun
Er staat een prachtige wind en we staan
te popelen om af te varen. Maar helaas, we liggen ingeparkeerd en moeten
wachten. Om vijf uur wordt er ruimte voor ons gemaakt en zeilen we met een
aan-de-windse koers richting Iskenderun, de laatste havenplaats in Turkije. De
“DAYDREAM” heeft er zin in: al voor we de grote industriële haven uit zijn
hebben we de zeilen op en al snel halen we andere schepen in. We blijven
verbaasd dat ze zo hard loopt, zo’n 7.5 knots/h.! We hebben geen speciaal
gesneden zeilen, geen spinnakers of genua’s, maar we lopen sneller dan de
meeste andere boten en hebben er al een bijnaam aan te danken: the Flying
Dutch!

Ik heb de wacht tot één uur ‘s nachts,
Gerhard heeft het moeilijkste deel: hij passeert de doorvaart voor de grote
tankers die in Iskenderun de olie uit het Midden-Oosten laden. Opletten
geblazen, maar alles gaat goed. Om zeven uur wisselen we. Omdat het licht
nevelig is, komt de zon voor ons op als een gouden vuurzee. Als de nevel is
opgetrokken, zijn we vlak bij Iskenderun, waar we om acht uur met een tiental
andere schepen ankeren en nog even bijslapen tot de vissershaven voor ons
ontruimd is en we binnen mogen varen.
Er lopen scholieren rond die vrij
gekregen hebben van school om ons van dienst te zijn en te begeleiden naar de
stad. Ze spreken engels en willen ons bij alles helpen. Ze vinden het heerlijk
om een praatje te maken en Maria heeft binnen de kortste keren de hele horde
om zich heen, die ze uitstekend weet te vermaken.

De kapper komt langs, hij heeft zijn
stoel op de kade onder een parasol en wil graag iedereen als klant. Hij heeft
een drukke middag en Gerhard komt er geknipt en geschoren weer vandaan.

Het geheel is op de plaatselijke
televisie opgenomen. De haven wordt verfraaid: er worden met een hoogwerker
vlaggen gehesen, cocktailtafels met bloemversieringen worden voor ’s avonds
klaargemaakt en openlucht douches aangelegd, die steeds scheefzakken en
waarbij enthousiaste Turken staan om ze voor ons rechtop te houden. Over de
kademuur heen kunnen we zwemmen, wat heerlijk is want de temperatuur stijgt
tot boven de 35 graden. Wel weer wennen. Maar een heerlijke temperatuur voor
het diner ‘s avonds aan zee.
De dag erna nemen we een vrije dag,
hoewel de excursie geweldig is. Maar die hebben we al gezien, en we vinden het
fijn om even niets te doen en in onze hangmat, die boven het dek gespannen is,
te luieren. Bovendien heb ik nu tijd om dit verslag bij te werken. ‘s Avonds
nog een cocktail en “potluck-diner” op de kade, en morgen varen we af naar
Syrië.
Tot nog toe gaat alles van een leien
dakje, dus we gaan nog even door. Iedere stad geeft een indrukwekkende
ontvangst, de Rally is vol plezier en we genieten enorm. We hebben het gevoel
dat we van feest tot feest zeilen!
Vrijdag 26 mei: Iskenderun (Turkije)
- Lattakia (Syrië) 85 Nm
Vandaag verlaten we Turkije. We vonden oost Turkije erg mooi. Weinig toeristen,
heel Turks en vriendelijk. Nu gaan we naar Syrië en vertrekken om vier uur ’s
middags met een mooie zeilwind schuin tegen. Om zes uur nemen we een wijntje.
Gerhard slaapt dan tot acht uur wanneer we gaan eten. Er staan hoge golven
maar de boot trekt er lekker door.
Juist als Gerhard weer gaat slapen, ik
zit lekker in het laatste licht in de kuip een sms-je naar Amcke te versturen,
klinkt er een enorme zucht. Het grootzeil is naar beneden gevallen! Gelukkig
is het door de tegenwind binnen boord gebleven. Dus staan we even later op een
tollend schip (zonder zeil is het schip net een notendop) beiden op het dek
midden tussen al het zeil. Het is gelukkig nog licht en het lukt ons
onverwacht snel (adrenaline!) om het zeil los te krijgen. Het blijkt dat het
stiksel van de lus waaraan het zeil hangt heeft losgelaten. Door het gemis van
het grootzeil gaat de boot erg te keer, ze stampt en bokt in de golven. Het
geheel doet denken aan motorrijden op oneffen terrein. Bovendien staat de
flexibele dertien meter lange schacht, waar het grootzeil normaal aan vast zit
en omheen gerold kan worden, nu los in de mast en slaat er bij elke golf aan
de binnenkant tegenaan. Een hels lawaai, dat we proberen te onderdrukken door
de schacht met touwen vast te zetten en er badlakens bij te stoppen.
Intussen horen we over de marifoon dat
“De Snelle” van Frida en Arie, (Nederlanders die we voor het eerst samen met
Jacob en Ria ontmoetten) iets in de schroef hebben, waardoor ze een
vluchthaven moeten zoeken. Anderen zijn terug gegaan naar Iskenderun met
hetzelfde probleem. Op zich niet verbazend, al het vuil van de Middellandse
Zee wordt naar deze hoek geblazen. Op de weg naar Iskenderun een paar dagen
geleden zijn we door velden plastic gevaren. We houden ons hart vast dat ons
dit ook zal gebeuren, want we hebben nu geen zeil meer om ons nog ergens heen
te brengen. Maar de goden zijn met ons.
In Syrië moeten we zes mijl uit kust
blijven en dan met een hoek van 90 graden op de haven af van Lattakia afvaren.
Het is weer een dom gezicht zo midden op zee al die schepen een rechte hoek te
zien draaien. Als we in de haven liggen zien we Wytze en Mia op de “Skua” een
beetje vreemd de haven binnenvaren. Het blijkt dat ze weer problemen met hun
versnelling hebben. Kwamen ze in Iskenderun met veel gekraak tussen andere
schepen tot stilstand omdat ze alleen in de vooruit konden, nu wil het schip
alleen nog maar achteruit varen. Er komen de nodige “deskundigen” van andere
schepen aan boord, die een studie maken van het probleem en dat de rest van de
EMYR zullen blijven doen.
Bij binnenkomst worden onze tasjes met
bootpapieren en andere documenten opgehaald. Die worden later weer
teruggebracht en dan zijn we ingeklaard. Heel gemakkelijk. We hebben van te
voren, net als op Turks Cyprus, een briefje op ons paspoort geplakt met de
mededeling dat we er geen stempels in willen, om later nog andere landen in te
kunnen waarmee vijandelijke relaties bestaan. We krijgen een “shorepass”
waarmee we beperkte bewegingsvrijheid hebben. Op eigen gelegenheid door het
land trekken kan niet, daar heb je een visum voor nodig.

In een pick-up truck rijden we ’s middags
met ons zeil naar de aan ons opgegeven zeilmaker. We komen bij een
meubelstoffeerder terecht met een ouderwetse trapnaaimachine. De eerste
stiksels mislukken, het zeildoek is wel erg dik. Maar dan heeft hij een idee
en stuurt zijn knechtje de ladder op naar de zolder. Daar heeft hij een schat
liggen, die hij ons vol trots laat zien: op een kartonnetje zit ongeveer 2
meter speciaal uit Duitsland geïmporteerd draad. Daarmee kan hij een paar
stiksels maken. Ik ben niet overtuigd van de sterkte van de reparatie, maar
neem aan dat het wel tot het eind van de EMYR zal houden.

Teruggekomen bieden onze Duitse en
Zwitserse buren aan te helpen bij het naar beneden brengen van de val, die nog
boven in de mast zit. Het wordt een gezellig geheel, waar jammer genoeg een
domper op komt doordat een elektrische lier van Dieter en Anita compleet
verbogen raakt als het touw dubbel slaat. Na wat provisorische reparaties
waarbij vooral veel kracht gebruikt wordt, eindigt het met een gezellige
borrel aan boord van zijn schip.

De volgende twee dagen gaan we met de excursie naar Damascus. Deze tour hebben
we al eerder gemaakt, daardoor hebben we meer oog voor het land zelf.
Mooi, groen, de mensen heel vriendelijk, maar we zien ook veel armoede en
machtsmisbruik.
We bezoeken een prachtig bewaard gebleven
kruisvaarders slot, Qual’at Saladin (Saladins fort), dat strategisch
gelegen is op een bergtop op de splitsing van twee ravijnen. Een schitterend
gezicht, dit robuuste fort midden in de woeste natuur. Het fort werd eerst
gebruikt door de Phoeniciers, Byzantijnen en Kruisvaarders en werd in 1188
veroverd door Saladin, een Moslim generaal en groot strateeg.
Daarna gaan we naar het oosten en na een
tijd rijden we de woestijn in, op weg naar Palmyra (palmenstad), een antieke
stad op het kruispunt van oude handelsroutes. De stad, een oase met als
bijnaam “Koningin van de Woestijn”, heeft na de val van Petra in Jordanië (106
voor Chr.) een grote bloei, veel overwinnaars en culturen gekend. Het was een
veilige en comfortabele rustplaats dicht bij het einde van de oude zijderoute
die van China, via India, Pakistan en Irak door de woestijn naar de
Middellandse Zee liep. We bezichtigen de schitterende Baäl tempel en de
prachtige 1,5 km lange hoofdstraat, een 11 meter brede boulevard omzoomd door
hoge pilaren met standbeelden, waarachter aan beide kanten overdekte galerijen
waren met luxe winkels. Het geheel is enorm groot en overweldigend.



Tegen de avond rijden we naar Damascus, op de grens tussen woestijn en bergen,
ook een oase en een plaats aan oude handelsroutes. Damascus claimt ’s werelds
oudste continu bewoonde stad op aarde te zijn, meer dan 4000 jaar oud. Er word
voor het eerst melding van gemaakt door Farao Thutmosis III die het in de 15de
eeuw voor Chr. veroverde en in het Oude Testament lezen we erover in het
verhaal van Abraham, die hier ook als profeet wordt vereerd. Omdat de stad nog
steeds bewoond is, liggen de oude resten onder de huidige bebouwing. De stad
is nu een smeltkroes van overblijfselen van oude heidense tempels,
christelijke basilieken, moskeeën, nauwe straatjes en souks met schitterende
kleuren, mysterieuze geuren en ontzettend veel lawaai.




’s Avonds lopen we onder begeleiding van
een groep muzikanten door het oude centrum naar een restaurant, waar we
ondanks de overvloedige lunch die we ’s middags in een Bedouienen tent hebben
gehad weer ontzettend lekker eten. We ontwikkelen langzamerhand een echte
“Rally Belly”. We krijgen een optreden van een buikdanseres, maar we vinden
het vulgair en lang niet zo goed als het optreden dat we in Cyprus hebben
meegemaakt.
De volgende dag bezoeken we het museum,
waar een heel klein steentje, zo’n drie bij 5 cm., wel het meest bijzondere
is. Het werd gebruikt als voorbeeld bij een school voor schrijvers en bevat
het alleroudste gevonden alfabetische schrift ter wereld. Na een bezoek aan de
prachtige Umayyad Moskee met volgens de overlevering het hoofd van Johannes de
Doper, welke door de moslims ook als profeet wordt geëerd en een
pelgrimsplaats is, lopen we op een draf door de stad. We zien meer dan de
vorige keer, maar hebben nog steeds het gevoel dat we de stad tekort doen en
hier beslist weer willen komen.
Thuis gekomen krijgt Gerhard net als veel
anderen last van zijn darmen en klimt in bed. Ik ga met groepje de stad
Lattakia in om inkopen te doen. Het is er oriëntaals, vriendelijk, vreemd,
smerig en armoedig. Het zou niet zo gemakkelijk zijn om als westerse vrouw
hier alleen te lopen. Niet gevaarlijk, meer lastig met al het gesis en gefluit
om je heen. ’s Avonds hebben we weer ons beroemde Rally-diner, met dansen na.
We zijn moe en maken het niet laat.
Woensdag 31 mei: Lattakia (Syrië) – Jounieh (Libanon) 105 Nm
De dag is lang. Gerhard heeft gister de
hele dag geslapen en is nu om half zeven klaarwakker en bezig alles voor te
bereiden om ons gerepareerde zeil te hijsen. Ik ga hem met frisse tegenzin
helpen. Het zeil gaat perfect naar boven en we zijn gelukkig. Om twee uur in
de middag varen we uit. We hebben een spiegelgladde zee, wat ook maar goed is
want nu ben ik, met de andere helft van de vloot, ziek geworden.
We beleven donderdagochtend een
schitterende aankomst en zien bij een opkomende zon Beiroet in de nevel liggen,
hoog op een schiereiland. De stad heeft veel hoogbouw met staal en glas en
doet denken aan de city van New York of San Francisco. Omdat onze groep pas
tussen tien en elf uur de haven van Jounieh, een voorstad van Beiroet, binnen
mag varen, gooien we het anker uit en gaan nog even slapen. Later horen we via
de marifoon dat er een sleep aankomt: het is “De Snelle” die nu
motorproblemen heeft en door een Frans schip op sleeptouw is genomen. Ze
worden onder veel gewuif binnengesleept.
Als wij daarna als één van de eersten
binnen worden geroepen, jaloers door de vloot nagekeken, doet het stuurwiel
het niet meer. Er is geen beweging meer in te krijgen.Gerhard ziet ook geen
oplossing. Dus ik roep de EMYR leiding op en vraag om hulp, want we kunnen wel
in een halve bocht voor of achteruit varen, maar verder niets. Onmiddellijk
nadat ik dit gedaan heb, weet ik het: ik heb de stuurautomaat aangezet, en ja,
dan kan je zelf niet sturen. Dus heb ik even later nogal onderkoeld via de
marifoon gemeld dat we het probleem zelf opgelost hebben. Helaas heeft
iedereen deze conversatie gehoord en is zeer benieuwd wat onze pech was!
Donderdag hebben we een luie dag en maak
ik dankbaar gebruik van onze nieuwe hangmat die op het voorschip komt te
hangen. Vrijdag gaat Gerhard mee op excursie naar Byblos, een Phoenicische
stad, waar de voorloper van ons alfabet is ontwikkeld (ons woord Bijbel komt
hier vandaan), de Jeita grotten en het standbeeld van de maagd van Harissa, op
de berg boven zee, waarvandaan hij een prachtig uitzicht heeft. Omdat ik nog
niet helemaal boven Jan ben, blijf ik in de haven.

Ik heb nu de kans om de geneugten van
deze enorm luxe haven van de “Club d’Automobile de Libanon” te exploreren,
waar alleen leden mogen komen: rijke Libanezen met of zonder boot. Ik ontdek,
naast twee zwembaden, kleine terrassen boven zee, met één, twee of meer
ligstoelen, compleet met parasols. Hier liggen schitterend vormgegeven en
gepolijste dames en schoolmeisjes met hun huiswerk in minuscule, bijzonder
mooie en vaak glinsterende bikini’s. Aan het eind van de pier eigen ik me een
éénpersoons terras toe, waar ik samen met Bello mijn kampement opsla. Het
uitzicht over zee is prachtig en we gaan zo nu en dan lekker zwemmen. Ik weet
nu hoe dat moet: iets weggooien en dan een wedstrijdje doen wie het eerst er
is, waarbij ik een beetje vals kan spelen door Bello bij zijn tuigje te
grijpen. We lachen wat af samen.
Zondag huren we voor de hele dag een taxi
samen met Peter en Els van de “Antonia”, waarop ook Guus en Stella meevaren.
We hebben ze twee jaar geleden leren kennen toen ze ook aan de EMYR meededen
en vorig jaar weer ontmoet. Eerst worden de grotten van Jeita bezocht
omdat Gerhard zegt dat ze schitterend zijn. En hij heeft gelijk! De grotten
bestaan uit twee niveaus: door de bovenste kun je wandelen en je ziet de meest
mooie hoge koepelruimtes met prachtige, voorwereldlijke kalkformaties die niet
misstaan zouden hebben in de “Lord of the Rings”, met doorkijkjes naar een
ondergrondse rivier diep beneden je. Later gaan we naar beneden in een bootje
om op de onderaardse rivier te varen, tussen de druipsteen kegels door. Dan
bezoeken we Beiroet, waar de winkels wegens de zondag zijn gesloten. Niet dat
we veel hadden kunnen kopen, want Beiroet is een bijzonder luxe en dure stad.
De vorige keer was het goedkoopste jurkje dat we konden vinden een strapless
gevalletje van 1500 dollar! De taxi rijdt met ons door de stad op zoek naar
een wijk waar wel iets open is. Dat lukt niet, maar het geeft ons wel een
overzicht van een stad die midden tussen de luxe en het nieuwe elan nog de
puinhopen van vijftien jaar burgeroorlog draagt. We zien veel vervallen en
kapotgeschoten hotels en huizen tussen blinkend nieuwe gebouwen. We hebben de
laatste tijd toch wel erg veel gevolgen van burgeroorlog gezien, eerst in
Kroatië, daarna in Cyprus en nu in Beiroet. We hebben geen idee dat hier over
een paar weken weer bommen zullen vallen.

We laten ons naar de Place d’ Etoile
brengen, we weten nog dat daar veel terrassen zijn en gaan heerlijk buiten
eten. Aan het eind brengt de taxi ons naar een supermarkt, waar we onze ogen
uitkijken naar al het westerse voer. We kunnen naast ham en bacon -bijna niet
te krijgen in moslimlanden- ook alle soorten Nederlandse en Franse kazen
krijgen. Ik vind zelfs bieten in zoetzure saus van Hak, waar ik de volgende
dag dankbaar een salade van heb gemaakt.

s’Avonds hebben we ons meest luxe diner
in de haven, volledig Frans, met dansen na. De temperatuur is heerlijk, maar
loopt na de alcohol blijkbaar op, want veel mensen springen in het zwembad.
Gerhard krijgt het er warm van en danst met slechts een stropdas op het
bovenlijf.
Maandag 5 juni: Jounieh (Libanon) – Haifa (Israël) 85 Nm
De marina ligt propvol met onze boten. Er
is een speciale manier van inparkeren gebruikt: we liggen tussen twee steigers
met vijf boten naast elkaar, zo’n tien rijen achter elkaar. Bij brand zal er
niets meer te houden zijn. Omdat wij als eersten binnen mochten komen, kunnen
we er pas als laatste weer uit en varen om vijf uur naar buiten. We hoeven
niet te ver te varen vannacht (85 mijl, alles is relatief) en omdat we pas om
10 uur ’s morgens welkom zijn in Haifa besluiten we om meteen buiten de haven
van Jounieh te ankeren en eerst een lekker glas wijn te drinken. Wij hebben
een extra reden om dit te doen: het is vandaag onze veertiende trouwdag!
Tegen zeven uur halen we ons anker op. Op
het moment dat dit half aan boord is, het moet kantelen naar horizontaal,
plompt het zonder ketting in het water: het draaimechanisme dat er vlak onder
zit is doormidden gebroken. Stomverbaasd staan we het na te kijken. Dan
schrijf ik snel de coördinaten op en roep een duiker op. Helaas, het is twaalf
meter diep en donker beneden, de man kan het anker niet meer vinden. Zwaar
teleurgesteld varen we weg. We krijgen meteen aanbiedingen van reserve ankers,
heel aardig, maar die hebben we zelf ook wel. We waren erg gelukkig met dit
anker en wilden het niet kwijt.
Nu varen nu naar een grote vijand van
Libanon: Israël. Voor ons onbegrijpelijk dat de enige twee ‘westerse’ landen
in deze regio elkaar niet helpen. Maar de historie verklaart het en zal nog
lang doorwerken. We mogen dan ook niet tegen de Libanese autoriteiten zeggen
dat we naar Israël gaan, maar Famagusta op het eiland Cyprus als volgende
haven noemen. We roepen dan ook om het hardst bij het uitvaren naar andere
schepen: “Tot ziens in Famagusta”.
De komende nacht zou onrustig kunnen zijn
vanwege de Israëlische marine, maar deze heeft beloofd wat vriendelijker te
zijn dan voorgaande jaren en het blijft stil. Het enige dat we, net als veel
anderen, via de dieptemeter merken is dat er soms een onderzeeër onder het
schip hangt. Tegen de morgen zie je wel hun kleine kanonneerboten, die met
enorme vaart van het ene zeilschip naar het andere spuiten en dan er vlak
naast stil blijven liggen, maar dat lijkt meer ter vermaak van de schippers.
De machine geweren blijven ditmaal omhoog wijzen.
In Haifa mogen we snel naar binnen, misschien omdat het Rally Comité weet dat
wij, nu we ons anker verloren hebben, niet kunnen ankeren tijdens het wachten
en dus rondjes moeten blijven varen. Wellicht ook omdat we altijd een lichte
voorkeursbehandeling krijgen. We zijn er nog niet over uit waaraan we dit te
danken hebben, maar veel mensen willen voortaan ook een hond! We zijn er blij
mee en krijgen een plaats aan de wal, iets wat vele anderen niet hebben. Er is
zelfs een bemanning die over veertien andere boten moet klimmen. Niet langszij
over de reling, maar van steven op steven. En daarbij oppassen niet in het
water te vallen, want dat is zwaar verontreinigd en bijzonder slecht voor je
gezondheid. Frida van “de Snelle” valt op een anker en kneust twee ribben;
Nadia, een Russische, valt in het water, maar weet haar hoofd droog te houden.
We hebben in Turkije een kat gezien die een half jaar daarvoor in deze haven
was gevallen en sindsdien ziek en op sterven na dood is. De leden van de Haifa
Carmel Yacht Club erkennen het zelf ook, maar zien het als de prijs die je
moet betalen voor de industrialisering van het land.
Deze haven is niet luxe, zoals die in
Jounieh of Mersin, niet pittoresk zoals in Cyprus of Iskenderun, maar het feit
dat we ditmaal welkom worden geheten door een gewone zeilvereniging i.p.v.
door dure vertegenwoordigers van steden, provincie of zelfs een land, vind ik
geweldig. Het is toch een prestatie om zo’n Rally binnen te halen, plaats te
bieden aan 75 boten en dan de eerste avond een lopend buffet voor meer dan 200
personen te organiseren, thuis door de leden bereid. Het is een gezellige
avond, natuurlijk gevolgd door heerlijk dansen.
Omdat we de aangeboden excursie al hebben
meegemaakt, huren we de volgende dag een auto. Althans, dat staat op ons
programma. Nadat we door één van de leden van de yacht club naar de Avis zijn
gebracht en daar binnen gekomen vragen of we een auto kunnen huren, worden we
door verwezen naar het volgende loket. Na een half uur wachten zijn we aan de
beurt en blijkt dat we niet gereserveerd hebben. Dan ook geen auto. Ze willen
zelfs niet een andere maatschappij bellen om te vragen of daar wel auto’s zijn,
want dat is de concurrent. Gelukkig blijkt de Hertz dichtbij te zijn en erg
vriendelijk. Hoewel ook hier de logistiek anders is dan bij ons in Europa: de
parkeerplaats staat vol auto’s, we mogen uitkiezen, daarna wordt de auto
schoongemaakt en moet hij nog naar de benzinetank.
Dus de halve morgen is voorbij voor we
wegrijden, richting meer van Galilea. Daar aangekomen blijkt hoe gemakkelijk
het is als je een gids hebt. Ik wil een speciaal kerkje bij Kapernaum
terugzien, het oudste hier ter plaatse, daterend 200 na Chr. met schitterende
mozaïeken en buiten een heel oud doopvont waar je in kunt gaan zitten. Met de
bus reden we daar twee jaar geleden zo heen. Nu we zelf moeten zoeken blijkt
dat er allemaal kerken staan en na twee mislukte pogingen geven we het op. Het
is heet en stoffig en we hebben het al eens gezien, dus we besluiten door te
gaan naar de Golan Hoogte.

En die is mooi! Woest en leeg. Een
natuurreservaat waar nog bijzondere vogels zoals arenden voorkomen. Hier en
daar een nederzetting. Ze zijn omgeven door hekken en prikkeldraad, maar de
poorten staan wijd open en je kunt er in rijden. Ze zijn prachtig. Buitenom
loopt telkens een rondweg, met naar het midden toe doodlopende straten vol
bomen waaraan de huizen, vaak grote villa’s, staan. Het centrum is één groot
park, waar de scholen, gemeenschapsruimtes en de supermarkt staan. Bij één
ervan komt de school juist uit en een aantal moeders gaat met hun kroost onder
de bomen in het park lunchen. Een andere moeder komt aanwandelen met een
rijdende box. We maken een praatje en ze vertellen dat het leven hier luxe en
rustig is. Wij vinden het erg afgelegen, naar de dichtstbijzijnde plaats is
het zeker een half uur rijden. Maar het ergst vinden we nog het hekwerk er
omheen.

Het doet denken aan de concentratiekampen en Gerhard vind dat het enige wat
nog ontbreekt de slagzin is:
“Arbeit adelt”. Bij een volgende nederzetting vinden we een restaurant, een
soort lokaal, waar we pizza eten. Daarna rijden we langs eerst de Syrische dan
de Libanese grens terug naar de haven.
De jacht club heeft voor die avond een
interessant alternatief voor het Rally-diner bedacht: we mogen bij de leden
thuis eten. Wij komen terecht bij het gezin van Mordee in een appartement hoog
boven Haifa met uitzicht op zee, waar we buiten op het balkon eten. Zolang we
over zeilen praten, is er niets aan de hand, wanneer het gesprek op de
politiek komt voelen we ons wat ongemakkelijk. We kiezen ervoor te vermelden
dat we geïnteresseerd zijn in zijn visie, zodat er geen discussie ontstaat.
Maar het raakt ons toch erg te horen hoe vol haat en agressie deze Israëliër
is. Nadat de zoon zijn Waterscout T-shirt in ruil heeft aangeboden tegen
Gerhards EMYR shirt, waar hij met smart afstand van doet, hebben we een
rondrit door “oud” Haifa. Mooi en gezellig, met veel jonge mensen op terrassen
en prachtige uitzichten over een maan beschenen zee.
Donderdag
8 juni Haifa (Israël) – Ashdod (Israël) 80 Nm
Om zeven uur ’s avonds zeilen we uit. Het
wordt eerst kruisen, samen met de “Antonia” van Els en Peter. Zij winnen! Ons
grootzeil loopt aan de top niet helemaal uit. Gerhard slaapt en ik ga er van
uit dat dit er in de loop van de nacht wel uit zal waaien. Buiten de baai van
Haifa staan hoge golven en we kunnen aan de wind varen.
’s
Nachts valt de wind weg en wordt het motoren, terwijl we het grootzeil laten
bijstaan. Als ik tegen de morgen wakker wordt is het zeil nog niet goed en
Gerhard wil het er graag af halen om te bekijken. Dus staan we weer midden op
zee op een boot vol zeil. Deze keer zijn we beter voorbereid, maar toch is het
moeilijk het zeil los te maken omdat de boot door de hoge golven heen en weer
kantelt. Zo kijk je het ene moment recht in de diepte, terwijl je vlak daarna
bijna achterover valt. Het blijkt dat het stiksel dat in Syrië is gemaakt
alweer los laat. Dus we halen het zeil naar binnen en motoren verder.
Voor de haven van Ashdod staan enorme
golven. Leuk voor de mensen die op het strand liggen en een prachtige branding
hebben, voor ons is het moeilijker om te manoeuvreren, terwijl we wachten tot
we binnen geroepen worden. Maar zodra we in de haven zijn is het luxe alom.
Ashdod is deze keer als extra haven in het EMYR programma opgenomen omdat de
stad deze week 50 jaar bestaat en wij deel zijn van hun festiviteiten. De
haven is pas nieuw en nog bijna leeg. Maar het is niet alleen feest. Na een
enorm luxe borrel met lopend buffet horen we ’s avonds een enorme dreun.
Buiten zien we niets bijzonders, later horen we dat er een aanslag met veel
doden is gepleegd.
Vanuit deze haven maken we zaterdag een
excursie naar Jeruzalem. We hadden dit graag op eigen gelegenheid gedaan, maar
vanwege de sabbat rijden er geen bussen. De excursie blijkt erg leuk, we
bezoeken de Olijfberg, de Hof van Getshemane, de Klaagmuur, de Via Dolorosa,
het museum met de Dode Zee rollen en maken een wandeling door de vier wijken
van de oude stad: de Armeense, Joodse, Moslim en christelijke wijk.




Vanwege de sabbat zijn de winkels
en restaurants gesloten. Zelfs de pinautomaten zijn buiten werking gesteld en
je mag op bepaalde plaatsen zoals bij de Klaagmuur geen mobiele telefoon aan
hebben of zelfs maar iets op een papiertje schrijven. De sabbatsweeën zijn op
vrijdagmiddag al begonnen.Tijdens de door de stad Ashdod aangeboden excursie
blijkt de gids plotseling verdwenen omdat hij anders niet voor het begin van
de sabbat, om zes uur ’s avonds, thuis kon zijn. Wat later is de hele bus weg
en moeten we een taxi terug nemen. Dat geeft wel een bepaalde couleur locale,
net als de strenge bewaking van gebouwen zoals de supermarkt. Het Rally diner
op zaterdagavond begint pas om half tien omdat er voor het einde van de sabbat,
om zes uur ‘smiddag, niet gekookt mag worden. Het wordt een gezellig geheel.
Er is een zanger, maar binnen de kortste keren zingen de burgemeester en een
ex-admiraal van de Israëlische Navy het hoogste lied, natuurlijk op vakkundige
wijze door ons bijgestaan
Bello is intussen buiten adem. Hij heeft
een aantal aanbidsters, die in de rij staan om met hem te wandelen, spelen en
zwemmen. Het zijn opstappers, waaronder Maria, Nadia en Monika. Ze gaan er
graag in hun eentje op uit en vinden dit veiliger met Bello. Hij is aan het
eind van elke havendag compleet afgedraaid.

Zondag 11 juni Ashdod (Israël ) –
Ashkelon (Israël) 10 Nm
De afstand voor vandaag is erg kort. Je
bent meer tijd kwijt met je schip zeilklaar maken en in- en uitvaren, dan met
zeilen. Maar dat zeilen stelt bij ons niets voor. In Ashdod is ons grootzeil
opgehaald en naar Tel Aviv gebracht om goed genaaid te worden. Dus we kunnen
alleen op de fok varen, bij halve wind. Het invaren in de marine van Ashkelon
is een crime. Met een sterke zijwind achteruit aanleggen, tussen twee ijzeren
meerpalen. Gelukkig lukt het ons. Dan volgt de door de bomaanslag versterkte
controle en moeten we met elkaar in de rij bij de douane zitten, waar je na
een half uur de hele bemanning moet showen om te kijken of de pasfoto’s
kloppen. Het geheel doet bureaucratisch aan. Als we echt een terrorist aan
boord hebben, zouden we hem onderdeks houden tot na de controle.
Ook hier wordt Bello goed getraind. Nadat
wij met hem gewandeld en gezwommen hebben, komt eerst Monika, daarna Maria om
hetzelfde te doen. We hebben intussen al genoeg oppas aanbiedingen voor in
Egypte, er wordt om hem gevochten!!!
Zondagavond is het Rally-diner, met
dansen na, weer bij volle maan. Het is onbegrijpelijk dat er al een maand om
is! Hier worden de plaquettes uitgereikt aan de boten die met de Rally stoppen.
Gerhard weet nog steeds niet of hij door wil naar Egypte en wordt overvallen
door de uitreiking, die normaal altijd op de laatste avond plaatsvindt. Nu
moet hij wel door naar Port Saïd!
We hebben twee vrije dagen, omdat we niet
met de excursie mee gaan en hebben door Ashkelon gewandeld op zoek naar een
bank en supermarkt. Zo’n nieuwe stad is compleet anders opgezet dan onze
steden. Het centrum is autovrij, maar geen plein zoals we dat verwacht hadden
met terrassen, maar een park met veel schaduw, waar de overheidsgebouwen en
sportvelden liggen. Een beetje een Amerikaanse campus, maar naar onze
begrippen toch ongezellig, omdat je de “drukte” mist.
De laatste avond hebben we met onze groep
één van onze pot-luck diners op de steiger. Het zijn complete buffetten, er
zijn blijkbaar veel goede koks aan boord! Mijn bijdrage bestaat uit een aantal
perfecte mezes (voorgerechten) uit de supermarkt. Het wordt veel praten,
zingen en plezier maken. Gerhard plengt een offer aan Poseidon, door een fles
wijn in het water te laten vallen, wat met gejuich wordt gevierd. De avond
eindigt helemaal goed als ons grootzeil wordt teruggebracht.
Woensdag 14 juni Ashkelon (Israël) - Port
Said (Egypte) 124 Nm
We staan om kwart over vier op om het
grootzeil te hijsen. Om half vijf, bij het eerste licht, vertrekken de eerste
boten en even later mogen wij er ook uit. We hebben deze keer Monika als crew.
Zij wil eens iets anders dan zeilen op de “Stream Spirits”, een catamaran.
Voor ons is het gemakkelijk op zo’n lange afstand met meer mensen te zijn, dan
krijgen we meer slaap.

Er staat een geweldige wind, 16 knopen
dwars op het schip. We zeilen de hele afstand, gedurende de nacht zelfs
gereefd, om niet te veel over te hellen. We halen zo nu en dan tegen de acht
knopen!

Tegen drie uur ‘s nachts naderen we de
Egyptische kust, die als een kermis is verlicht. Wat ik voor kades met rijen
oranje lichten houdt, blijken tankers te zijn die uit een bypass van het Suez
kanaal komen. We moeten hun vaarroute oversteken, maar je ziet ze van ver
aankomen en ze varen in konvooi, dus heel voorspelbaar. Toch zijn we
voorzichtig, halen de fok in voor meer uitzicht en gaan wat later zelfs over
op de motor voor betere wendbaarheid. Bij de kust gekomen zien we op de
aangegeven plaats al een groep boten voor anker liggen. Wanneer wij er achter
manoeuvreren om ook te ankeren lopen we plotseling, bij een diepte van meer
dan zes meter, met een klap vast. Achteruit varend komen we gelukkig weer los.
Terwijl we opgelucht adem halen komt het schip weer met een ruk tot stilstand.
De schrik slaat ons om het hart, want er is niets te zien en we hebben nu geen
idee meer naar welke kant we moeten om los te komen. In de achteruit lukt het
ons gelukkig toch en we geven via de marifoon een waarschuwing aan de anderen.
Hoogstwaarschijnlijk is dit een niet aangegeven scheepswrak. Het ankeren, voor
de eerste keer met ons reserveanker, gaat goed en we hebben nog een paar uur
tijd om te slapen.
Als het goed licht is, om zes uur, varen
alle boten prachtig versierd achter elkaar richting Suez Kanaal.

Helaas gaat de boot van Hassan, die
voorop vaart, hierbij regelrecht af op de plaats van het wrak. We roepen hem
op en hij verlegt snel zijn koers, het schip achter hem volgt onmiddellijk,
maar de twee daarna volgende boten lopen helaas vast op het wrak. Ze zijn
gelukkig snel weer los. We gaan het drukke kanaal in, op deze tijd van de dag
doorsneden door snel overvarende ferry’s en binnenkomende visserschepen
waarvan iedereen wuift, en mogen na een paar honderd meter aanleggen in het
Arsenaal, een marinebasis die voor ons is ontruimd.
’s Avonds hebben we hier een aangeklede
cocktail (zonder alcohol!) met een schitterende voorstelling door een
grote groep dansers. Hierna mogen we zelf dansen maar dan liggen wij al in de
kooi.
Vrijdags en zaterdags gaan we naar Caíro.
De stad heeft nu 20 miljoen inwoners, twee miljoen meer dan twee jaar geleden.
Over vol gesproken! We bezoeken de piramiden van Gizeh en de Sfinx.
Indrukwekkend en erg mooi.

Op aanraden van Maria probeer ik in
het binnenste van de piramide met mijn rug tegen een muur heel zacht te “zoemen”.
Het geluid komt versterkt terug en vult de hele ruimte. Prachtig! Daarna gaan
we naar het Nationaal Museum, toch weer het hoogtepunt met de schatten van Tut
Anch Ammon. Zo mooi, zo overweldigend en toch ook vaak zo modern van
vormgeving. Als Gerhard naar buiten gaat gebruik ik het laatste half uur om
andere dingen te bekijken. Het leuke is dat ik na het bezoek aan Luxor met
mijn moeder, waarvoor ik veel over Egypte gelezen heb en waar we een geweldige
gids hadden, veel meer zaken herken en kan plaatsen. Aan het einde van de
middag hebben we een felucca vaart over de Nijl en ‘s avonds een diner met de
gebruikelijke buikdanseres.
De volgende dag bezoeken we na de
Albasten Moskee het centrum van de stad, waar we met Guus en Stella door
prachtige ambachtstraatjes slenteren. De kakofonie waar je in loopt is
onbeschrijfelijk. Auto’s scheuren door de straat, mannen met handkarren lopen
er roepend tussendoor, paard en wagens houden een rodeo, vrouwen met dozen op
hun hoofd wandelen onverstoord verder, kleine pick-up truckjes vol bagage met
daarop mannen proberen er tussen door te manoeuvreren en onder een stilstaande
auto zoogt een hond haar puppy. Alles toetert, roept, muziek uit winkels, het
lawaai is enorm. De smerigheid ook, de vuilnis ligt in hopen op straat en
iedereen loopt er op blote voeten in pantoffels of slippers door. We hebben
het gevoel of we in een film lopen. Overal worden we welkom geheten, we moeten
binnenkomen om te kijken wat er gemaakt of gedaan wordt.




Zo zien we iemand die met zijn voet een
enorm, op een vuur verwarmd strijkijzer beweegt om mannenjurken te strijken.
Ook een paar koperslagers die met eindeloos geduld heel kleine driehoekjes in
een koperen plaatje uitzagen. Er wordt houtskool gestookt, er zijn kappers,
slagers met de gebruikelijke hoeveelheid vliegen, werkplaatsen waar oude
weegschalen of stoelen worden hersteld, winkels, eettentjes en theehuizen met
waterpijpen. En iedereen vind het prachtig dat we er zijn. Wanneer de bussen
weer wegrijden zien we Maria lopen, die naar later blijkt in haar eentje via
het openbaar vervoer hier twee dagen heeft doorgebracht en ook alles heeft
gezien. Die meid heeft lef!
Teruggekomen in Port Said gaan we met een
stel Nederlanders uit eten. We worden nu een hechte groep en vinden het jammer
dat we binnenkort afscheid moeten nemen. Bij aankomst in het Arsenaal blijken
we met drie Nederlandse boten naast elkaar te liggen: de “Skua” van Wytze en
Mia, de “CRob” van Rob en Heleen, die we ook al twee jaar kennen en, er
tussenin, de “Daydream”. We vinden dat we dit moesten vieren en hebben een
Sunset borrel op de “CRob” aangeboden voor alle Nederlanders. Het schip zink
bijna terwijl wij de meest exquise Nederlandse liederen ten beste geven,
begeleid door Wytze op zijn trekharmonica.
Zondag hebben we een vrije dag, met als
afsluiting het Rally diner. Hier begint het eerste echte afscheid: “De
Snelle”gaat hier vandaan terug naar Turkije, het schip moet weer in de
charter. Ook Maria ’s boot haakt af. We zullen haar missen!

Wij hebben besloten dat we niet meer
kunnen stoppen, het einddoel is vlakbij, we genieten enorm en willen graag
goed afscheid van iedereen nemen., dus wij gaan door!
Maandag 19 juni Port Said (Egypte) –
Herzliya (Israël) 136 Nm
We verlaten ‘s morgen om negen uur het
Suezkanaal, met schepen vol vlaggetjes, keurig achter elkaar varend.

Jammer om Egypte weer te verlaten,
de mensen zijn er erg vriendelijk, roepen op straat steeds welkom. Op zee
gekomen blijkt dat we aan de wind kunnen zeilen. Geen harde wind, ongeveer 10
knopen, maar heel regelmatig. We zijn weer samen, Monika wilde graag de
laatste etappe afleggen op haar “eigen” schip en wij vinden dit ook prima. We
zijn gewend aan het ritme en het werken met zijn tweetjes en vinden het
heerlijk ontspannend om een langere afstand samen te zijn. We kunnen ook deze
keer de hele nacht zeilen, bij een rustige zee, zodat degene die geen wacht
heeft goed kan slapen. ’s Morgens om tien uur komen we aan in Herzliya en
omdat de vloot nu erg verspreid is, mogen we meteen binnenlopen.
Het is weer een enorm luxe haven, met een
prachtig winkelcentrum en veel restaurants. Alleen voor de rijken, die zelf
niet koken blijkbaar, want de dichtstbijzijnde supermarkt is op een kilometer
afstand. Maar de haven heeft voor een gratis pendelbusje gezorgd. De steigers
zijn afgesloten door hekken, die elektronisch geopend kunnen worden. Er is
altijd wel een Israëliër die staat te wachten om mee naar binnen te mogen. Als
ik tegen één van hen de opmerking maak dat dit de veiligheid kan ondermijnen,
zegt hij dat je alleen voorzichtig hoeft te zijn bij donker uitziende type’s!
De eerste avond krijgen we een cocktail
(tot ieders opluchting weer mét alcohol) en een lopend buffet. Het geheel
wordt opgeluisterd door een Jazz combo. Muziek die we lang niet gehoord hebben
en waarop we ook perfect kunnen dansen.
De volgende dag is onze laatste dag, die
wordt gebruikt om boodschappen voor de overtocht te doen, alvast veel eten
voor onderweg klaar te maken en het schip te strippen van elk teken dat wijst
op deelname aan de EMYR.
We willen namelijk op Grieks-Cyprus overnachten en dat is nog steeds
vijandelijk gezind tegenover Turks-Cyprus. Als ze maar denken dat je, in dit
geval via de EMYR, op het Turkse deel bent geweest, kun je gevangenisstraf
krijgen. In dit geval is het niet zo, zoals bij Libanon, dat iedereen wel weet
dat het niet klopt, maar zolang het officieel volgens het boekje gaat, er
verder niets wordt gevraagd. We bergen dus zelfs het EMYR handboek en de
folders die we onderweg gekregen hebben goed op, want twee jaar geleden werd
zelfs in onze boeken gebladerd.
Voorafgaande aan het laatste Rally diner
hebben we onze groepsborrel, waarop de plaquettes worden uitgedeeld. Chris,
onze groepsleider, houdt een goed voorbereide afscheidsspeech, die hij toch
nog in tranen beëindigd als hij zijn vrouw Geraldine bedankt voor haar
ondersteuning.
Het waren leuke groepsleiders, die vooral
op het sociale vlak uitblonken. Ze hebben van het begin af gezorgd dat we een
hechte groep werden door steeds leuke dingen te organiseren. Bij het uitreiken
van de plakken bleek dat op die van ons als eindhaven Lattakia stond! We
hadden in het begin immers gezegd dat we maar tot Syrië mee wilden gaan!
Het laatste EMYR diner is leuk, met
dansen op Zuid Amerikaanse muziek, speeches en veel lol, zoals het
vermelden van waanzinnige onderscheidingen, waaronder de "never-ever give-up
award for Daydream and Bello", maar ook vol afscheidsblues. Wij zullen
de volgende dag met nog drie andere boten als eersten vertrekken en weten dat
we velen niet snel weer terug zullen zien.
Donderdag 22 juni Herzliya (Israël) – Paphos (Griekenland)Cyprus) – Finike (Turkije)
340 Nm
Afvaren uit Israël is geen sinecure. Je
moet dit twee dagen van te voren bij de douane melden, betalen voor het
uitklaren en dan op de dag zelf wachten tot de douane komt.
Onze vertrektijd zou idealiter om vijf
uur ’s ochtends zijn, willen we de volgende dag voor donker op Cyprus aankomen.
We begrijpen dat dit teveel gevraagd is omdat de douane uit Tel Aviv moet
komen en er wordt afgesproken dat de vier schepen die vandaag willen
vertrekken om zeven uur kunnen uitvaren.
Dus staan we, ondanks de korte nacht
waarin we tot in de kleine uurtjes gedanst hebben, om zes uur op. Om zeven uur
is er geen douane, ook niet om acht uur. Om half negen wordt ons verteld dat
ze onderweg is, nog een paar minuten wachten. Om half tien horen we dat ze nog
moet vertrekken, maar dat zal vlug gebeuren. Om half elf varen we eindelijk
uit. We zijn niet erg gelukkig, want nu zullen we, ook al staat er een
prachtige wind die ons goed vooruit helpt, telkens de motor aan moeten houden
om de tijd in te lopen.
We hebben met Peter en Els van de
“Antonia”, die tegelijk met ons afvaren, afgesproken iedere avond om zeven
uur via de marifoon contact te hebben. En zo praten we de eerste avond midden
op zee even gezellig met elkaar.

Hun koers ligt wat westelijker dan
die van ons, omdat zij, zonder hond die uitgelaten moet worden,
rechtstreeks naar Turkije gaan. Ze hebben dan ook niet de tijdsdruk om voor
donker aan te komen en kunnen steeds heerlijk zeilen.
We hebben geluk met de wind en varen de
volgende dag om vijf uur ’s middags de haven van Paphos binnen, vol verlangen
naar een lekker pilsje. We kennen de haven omdat we hier twee jaar geleden ook
ankerden, toen met een groep EMYR zeilers. Het blijkt nu echter propvol te
zijn en daardoor is er te weinig ruimte in het havenbekken over om nog te
ankeren. Achteraf blijkt dat dit nu ook verboden is. Maar tot ons genoegen
zien we een vrij plekje, nog wel langszij een ons bekend schip: de
“Samarinda II” van Mary Lou en David. Die hebben we twee jaar geleden voor
het eerst ontmoet tijdens de EMYR. Verleden jaar trokken we veel met ze op,
toen ze hetzelfde rondje Egeïsche Zee deden en we hebben genoten van onze
gezamenlijke “Happy Hours”. Helaas realiseren we ons dat ze een maand geleden
het schip hebben verkocht en naar Cyprus gebracht. En hier ligt ze nu op ons
te wachten. We gaan langszij, maar het wordt ons door omstanders onmiddellijk
duidelijk gemaakt dat dit niet kan, omdat hier straks een duikersboot komt te
liggen.
We gooien de touwen weer los en maken nog
een rondje door de haven. Helaas, er is geen plaats te bekennen en we leggen
weer aan naast de “Samarinda” en gaan snel via deze boot aan land om Bello
uitlaten. Er iwordt ons namelijk al kritisch gevraagd of Bello wel aan wal mag
(Grieks – Cyprus heeft een quarantaine gebod) en we wachten het oordeel maar
niet af. Nadat Bello leeg en gelukkig weer aan boord is kijken we elkaar aan.
Door de goede wind is er meer diesel over dan verwacht en als we een aantal
uren zouden kunnen zeilen kunnen we de Turkse kust wel halen voor de volgende
avond. Het besluit is snel genomen, hier willen we niet blijven en we gooien
weer los. Wanneer we een aantal rondjes in de haven varen om de touwen en
stootwillen op te ruimen voor we weer op zee zijn, wordt het een zeiler toch
te gortig en hij vraagt waar we vandaan komen. Als hij hoort dat we uit Israël
komen, is zijn onmiddellijke reactie: “De EMYR!! Is die al afgelopen? Blijf
hier toch!” Maar we hebben het wel bekeken en varen uit.
Het wordt een lekker pilsje tijdens het
varen en even later weer contact met Els en Peter via de marifoon. Ik kook
terwijl we zeilen, wat geen probleem oplevert door de rustige zee. De wind
neemt af, maar we kunnen tot ’s ochtends vroeg de zeilen bij laten staan, vaak
gesteund door de motor. Dan valt de wind helemaal weg en we motoren richting
de Turkse kust. De zee is leeg en dat is wel wennen na de EMYR met overal om
je heen een spoor van lichtjes. Op de eerste avond hebben we twee schepen
gezien, deze nacht geen enkele. Het is erg donker met veel sterren aan de
hemel, de maan komt pas tegen vier uur op. Midden in de nacht denkt Gerhard
een boot aan de horizon te spotten, maar het blijkt een opkomende ster te zijn.
De laatste dag wordt het warm zonder
wind, voor het eerst tijdens onze tocht varen we zonder sprayhood. En dan
hebben we toch nog op een volkomen lege zee plotseling een enorme boot vlak
bij ons! Doordat ik alleen zittend om me heen kijk en niet ben gaan staan, kan
ik de zee achter de buitenboordmotor net niet zien. En laat daar nu een boot
vandaan komen! Gelukkig wijken we beide op tijd uit. Maar je realiseert je dan
weer extra hoe voorzichtig je moet zijn met die snelle vrachtschepen.

Om zeven uur ’s avonds varen we de haven
van Finike in Turkije in en worden begroet door de “Tyda” een schip uit
onze groep die in Port Said heeft afgehaakt. Later die avond loopt ook de
“Antonia” binnen en Gerhard heeft dan nog een gezellige borrel met ze. Ik lig
dan al op kooi.
Vanavond hebben we een laatste etentje
met Els en Peter, Guus en Stella. Dan ligt de EMYR weer achter ons en zullen
we overgaan naar een patroon van ontspannen zeilen, ankeren en zwemmen.
Bovendien verwachten we bezoek. Een leuk vooruitzicht!