Zeilen met de DAYDREAM   

 

Over
 ons
2001
Kroatie
 
2002
Kroatië
Griekenland
2003
Griekenland
Turkije
2004
15 e
EMYR
2005
Egeïsche Zee
2006
17 e
EMYR
2007 - 2008

Spelevaren

2009
20e
EMYR

 

Zeilen 
   met
Parkinson

 

 

 

                   Reisverslag EMYR 2004

 

16 april 2004
Iedereen die verder nog werkzaamheden voor het schip doet, bezweert dat we op tijd (is over tien dagen) het water in kunnen, maar er gebeurt niet veel. We houden ons hart vast, maar rekenen er maar op dat het goed komt. Wel maken we voor ons zelf een prioriteitenlijst met zaken die
we in ieder geval klaar moeten hebben. Het ziet er naar uit dat ons dat wel moet lukken.

Intussen zijn we bezig het schip weer wat in te richten. Vorig jaar riep ik al: “de boot is vol”, nu hebben we het gepresteerd om weer bijna 60 kilo aan “hoogst noodzakelijke” zaken mee te slepen. Maar we komen ons zelf tegen, er is werkelijk geen plekje meer vrij en het is gewoon lastig om alles zo propvol te hebben. Er zal dus geruimd moeten worden.

 

26 april

We zijn na een drukke periode  maandag 26 april het water ingegaan.  Het te-waterlaten zelf verliep voorspoedig en we zijn tamelijk snel naar de marina in Bodrum gevaren, om de boot te ontdoen van de gevolgen van de zandstormen van Icmeler. Het dek was gezandstraald en ieder potje en pannetje zat dagelijks weer vol. Toen de boot en wij weer toonbaar waren kwamen de gasten. 's Middags  Gerrit, Gerhards broer, met zijn vrouw Riet. En dinsdagochtend onze crew, Fred en Henriette, ervaren zeilers, die het nationale deel van de EMYR (Eastern Mediterranean Yacht Rally) met ons meegaan en in Kemer van plaats wisselen met Bram en Tineke, die meezeilen naar en van Cyprus .
                                                             

Tijdens het zeilen kwamen nog een paar problemen aan het licht, die best ernstig hadden kunnen uitpakken. Er brak tijdens het voor de (harde) wind varen met een gedeeltelijk gereefde fok een harp in de achterstag. Die bleef tot onze opluchting op een puntje hangen, zodat we tijd hadden om het zeil te strijken en de mast te borgen. Anders was de mast over boord gegaan. We zijn snel naar de haven gevaren, waar we een nieuwe harp installeerden en ook het probleem van het rolsysteem van het grootzeil konden verhelpen.

 

Start EMYR        Bodrum -  Gocek,

  Toen we de haven van Bodrum weer binnenliepen hadden we dan ook vol trots gemeld dat wij  EMYR deelnemers waren. Voor ons was dat het spannende begin van een nieuw evenement.  Bij het aanleggen stond er al iemand klaar met twee speciale tassen vol informatie, rallynummers, -vlaggen en cadeautjes.

   
's Avonds hebben we lekker in de tuin van het hotel van onze beroemde kapitein Husseyin, die ons deze winter zo goed met de Daydream geholpen heeft, gegeten als afscheid van Gerrit en Riet.
De volgende dag werd er een EMYR tour naar het kasteel van Bodrum en over het schiereiland  georganiseerd, waar Fred en Henriette aan mee deden en waar ze erg enthousiast van terugkwamen. Wij hebben de laatste boodschappen gedaan en gezorgd dat het schip klaar was. 's Avonds was er een schippersmeeting, waarbij de weersverwachting werd besproken en afspraken gemaakt over de vertrektijden, met aansluitend een borrel.

De verwachtingen wezen er aanvankelijk op dat er in de loop van de woensdag een erg harde wind (6-8 Bft.) zou opsteken. Maar de voorspellingen toonden nu aan dat het nogal meeviel, dus is er besloten dat de groep woensdagmorgen tussen 5 en 6 uur zou afvaren.  Dus vanmorgen om vier uur opgestaan, onze vertrektijd was 5.05 uur. En toen woei het al stevig. Bovendien was de voorspelling nu windkracht 5, oplopend tot 8 aan het eind van de dag. We moesten 65 mijl varen en omdat we eerst tegenwind, daarna zijwind zouden krijgen leek dit ons erg onaangenaam. We hebben dus om vijf voor vijf  besloten niet uit te varen. Op één ander schip na, dat wat motorproblemen had, zijn de anderen wel weggaan. Dus voor ons een anti-climax. Jammer, maar als we de wind nu horen en het schip voelen schommelen, zijn we blij hier in de haven te liggen. Omdat de rally morgen een vrije dag heeft gepland, kunnen we altijd nog daarheen varen of onmiddellijk naar de daarop volgende bestemming doorsteken. De wind zal gaan draaien, dus de verwachting is dat we daar dan heen spuiten.
                                                      
 

We hoeven ons vandaag echter niet te vervelen, want intussen bleek dat de pomp van onze nieuw geïnstalleerde vuilwatertank, waarin het afvalwater van het toilet verzameld wordt dat pas op volle zee weer geloosd mag worden, niet werkte. Hij kon niet geleegd worden en begon over te lopen (lekker geurtje!).   Fred heeft hem leger gemaakt en de voorpunt gereinigd en kan nu een nieuwe functie aan zijn curriculum vitae toevoegen!  Het euvel is gelukkig gevonden, maar om Gerhards self-esteem niet te veel te beschadigen vertellen we dat later wel.

 Helaas was de wind de volgende dag nog erg hard en ons plan om donderdags vroeg te vertrekken om ons weer bij de vloot in Orhanija te voegen, waar ze een vrije dag hadden, vervloog. Maar toen de wind in de loop van de middag verflauwde, zijn we elk uur naar de golven gaan kijken en we besloten om 19.30 uur af te varen. We schatten de omstandigheden in als "onaangenaam" gezien de golfhoogte. Dat bleek achteraf heel erg mee te vallen. Bodrum lag op lager wal, daar waren de golven nog hoog en wild, maar na een uur werd het al beter en na een tijdje zelfs buitengewoon aangenaam.

We moesten  de hele nacht plus komende dag in één ruk doorvaren, om tegelijk met de groep in Göcek aan te komen, ongeveer 110 NM.  Het werd een prachtig nacht, de maan kwam op boven de oude stad Knidos, en we voeren over een zilveren zee. We hebben om de beurt wat geslapen, maar iedereen vond het zo leuk, dat er altijd minstens twee personen buiten waren. Heel gezellig. We kwamen vlak bij Rhodos langs, en ook van de andere Griekse eilanden konden we heel goed de bergen onderscheiden. Onderweg hadden we helaas wel ontdekt dat er ergens zoet water binnenkwam, dus dat probleem moest opgelost worden. (Gerhard en Fred zijn er nog dagen mee bezig geweest.)  

Helaas stond er nu weinig wind, we hebben maar even gezeild, maar we konden een goede snelheid halen en waren vrijdag om 13.00 uur al bij de dieseltank in Göcek, een plaatsje in de prachtige baai van Fethiye, met allemaal kleine eilandjes en baaitjes. Dit deel van de kust wordt "de turkooizen kust" genoemd, vanwege de prachtige kleuren van het water.

                                                 
We voeren de haven in, waarvan de voorzieningen op de wal zijn aangelegd als een Amerikaanse campus met veel bloemen en bomen. Men wilde ons aan de buitenzijde van de steiger aan lager wal aanleggen, maar dat hebben we geweigerd, te gevaarlijk. Toen de vloot binnenkwam, werden ze daar wel vastgemaakt en dat leverde de nodige precaire situaties op.

 

Dit gebied is het oude Lycië, en strekt zich uit tussen Fethiye en Antalya. Het is één van de meest bergachtige en wilde landschappen van Turkije. De sterk gerafelde kustlijn, voorzien van veel diepe baaien, bestaat afwisselend uit steil in zee vallende uitlopers van het Taurusgebergte dat als een muur oprijst en grote vlakten, ontstaan door de aanslibbing van rivieren.  De Lyciërs zijn altijd zeevaarders geweest. Tot aan de negentiende eeuw werd de Lycische kust aangeduid als de "piratenkust". Niet verwonderlijk met de vele strategisch gesitueerde inhammen en eilanden!   

Eén van de overblijfselen van de Lyciërs zijn hun graven en sarcofagen. Er zijn hele grafvelden, die voornamelijk uit de Romeinse tijd dateren. Dodenverering was belangrijk voor ze, er werd wel gezegd dat "ze leefden in hout en stierven in steen".  Er zijn twee vormen van deze graven: de rotsgraven, die in de rotswand zijn uitgehakt, en de sarcofagen. De rotsgraven zijn soms eenvoudig, als een huisgraf, soms zijn ze ook vormgegeven als een tempel, mooi gedecoreerd en voorzien van een fries en inscripties die evt. grafschenders vervloeken. Deze graven hebben dan de vorm van een Ionische tempel en zijn meestal hoog in de rotsen uitgehakt en van ver zichtbaar. De sarcofagen zijn eenvoudiger, een rechthoekige stenen kist, vaak met een kleine (deur) opening en afgesloten met een dakvormig deksel, dat sterk lijkt op een omgekeerde boot.  

                                   

Je komt ze overal tegen, soms in hele groepen. Fred en Henriette zijn zaterdag een paar van deze tempelgraven gaan bekijken en hebben in Fethiye  de bazaar bezocht. s Avonds was er een geweldige barbecue bij één van de restaurants van de haven. 

 

Blauwe Cruise:     Kekova, Finike 

De volgende morgen vroeg weg, we voeren om ongeveer half vijf al uit, we hadden 68 NM voor de boeg. Even later zagen we het prachtig licht worden boven Fethiye, in roze en parelmoeren kleuren. Hoewel we weer niet konden zeilen, de wind stond op kop en het deze dag tamelijk guur was (truien aan!) was het wel een prachtige tocht door een schitterend gebied.   Dit deel van de tocht (van Bodrum tot Finike) wordt ook wel "de Blauwe Cruise" genoemd en wordt gemaakt door heel wat Gullets met gasten aan boord. Een boekje met een vaarbeschrijving hiervan had ik tien jaar geleden al gekocht. Het is geweldig om het nu zelf te zeilen! We legden tegen vier uur aan in Kekova Roads. We konden ankeren in een baaitje, dat een uitloper was van een grotere baai, dus heerlijk rustig, of aanleggen aan de steiger van het restaurant van Ibrahim. We koen het laatste. Het dorpje, Ucagiz,  is nog echt Turks. Vrouwen met harembroeken en hoofddoeken, huisjes met houten veranda's en leuke kleine straatjes. En ook hier, net buiten het dorp boven zee, hele groepen sarcofagen. Natuurlijk ook toeristen, soms leek het wel of het allemaal alleen als decor voor ons gebouwd was.
                                                     .

's Avonds was er een uitgebreide cocktail, waarna we bij Ibrahim hebben gegeten. Dat is een ongeschreven regel: je hoeft aan zo'n steiger geen liggeld te betalen maar je wordt wel geacht iets in het restaurant te gebruiken. We zaten aan tafel met Nicole en Peter, Nederlanders waarmee we tijdens de barbecue in Göcek kennis hadden gemaakt en het bleek dat we gemeenschappelijke vrienden hadden. Ze zijn van een zeilboot overgestapt op een motorboot, een enorm schip, de Impala, 18 meter lang, dat ze in Roemenië hebben laten bouwen.  

De volgende morgen was er een boottocht met lunch naar de verdronken stad Simena, waarvan je nog mozaïekvloeren, pilaren en de overblijfselen van een antieke haven etc. onder water kunt zien.  

's Middags zijn we uitgevaren voor een korte etappe naar Finike, 18 M. Weer voornamelijk motoren, de wind stond goed maar was te zwak. We zijn daar om half vijf aangekomen, en kwamen naast de Impala te liggen. Binnen vijf minuten kwam er rook uit diens ramen en het stonk naar verbrand plastic. Dus groot alarm! 

De bemanning van de haven reageerde bliksemsnel, ze hadden de dag ervoor nog getraind.  Ze kwamen op scooters met brandblussers aanracen, de brandslangen werden uitgerold, etc. Het was moeilijk om te zien wat de oorzaak was, want de machinekamer (zo groot als onze hele kajuit) stond vol rook, je kon maar 25 cm. voor je zien
.                                        
Gelukkig was de buurman aan onze andere kant professioneel duiker, die heeft zijn apparatuur aangedaan en is zo, met masker en al, in de machine kamer gegaan en heeft de accu's losgekoppeld. Daarna werd het schip weggesleept en op een veilige plek neergelegd. Het was gelukkig niet nodig de blusapparatuur te gebruiken, wel was een brandblusser van het schip zelf automatisch afgegaan, wat een deel van het probleem schijnt te hebben  veroorzaakt. Na veel hulp kwamen ze in de loop van de avond onder luid getoeter van de vloot weer naast ons liggen. De stank ging hen vooruit, maar het schijnt dat er geen vitale onderdelen zijn beschadigd.

Vandaag (dinsdag) is er een toertocht naar de antieke stad Myra  en enkele andere plaatsen. Fred en Henriette zijn mee. Ik wil vanmiddag het stadje verkennen, want dit lijkt ons wel een leuke en goede haven om de boot in de winter te laten liggen. Het klimaat is hier in de winter heerlijk en het ligt aan het mooiste deel van de kust. Bovendien schijnt het hier nog niet bedorven te zijn door toeristen. Gerhard heeft een spier verrekt, dus kan helaas niet mee. Verder willen Gerhard en ik het schip graag schoon hebben voordat we morgen in Kemer aankomen, waar donderdagochtend  Bram en Tineke aan zullen komen. In Kemer vindt ook de officiële start van de EMYR plaats, met o.a. Rally games en een officieel diner op vrijdagavond. We hopen daar met z'n zessen aan deel te kunnen nemen, zaterdagmorgen gaan we verder en vertrekken Fred en Henriette richting Bodrum, om vandaar terug te vliegen. Finike blijkt  een beetje verwaarloosde oude binnenstad te hebben, veel kleine winkeltjes, armoedig en slecht verzorgd. Heel anders dan Bodrum, waar ook een groot deel echt Turks is en niet voor toeristen bestemd, maar waar de winkeltjes bloeien. Hier in Finike ook veel nieuwbouw, met weinig sfeer. We hebben geen behoefte hier in de winter te liggen.

 

woensdag 12 mei:  Finike - Kemer
 45 NM

 

De volgende morgen om 6.45 uur vertrokken, we komen in Kemer aan om 15.00 uur.  45 NM gevaren, wind tegen, dus gemotord. In Kemer worden we dubbeldik aangelegd, wat veel problemen geeft om van boord te komen, we moeten over vier schepen klauteren.  Ook lukt het nauwelijks om Bello via het bijbootje uit te laten, omdat de kade-muren zo'n 1.60 m. hoog zijn.

                                     

De EMYR  blijkt één groot feest te zijn.  Het officiële aantal deelnemers in Kemer, het begin van het internationale deel , is 104 boten en 19 nationaliteiten. Gelukkig hadden we tijdens onze tocht vanaf Bodrum al een aantal mensen leren kennen, dat maakte het een stuk gemakkelijker . Het zijn bijna allemaal mensen van onze leeftijd,  erg leuk en we hebben nu al veel aardige mensen ontmoet. We hebben natuurlijk allemaal een beetje dezelfde belangstelling want we houden van varen, hoeven meestal niet meer te werken, hebben de stap genomen niet meer zo veel in het eigen land te zijn en houden natuurlijk een beetje van dezelfde oude muziek waar veel op gedanst wordt. Heerlijk!!  En er  wordt veel lol gemaakt.
Het programma is wel erg vol, dus ik heb het druk met leuke dingen doen en dan snel weer even slapen.

s' Avonds is er een welkomst-cocktail, waarbij we de rest van de EMYR deelnemers ontmoetten.  De volgende dag is er een tour, Fred en Henriette gaan mee, wij verleggen het schip naar een betere plaats, doen boodschappen, maken de cabine klaar voor Bram en Tineke, (Fred en Henriette gaan nog twee dagen in een hotel), kopen vlaggetjes van Turks Cyprus,  Syrië, Libanon,  Israël en Egypte en extra jerrycans, halen de eerste helft van de benodigde diesel met deze jerrycans en vervangen de pomp in ons toilet.

Tineke en Bram komen om 6 uur 's avonds aan, ik ben dan bij de officiële start van de EMYR in het gemeentehuis. Hier word een mooie presentatie gegeven van alles wat ons nog te wachten staat. Indrukwekkend, Oosters, opwindend. Jammer dat Gerhard er niet bij kon zijn. Met z'n zessen eten we die avond in het restaurant van de haven, de Navigator.     

                             
De volgende ochtend zijn er spelletjes tussen de nieuw gevormde groepen. (In Bodrum was er  één groep, die werd in Kekova in tweeën gesplitst, in Finike waren er al drie en nu zijn er acht groepen).
De spelletjes zijn bedoeld om de groepsleden kennis met elkaar te laten maken en meteen een soort groepsgevoel te ontwikkelen. Eén ochtend is natuurlijk te kort, maar je merkt dat het wel invloed heeft.' s Middags is er een toer met een open treintje door de stad, heel veel hotels , erg modern. Daarna konden we nog de laatste boodschappen doen en geld halen voor onderweg.  's Avonds wordt het officiële gala-diner gehouden voor de start van de EMYR, waarbij er natuurlijk weer heerlijk gedanst wordt. Hier nemen we afscheid van Fred en Henriette.

 

zaterdag 15 mei   Kemer - Alanya  
68 NM
 

Het begint ruig. We moeten om half vijf 's ochtends klaar staan met de motor en navigatie-lichten aan. Het plan is dat eerst de boten die dubbel liggen uitvaren met behulp van de pilot-boten, dan de boten die op knelpunten liggen, dan zullen wij aan de beurt zijn.  We zijn nogal katterig, dus staan pas op als de eerste motoren starten. Ik laat Bello snel uit, haal dan snel de elektriciteitskabel en loopplank binnen. De planning is dat we dan nog ongeveer een uur hebben om alles vaarklaar te maken (ramen en ventielen dicht, brood smeren,  thee en koffie maken ).  Het loopt anders, we mogen meteen weg (om 4.45 uur).  Bij het havenhoofd staan enorme golven en we hebben het gigantisch druk om alles snel zeevast te stouwen.

      

We verliezen meteen een stootwil en hebben alleen nog  tijd voor het allernoodzakelijkste:  zwemvesten aan , life-lijnen vast.  Het wordt snel licht en we hijsen een steunzeil om de ergste schommelingen tegen te gaan. De wind staat helaas weer op kop. We kunnen in eerst instantie alleen brood met boter eten (het is elke keer een expeditie naar binnen om dit klaar te maken) en water drinken.
Langzaam draait de wind, de golven worden minder hoog en we kunnen zeilen. Dan zie ik door het bovenraam dat er een streepje licht midden door de fok komt, waar de zon precies achter staat. Het streepje wordt niet groter en we blijven de fok voorzichtig gebruiken. Even later ontdekken we dat de windmeter, die in Bodrum op de mast is gemonteerd, dank zij de hoge golven slagzij heeft gemaakt en nu dwars op de mast hangt. Gelukkig blijft hij daar hangen.

Om vijf uur liggen we voor de haven van Alanya. Plotseling hebben we de wind hier tegen en er staan weer hoge golven,  terwijl iedereen rondjes draait. Gelukkig worden wij binnengeroepen na een extra aanmelding door Bram. Dan is het perfect, windstil in een ruime haven en we liggen met het anker voor vast. Bello kan er heerlijk spelen met andere scheepshonden, want de haven is pas in aanleg en het terrein eromheen nog niet ontgonnen, zodat ze lekker kunnen rennen
                                                 .

De volgende dag hebben we de fok genaaid en is Maurice van de “Gale”, een andere Nederlandse boot uit onze groep, de mast ingeweest om de windmeter weer vast te zetten. Intussen zijn Tineke en ik Alanya ingegaan om boodschappen te doen en het stadje te bekijken. We hebben thee gedronken in een winkeltje met schoenen en kleren,  alle winkelbedienden stonden om ons heen, die op een kort gesis plotseling weer opsprongen en net deden of ze druk aan het werk waren toen de baas er aankwam.
                                                     

's Avonds hebben we bij de Red Tower een EMYR-cocktail gehad, daarna een diner op een terras aan zee. Het werd helaas erg koud, sommige Rally deelnemers zijn de stad ingegaan om truien te kopen. Wij zijn gaan dansen, heerlijk.  Na afloop in de bus terug naar de haven werd er geweldig gezongen, eerst Nederlandse scheepsliedjes , daarna op verzoek van de rest van de passagiers, Engelse. Het was zo leuk, dat we nog niet zijn uitgestapt toen de bus er was, we moesten het eerst afmaken. 

 

maandag 17 mei     Alanya - Girne op Turks Cyprus
 
98 NM

De dag begon rustig:  we hoefden pas om 14.00 uur af te varen. Nu gingen we goed voorbereid weg: de salade voor 's avonds was klaar, we hadden een grote pan met gesmeerde broodjes en alvast koffie en thee in thermoskannen.

We hielden eerst een flottielje-vaart rondom de rots van Antalya naar de Red Tower. Op de burcht, op de toren en langs de route stonden reclame-fotografen, die van de gelegenheid gebruikt maakten om mooie foto's voor de folders van volgend jaar te schieten. We hopen voor ze dat het gelukt is, de vloot lag erg wijd verspreid, dus het was helaas geen admiraal zeilen. We hebben deze manoeuvre  beschouwd als een bedankje voor het heerlijke eten en de geweldige live-music van de vorige avond.
Daarna de koers verlegd naar Cyprus en het werd langzaam avond.  
                     

We hebben heerlijk gegeten en toen zijn de eersten gaan slapen, terwijl de andere twee de wacht hielden. Het was vooral in het eerste deel moeilijk navigeren, omdat er erg veel EMYR schepen waren,  we waren met 97 boten , die verschillende snelheden hadden, waardoor er veel ingehaald  werd. Later hoorden we dat hierbij twee aanvaringen hebben plaatsgevonden. De ene omdat de complete bemanning lag te slapen, de andere omdat men dacht dat een oplopend schip altijd voorrang had, wat dus niet waar is. Bovendien lagen er veel vissersscheepjes voor de kust, dus overal zag je rode, groene en witte navigatielichten, naast alle lichtjes van de kust. Iedere vier uur werden alle schepen uit de eigen groep opgeroepen om de positie en de afstand tot de volgende haven op te geven, waarbij er gelegenheid was om evt. moeilijkheden te melden. Ook werd er via dit speciale marifoonkanaal gewaarschuwd voor evt. obstakels (vistrailers etc.) onderweg.  

 

In het begin hebben we telkens de motor moeten bijzetten, later hebben we gelukkig veel kunnen zeilen. Toen het licht werd was Cyprus al te zien, het Griekse deel van de kust. Om half tien lagen we voor Girne, op Turks Cyprus en we mochten meteen binnenvaren. Prachtig klein haventje, onder de burcht.
                                          

Leuke restaurantjes langs de haven. Volgens de verhalen één van de twee mooiste en meest beschermde havens van de Middellandse Zee, de andere is St. Tropez.
's Avonds was er een erg officiële ontvangst op de burcht door president Denktash, waarbij we hem moesten aanspreken met "Zijne Excellentie". Ik heb nog even met hem gepraat (is een foto van gemaakt) en hij werd door veel vrouwen gekust. Hij laat zich dit alles lekker aanleunen, hoort bij zijn functie.

Er werden prachtige liederen gezongen door het Cypriotische Filharmonisch Koor en later werden er schitterende volksdansen opgevoerd. Dat alles op het binnenplein van de burcht, in het licht van de ondergaande zon. Indrukwekkend.         
                                                
Na afloop hebben we nog ergens gegeten, maar we waren toch te moe van de voorgaande nacht om er echt van te kunnen genieten. 

De volgende dag hebben we een georganiseerde tour over het eiland gemaakt. We wilden graag weten of het een aantrekkelijk gebied was voor een evt. overwintering, maar we vonden het erg armoedig en verwaarloosd. Zo te zien hebben de Turken dit deel geen gunst bewezen met de bezetting, maar we hebben natuurlijk geen inzicht in hoe de situatie daarvoor voor deze mensen was. Het Griekse deel schijnt in ieder geval veel mooier te zijn. De mensen hier zeggen telkens dat de blokkade ze het gevoel geeft dat ze niet bij de wereld horen en omdat niemand dit deel van het eiland erkent, voelen ze zich behandeld als halve wilden. In Famagusta zagen we een gebied waar vroeger de duurste vier-sterren hotels floreerden. De gebouwen staan er nog, verlaten en al veertig jaar aan het vervallen.

We hebben een aantal musea bezocht waarbij ik een keramische verzameling het meest indrukwekkend vond. Er stonden potten en vazen van zo'n vierduizend tot negenduizend jaar oud, gewoon langs het pad, iedereen kon ze aanraken. Onvoorstelbaar dat ze zo lang zo gaaf zijn gebleven en helemaal ongelooflijk dat je iets in je handen hebt wat zo lang geleden ook al gebruikt werd. Er zaten prachtig vormgegeven exemplaren bij en sommigen waren ook geweldig mooi geglazuurd. Nu ik met Ria deze winter wat aan het kleien ben geweest, kijk ik daar heel anders naar.
's Avonds was het beroemde piratenbal in het Dome hotel, met diner. De bedoeling was dat dat aan het zwembad op een terras boven zee zou worden gehouden, maar het was veel te koud, dus was het binnen. Sommigen waren prachtige zeerovers, ik herkende ze pas weer na afloop!
                                               

 

 
donderdag 20 mei   Girne - Mersin (Turkije)  
110 NM

 Omdat alle ankers op een kluitje lagen, moesten degenen die het laatste de haven in waren gekomen er het eerste uit.
Om vijf uur voeren wij het prachtige haventje  uit, bij het kasteel langs en de zee op.
                                             
Ook nu waren we goed voorbereid, de maaltijd voor 's avonds was al klaar. Er stond een rustig windje, we konden eerst lekker zeilen. Heerlijk in de kuip gegeten, toen gingen de eersten naar bed. Dit keer hadden we een betere verdeling van de wacht gemaakt: er hoefde maar één persoon op wacht te staan, terwijl een tweede stand-by op de bank binnen kon slapen. De andere twee konden echt pitten. Op die manier konden we een groot deel van de nacht lekker slapen en we waren de volgende dag dan ook veel beter uitgerust.

Om half twee 's middags konden we, nadat we toch nog veel gemotord hadden, de haven van Mersin binnenlopen. Een grote handelshaven, met tankers, vrachtschepen ed. en in een hoekje daarvan ligt goed beschermd de jachthaven. We mochten meteen binnenlopen.

                                              

In de loop van de middag hebben we in jerrycans weer diesel gehaald. De pompbediende wilde ons helpen en kwam op zijn sokken het schip op om te helpen. Helaas morste hij nog al wat, zodat hij op zijn sokken midden in de plas stond. Sneu. Ook hebben Gerhard en ik weer de vuilwatertank en de ruimte eronder schoongemaakt, omdat het nog telkens stonk. Het bleek dat de aansluiting die de vorige keer open was gemaakt omdat er een afsluitdopje in was blijven zitten, niet meer goed was aangedraaid. Vervelend werk om alles weer schoon te maken, maar we hopen dat het nu goed is.

Toen moesten we ons klaarmaken voor de volgende cocktail, maar we besloten dat we liever met z’n viertjes  rustig aan boord wilden blijven, eerst lekker borrelen  en daarna uitgebreid eten met een glaasje wijn. 

Vandaag, zaterdag 22 mei, hebben we een vrije dag (er is een tour , maar we doen niet mee) en eindelijk eens echt niets te doen.   Tineke en ik zijn de stad ingeweest, samen met Bello en hebben een prachtig Turks marktje bezocht. We waren een bezienswaardigheid, vooral omdat Bello er bij was. Vaak week iedereen uit, ze zijn hier bang voor honden, en was het alsof de Rode Zee voor ons spleet. Vanavond hebben we het Rally diner, aangeboden door de Kamer van Koophandel van Mersin, morgen varen we in de middag af naar Iskenderun, de laatste haven in Turkije en de plaats waar Bram en Tineke weer van boord zullen gaan.

 

zondag 23 mei   Mersin  - Iskenderun
80 NM

 In Mersin lagen onze schepen versierd met vlaggetjes langs de boulevard en iedere middag en avond kwam de plaatselijke bevolking in hele families, de huisvaders voorop, langs om ons  te bekijken en te bespreken. Het was net vlaggetjesdag!     
                                                    
Er zijn 19 Nederlandse schepen die dit jaar aan de EMYR mee doen, heel gezellig, maar voor Tiny van de Noroc, een motorjacht, was dit een slechte haven. Door de verschillende niveaus van de steigers heeft ze haar hielbotje gebroken en zal de rest van de reis met een gipsbeen moeten voortzetten. De laatste avond hebben we een diner gehad in het Hilton. Er stond nog altijd een koude wind, maar gelukkig werden onze tafels snel van het dakterras naar de binnentuin verplaatst, waar we weer heerlijk hebben gegeten en gedanst.  

Zondag hebben we besteed aan het vaarklaar maken van het schip en het maken van boterhammen, een warme maaltijd etc. Op de skippersmeeting werden we gewaarschuwd dat dit stuk zeilen moeilijker wordt, omdat er hier veel olietankers en sleepboten met soms wel meer dan 200 meter (volgens verhalen wel tot bijna 2 kilometer!) sleep erachter varen en er veel troep in zee drijft. Bovendien zullen er bij de kust veel visserscheepjes en netten zijn, zodat we de 20 meter dieptelijn moeten aanhouden.  De waarschuwing blijkt niet voor niets te zijn: een groot aantal schepen krijgt deze nacht iets in de schroef.

We vertrekken om half vijf en kunnen zeilen. Door de harde wind gaan we al gauw sneller dan 7 knopen en we besluiten zeil te minderen voordat de wind te sterk wordt. Om 23.00 uur neemt de wind wat af en kunnen we weer onder vol zeil varen, dan valt hij helemaal weg en gaat om 12.30 uur de motor aan. Op maandagmorgen worden we om 8 uur opgeroepen om sneller te varen, want er wordt voor ons vanwege Bello een plaatsje aan de kade vrij gehouden. Om 9 uur varen we de haven binnen. Het aanleggen gaat niet helemaal zonder problemen: eerst hebben we het anker net te ver uitgegooid, zodat de ketting twee meter voor de kant strak staat en we opnieuw moeten ankeren, waarna er een schip op ons plekje gaat liggen. Net als we gemeld hebben het niet erg te vinden in de tweede rij te komen, worden we opgeroepen om ons er toch tussen te persen. Dit gebeurt letterlijk. Een aantal mannen staat op ons schip en op bevel duwen ze aan weerskanten de boten weg, terwijl een andere groep ons dan via de landvasten weer een stukje verder naar de kant trekt. Zo liggen we muurvast. We zijn nog maar net aan land, de loopplank is nog niet eens uit, als een prachtig geklede groep ons verwelkomt met volksdansen.

                                                

Iskenderun, helemaal in het zuid- oostelijkste hoekje van de Turkse kust,  blijkt een erg levendige stad te zijn. De trottoirs zijn vol winkelende mensen en de vrouwen erg verschillend gekleed. Van helemaal in het zwart, inclusief zwarte handschoenen, tot laag uitgesneden t-shirtjes en blote naveltjes. Ook het winkelaanbod is rijk geschakeerd. Naast de soukhs liggen de chique winkels met de duurste Europese merken. Heel leuk om hier rond te dwalen. 's Avonds hebben we een leuke cocktail in de haven, het is schitterend weer en de lichtjes op de bergen om ons heen geven een prachtige omlijsting.

Dinsdag maken we een dagtocht naar Antiochie, waar we het mozaïek-museum bezoeken. Enorm grote mozaïeken uit de Romeinse tijd zijn in deze omgeving gevonden en hierheen overgebracht. We vragen ons nog altijd af hoe men dit gedaan heeft: brokje voor brokje, of hebben ze er misschien een enorm vel zelfklevend materiaal overgelegd alvorens het te verwijderen?  We vinden vast het antwoord nog wel eens
.                                         
In het museum staat ook een prachtige marmeren tombe uit die tijd, compleet met voorstellingen uit het leven, de dood en de overgang naar het volgenden leven. Er zijn meer van deze tombes en erop ligt dan een beeld van degene die erin ligt. Het is grappig om te zien dat het hoofd vaak los zit: zo konden ze hem meermalen gebruiken en er iedere keer een nieuwe kop opzetten!

Dan gaan we door naar Antakia, tegen de Syrische grens. Het is een arm gebied , alles is smoezelig, de kinderen vuil, de winkeltjes groezelig. We bezoeken hier de grot-kerk van  St. Petrus. Hij kwam hier na de dood van Christus ( in 36 N.C.) om het geloof te verspreiden. In deze kerk werd het woord  "christenen"  voor het eerst gebruikt.  Er is een plaats waar altijd water uit de rots komt, wat gebruikt wordt als wijwater en helemaal achterin is een vluchttunnel gemaakt, waardoor je via de bergen weg kon komen.

Bij Samandag bekijken we nog de tunnel die Titus Vespianus liet uithakken om het water van de bergen snel af te voeren en zo te voorkomen dat zijn havenstad Selevsi de Pieri zou verzanden. De tunnel is 1300 meter lang, 7 meter hoog en 6 meter breed maar heeft niet mogen helpen. Hier liggen ook veel rotsgraven in grotten uit de Romeinse tijd, heel mooi, sommigen liggen in de muren uitgehakt, anderen in allemaal vakjes op de grond, waarbij de belangrijkste personen in het midden onder een baldakijn liggen.
                                           

 's Avonds hebben we ons Rally diner, maar de EMYR populatie is aardig uitgedund wegens diarree-problemen. Er zijn hiervoor verschillende verklaringen, maar de pregnantste vind ik toch wel dat dit door het Hilton is veroorzaakt! Het diner zelf is een kleine mislukking omdat de band denkt dat we vijftig jaar jonger zijn en veel lawaai, rook en licht effecten gebruikt, zodat de meesten, waaronder wij al weggaan voor het afgelopen is. Dit is ook de laatste avond aan boord voor Bram en Tineke, zij gaan hierna met een huurauto een tocht het binnenland in maken en willen o.a. Cappadocië bezoeken,waarna ze vanaf Antalya naar huis vliegen. We hadden het erg gezellig met elkaar en ze hadden best de hele tocht mee kunnen zeilen, het was zo gewoon en vertrouwd. Toch vinden we het ook wel spannend en leuk om samen verder te gaan, voor ons een uitdaging en nieuw avontuur!
                                            

 

Woensdag 26 mei  Iskenderun, Turkije  - Lattakia, Syrië   
80 NM  

 Het avontuur is natuurlijk nog veel groter omdat we nu naar Syrië gaan: één van de landen van de "As van het Kwaad". We worden van tevoren goed gewaarschuwd om 6 mijl uit de kust te varen en met een rechte hoek te draaien en op de haven af te gaan. We mogen zelfs geen hoekje afsnijden. Het is een heel dom gezicht om al die schepen midden op de plas plotseling een bocht van 90 graden te zien maken!  We worden ook gewaarschuwd de Israëlische vlag goed te verbergen en niet over politiek te praten. Dus we zijn voorbereid.

 

We vertrekken om 16.30 uur en hebben eerst de wind tegen met hoge golven. Later wordt het beter, maar we moeten wel blijven motoren. We hebben deze eerste nacht met z'n tweeën de wacht zo verdeeld dat Gerhard tot 24.00 uur wacht heeft en ik daarna tot 04.00 uur. Dat bevalt me slecht, omdat ik 's avonds niet gemakkelijk slaap, zodat we samen wakker zijn. Als ik eindelijk om half vier in bed lig ( een half uur te vroeg gelukkig, dank zij Gerhard)  begint om 04.00 uur de groep-check op de marifoon.  Omdat ik in de kajuit lig (dit is beter als de wacht je nodig heeft) is dit loud en clear te verstaan en vanaf zes uur begint het getater van de organisatie over het binnenlopen van de haven alweer. Dus mijn humeur is niet optimaal als we om 9.00 uur aankomen.
                                     
Tot 12.00 uur zijn we bezig schepen naast en achter ons vast te maken want bijna iedereen loopt eerst aan de grond. Dan kunnen we slapen. Helaas lukt dit me niet zodat ik me maar ga douchen en vol chagrijn zie dat de bussen voor de tour van die dag al vol zitten, klaar om weg te gaan. Wij hadden niet geboekt, omdat we wilden slapen. Tijdens het douchen bedenk ik me en ren naar de bus: en ja, ze willen nog wel vijf minuten op me wachten!

En zo ga ik dan Ugarit bezichtigen,  een stad die zijn bloeiperiode had tussen 2.000  tot 1.200 jaar voor Christus en nu opgegraven wordt.
                                     
Het belangrijkste dat hier ontdekt is zijn de kleitabletten uit de 14-de en 13-de eeuw voor Christus (dus zo'n 1500 jaar oud!) waarop voor het eerst ons alfabet gebruikt wordt. Omdat dit soms in meerdere talen op één tablet staat, geeft dit meteen de vertaling. Het leuke is dat niet alleen onze letters, maar ook heel veel Arabische en Griekse letters hierin nog terug te herkennen zijn. Dan bezoeken we ook nog het Saladin's Castle, één van de vele kruisvaarders kastelen die langs de oostelijke kust van de Middellandse Zee liggen. Indrukwekkend zijn niet alleen de enorme muren, waarbij de slotgracht aan één kant 30 meter diep in de bergen is uitgehouwen (de andere zijden van het kasteel grenzen aan ravijnen) waarbij er één rotsnaald is blijven staan, waar de ophaalbrug op kon steunen,  maar ook de enorme kelders, waar water voor vier jaar voor ridders, bedienden, paarden en vee opgeslagen was. En natuurlijk weer een vrouwentoren, net als bij het kasteel op Cyprus eenzaam  hoog boven de afgrond. Het is jammer dat Gerhard nu niet mee is, het is een prachtige tocht, de omgeving is erg groen, korenvelden afgezet met cipressen.
 

Bij terugkomst blijkt dat een aantal boten met pech nu ook binnen zijn, waaronder de “Weepunt”  van Aafke en John die met hun kinderen Dana (10) en Roland (8) twee jaar aan het zeilen zijn. Ze hadden water in de diesel en door het veelvuldig starten was de startmotor kapot gegaan. Het werd een zware nacht zeilen, waarbij ook nog één van de kinderen ziek was. Gelukkig bleek Gerrit van de “HouDou” een reserve startmotor van hetzelfde merk te hebben en die kon worden geïnstalleerd. 

De volgende dag hebben we een twee daagse toer. Lo van de “Mistral” wil wel voor Bello zorgen, zijn hond Loyd en Bello  zijn al dikke vriendjes en spelen geweldig. Hij heeft de EMYR al een aantal malen gedaan, ook al als groepsleider, zodat hij niet alles hoeft mee te maken. Hij doet vooral mee om medezeilers te vinden voorde Vasco di Gama Rally die hij volgend jaar november wil organiseren van Turkije naar India, waar hij zelf al twee keer met het schip is geweest.     

Dus we laten Bello achter en gaan eerst naar Crac de Chevaliers, een volgend kruisvaarderslot, waar zo' n 400 ridders met paarden en bedienden, soldaten en personeel, met elkaar zo'n vierduizend man, konden verblijven. Prachtig bewaard gebleven, er worden vaak films opgenomen.
                                         

Hierna volgt een bezoek aan Palmyra, een oase in de woestijn waar vroeger de handelskaravanen langskwamen en een belangrijk knooppunt. Deze vallei heeft veel beschavingen gezien, o.a. de Hittieten, de Egyptenaren en de Romeinen.  De laatsten hebben er een prachtige stad gebouwd waarvan er nog veel is overgebleven.
 


 

 

Het grootste gebouw is de prachtige Baäl tempel, maar ook de elf meter brede, zo'n kilometer lange hoofdstraat met enorme zuilen aan weerskanten, waar vroeger beelden op hebben gestaan en  waaronder de mooiste winkels een plaatsje vonden, zijn indrukwekkend. Veel zuilen zijn tijdens een aardbeving omgevallen, maar nu weer rechtop gezet. Er tussendoor lopen met kleurige kleden versierde kamelen, wachtend op vermoeide toeristen en er rennen jongens op prachtige snelle paardjes rond. In het theater gaan ze op het podium staan, geeft een heel exotisch beeld. Het is gewoon jammer dat je moe wordt en dan niet veel meer op kan nemen,  want het is zo ontzettend mooi.

                 

Na een uitgebreide lunch in een Bedouienen tent gaan we naar Damascus, waar we overnachten in een 4-sterren hotel. We kunnen er nauwelijks van genieten want 's avonds gaan we uit eten in het oude centrum van Damascus. We worden door de smalle straatjes  voortgeleid door een aantal muziekanten in klederdracht. Het is een hele optocht, we worden bekeken en toegezwaaid door mensen die uit de ramen hangen.
                                                            

De volgende dag al weer vroeg op naar het Nationaal Museum. Daarna de stad weer in, waar we de prachtige Umayyad Moskee bezoeken.
.                                                         
De vrouwen moeten een soort cape met capuchon aan, wat ons op pelgrims doet lijken.        
                                                                  
In deze moskee ligt het hoofd van Johannes de Doper begraven, waardoor het een pelgrimsoord voor de moslims is geworden. Daarna mogen we de soukh bezoeken, waarbij je nauwelijks kunt ontkomen aan het doen van dwaze inkopen.
                                                              
Helaas bleek het daarna tijd om weer weg te gaan. Achteraf had ik liever het bezoek aan de soukh overgeslagen en de mooie hoofdstraat van Damascus, de Bab Sharqi, willen aflopen naar de kerk van St. Ananias, die over zijn huis gebouwd is. Ananias is één van de eerste volgelingen van Paulus, nadat deze blind was geworden op weg naar Damascus. Even verderop is ook nog de plaats te zien waar Paulus in een mand over de muur naar beneden werd gelaten om aan de vervolging van de Joden te ontsnappen. Dat moet dus nog maar een andere keer.

We willen hier best nog wel eens heen. De bevolking is ontzettend vriendelijk, ze willen van alles voor je doen. In de haven kwamen ze telkens langs om te vragen of we hulp nodig hadden. Ze hebben voor Gerhard lampjes gevonden voor onze navigatie verlichting, waarvan het gloeilampje kapot was gegaan (konden we helaas niet gebruiken) en een nieuw TL-buisje voor het badkamertje. Onderweg wordt er enorm naar de bus gezwaaid, niet alleen kinderen maar ook vrouwen en mannen.  Het is so wie so erg leuk om hier te rijden, in een bus dan. In een auto moet je niet bang zijn voor krassen, het verkeer is nogal ongeregeld. Het is hier al heel oosters, er zijn veel mannen met jurken aan en erg veel kleine winkeltjes. De natuur is prachtig, vaak erg groen, de woestijn natuurlijk kaal, met veel Bedoeïenenkampen, maar de wegen erdoor goed. Het is heel gek om dan ineens een richting-aanwijzer naar Bagdad te zien, met daarachter de grensovergang en een verlaten, kaarsrechte weg. Er lopen ook wegen naar Beyrouth in Libanon. In feite zijn we nu bijna helemaal om Libanon heen gereden, het was veel sneller geweest om Damascus vanuit Beyrouth te bezoeken. Waarschijnlijk kon dat niet omdat we dan een officiële grens waren overgegaan, zonder dat we de vereiste papieren hebben. Nu hebben we alleen "shore-passes"  waarop we ons zelfstandig in de stad Lattakia mogen bewegen, daarbuiten moeten we  zijn aangesloten bij een EMYR excursie. De waarschuwing om niet over politiek te praten telt niet: alle gidsen beginnen er uit zich zelf over. Ze hebben veel moeite met de houding van Israël en willen maar één ding: vrede. Natuurlijk bekijken ze het van één kant, maar we konden geen van allen ook maar enige strijdlustigheid ontdekken, het was meer zo dat de meesten moe waren van alle ellende. Ze waren unaniem in hun angst dat de acties van Bush nog heel veel gevaar voor deze regio konden opleveren.

In de bus van Damascus naar de boot  kreeg Frans van de “Lady Twin”, die 's nachts in Damascus  al erg aan de diarree was geraakt,  hoge koorts en hij wilde niet drinken. Hij raakte enigszins incoherent en er werd getwijfeld of hij naar een ziekenhuis moest worden gebracht. Een Nederlandse meezeilende huisarts heeft hem toch naar zijn boot laten gaan met voor Loes de opdracht hem telkens slokjes lauw water te geven.

De volgende dag maakten we een bustocht naar Alleppo, een stad in het noorden van Syrië. Op het programma staat weer een kasteel, we protesteren maar laten ons overtuigen door de opmerking dat er twee soorten kastelen zijn: langs de kust liggen die van de kruisvaarders, die zijn op de Europese manier gebouwd, meer landinwaarts ligt een gordel van de zich verdedigende Ottomanen. Dezen hebben de kastelen volgens dezelfde principes gebouwd, maar in hun eigen bouwstijl. En het blijkt de moeite waard te zijn: het is een prachtig luxueus kasteel. Veel slimmer gebouwd dan dat van de kruisvaarders. De hoofdpoort staat bijv. niet loodrecht op de ophaalbrug, maar je moet in de muur is eerst een hoek van 90 graden maken om voor de poort te komen. Zo kon er geen stormram gebruikt worden. Erboven zijn gleuven voor gloeiend lood en pek. Bovendien zijn er drie van deze hoofdpoorten achter elkaar. Het kasteel is dan ook nooit overwonnen. Het is enorm groot, alleen de toegangstoren is al een kasteel op zich. In het kasteel kon de bevolking van de hele stad zich terugtrekken tijdens een belegering. We hebben o.a. de moskee, een prachtige troonzaal en een Turks bad voor de vorstelijke familie bekeken.
.                                            

Nadien hebben we de  beroemde Hammam  al Nasri  bezocht, een prachtig Turks bad, waarbij elke zaal heter is dan de voorgaande en in de rustruimte prachtige sofa's staan, met planten en fonteinen.  De lunch hebben we op een dakterras gebruikt in het Armeense Al Jdaidah kwartier. Gerhard en ik hadden aan de gids gevraagd of we niet in ons eentje in Alleppo mochten lopen, gezien onze ervaring in Damascus. Hij raadde ons dat ten sterkste af, gezien de kans op verdwalen. We waren nu blij bij hem te zijn, want we liepen door poortjes, tunneltjes en straatjes en wisten al snel niet meer waar we waren. Dus zijn we hem ook maar gevolgd de Soukh in,
 

 waar we toch onze eigen gang zijn gegaan, en daardoor nog een prachtig rustige moskee konden bezoeken. Hij bleek in verbouwing, het binnenplein werd nu gebruikt door groepen mannen die zacht zaten te zingen of praten en vrouwen met kinderen die achter duiven aangingen
.                                                
We werden meegenomen om een Koranschool te bekijken, maar volgens ons was dat meer een reden om kaarten te verkopen. Na nog snel iets op een terras te hebben gedronken moesten we weer de bus in naar Lattakia, waar we 's avonds in het havenrestaurant ons Rally Diner hadden. Weer heel gezellig, het echtpaar dat de haven drijft wordt compleet met baby in de bloemetjes gezet. Ze willen ons erg graag weer terugzien: we krijgen de volgende keer de eerste zeven dagen gratis liggen! Overal in het land krijg je het gevoel dat ze ontzettend graag het toerisme willen bevorderen. Er beginnen nu ook telkens meer individuele reizigers te komen. Het voelt ook erg veilig en plezierig.

 

Maandag   31 mei :    Lattakia, Syrië   naar   Jounieh,  Libanon        
110 NM

Tijdens de skippersmeeting krijgen we de mededeling dat de wind  4-5 Bf is, met uitschieters naar 6 Bf en helaas weer vanuit de verkeerde kant: recht van voren. Erger zullen de golven zijn: een raar koppig zeetje met golven van verschillende kanten. We moeten, zoals altijd, zelf beslissen of we al dan niet uitvaren en onze hele groep beslist unaniem, zelfs de “Lady Twin”, dat we gaan, omdat het de dag erna zal blijven waaien en de zee dan alleen maar erger wordt.

We vertrekken om half twee ’s middags en het is werkelijk niet gemakkelijk. Het eerste stuk, de 6 NM loodrecht op de kust hebben we halve wind en is het nog te doen, na onze "hoekse draai" wordt het laveren. We doen dit één lange slag maar besluiten dan, gezien de tijd en de lage snelheid die we halen, een klein stukje van het grootzeil als steunzeiltje bij te laten staan en te motoren. De zee is heel woelig, korte, erg hoge golven uit verschillende richtingen. Soms valt de boot met een enorme klap in een golfdal, hij kraakt en kreunt dan enorm en ligt even helemaal stil om dan op de top van een volgende golf weer in de versnelling te komen. Hoewel we thee in een thermoskan klaar hebben staan, kunnen we dit niet inschenken. Het kost moeite om de, gelukkig warmgehouden, maaltijd te eten en voor de rest is het water drinken en doorzetten. Ik heb nu de eerste wacht, nadat ik na het eten even heb geslapen (moeilijk, je moet je schrapzetten voor de volgende klap) en Gerhard neemt het om half drie van me over en houd het vol tot de volgende dag om acht uur. Dit bevalt ons allebei erg goed, Gerhard hoeft niet meer zo lang in het donker te varen, ziet het licht worden en de zon opgaan en ik kan slapen
                                    .
Dan neem ik het weer over en om half twee varen we de jachthaven van Jounieh binnen, terwijl we  Beyrouth op het schiereiland rechts zien liggen.  We mogen meteen diesel tanken, terwijl de eerste formaliteiten worden afgewikkeld. 

We hadden aanwijzingen gekregen dat we bij aankomst tegen de autoriteiten niet mogen zeggen dat we hierna naar Israël gaan, maar naar Famagusta op Cyprus. Nu begrijpen we ook de vreemde lus die op alle kaarten van de EMYR getekend is en die o.a. achterop ieder EMYR t-shirt geprint is: een extra trip vanaf Libanon via Cyprus naar Israël. Dit om de autoriteiten niet in verlegenheid te brengen, want hoewel iedereen officieus weet dat we direct naar Israël zullen varen is dit ten strengste verboden. Sterker nog: werd in Syrië nog gepraat over "het zogenaamde Israël", hier bestaat het helemaal niet. .  

Verder waren we ook gewaarschuwd dat er evt. militairen met laarzen aan boord wilden om te controleren of er geen wapens etc. aan boord waren. De militairen waren er, de laarzen ook, maar ze waren allervriendelijkst. We mochten zelfs voor het inklaren al met Bello van boord, die 21 uur zijn plas had moeten inhouden! Het lijkt erop dat Bello zijn spijsvertering stopzet tijdens het varen: hij eet of drinkt dan niet en zelfs na deze 21 uur hoefde hij alleen maar te plassen, de rest kwam pas veel later. Even later kregen we een plaatsje langszij toegewezen en we bleken de eerste te zijn van de vloot, die nu vijf dik tussen twee steigers ligt, met zo'n acht rijen achterelkaar. Zal wel even duren voor we hier weer weg kunnen.
                                    

 De “Lady Twin” had een zware nacht gehad; Frans was nog steeds aan de diarree , terwijl Loes zeeziek was geworden. Ze hebben het puur op karakter gehaald. Achteraf bleek dat lang niet iedereen de dag ervoor was uitgevaren en verscheidene boten waren  teruggegaan. Ze bleken het later nog veel moeilijker te krijgen, sommigen deden er met een schip van onze lengte zelfs 28 uur over.  John en Aafke hadden weer water in de diesel en moesten door de kustwacht binnengehaald worden. Ze denken nu het probleem gevonden te hebben: vuil in de diesel.  Ook anderen hadden pech: de “Lady Barbara” moest met motorproblemen binnen gesleept worden, iemand anders moet op de wal omdat het schip plotseling water maakt. Lo blijkt niet meegkomen te zijn, hij moest plotseling naar Nederland terug.  Jammer, nu hebben we geen afscheid genomen.

 

De eerste middag was er een excursie naar Beiroet, maar we hebben heerlijk gedoucht en geslapen en de volgende dag samen met een groep Nederlanders een busje gehuurd. Bij aankomst in Beiroet doken ze meteen een restaurant in, waardoor we toch samen op stap zijn gegaan.

Het eerste wat in Beiroet opvalt is dat het, zoals ook altijd gezegd wordt, een hele Franse stad is.  Ongelooflijk dat zoiets lukt in een compleet ander werelddeel, maar het Franse protectoraat heeft de stad een heel duidelijk stempel gegeven. Het stratenplan is Frans , er is zelfs een Place de l'Etoile, waarop stervormig alle straten uitkomen. We hebben er heerlijk op een terras naar alle prachtig geklede mensen zitten kijken, waaronder parlementsleden (ze hebben er helaas maar drie vrouwen in, vertelde een parlementair secretaresse me), bankemployees en moeders met kinderen en kindermeisjes. Alle hippe kledingmerken zijn er te koop, de prijzen zijn ook Europees. Ook de aankleding van de straten met terrassen, de lantaarnpalen etc. zijn Frans en bijna iedereen spreekt Frans als tweede taal. 
                                             

Waar je ook niet omheen kunt, is de vernieling door de burgeroorlog. Er zijn delen van de stad, die nog wel op de plattegrond staan aangegeven, maar niet meer terug te vinden zijn omdat ze in de zgn. "Groene Linie "  lagen, de scheidslijn tussen de vechtende troepen, die dwars door het centrum loopt. Overal is nog verwoesting te zien , hoewel er druk gebouwd en gerestaureerd wordt. 
                                               

Het is ook een hele rijke stad, er wordt gezegd dat dit komt omdat het een belastingvrij land is en veel rijke Arabieren hier hun geld komen brengen. In ieder geval hebben deze Arabieren veelal een tweede (of derde etc.) huis hier in de bergen waar het lekker koel is om de zomer door te brengen. Een aantal van deze huizen hebben we de volgende dag gezien toen we een bustocht maakten: paleisachtige huizen in prachtig aangelegde tuinen omgegeven door hoge muren. Ook de auto's zijn duur: acht van de tien is een Mercedes, daarnaast veel Volvo's en Jeeps, een handvol exclusieve  merken zoals Lincoln, Lexus etc.    We kwamen Loes en Frans (die intussen weer bijna de oude is) weer tegen en zijn samen een kledingzaak ingegaan. In één van de sofa's hing een in het zwart gehulde dame met een gouden masker, terwijl een paar jonge meisjes hun keuze probeerden te maken. Loes zag een leuk strapless jurkje, maar de prijs was er ook naar: 2.250 dollar!  De oude dame behoorde  waarschijnlijk bij een sjeik!

 

Op donderdag was er een excursie naar Baalbek in de Bekaa vallei. Gerhard wilde alleen al mee om deze vallei te zien, omdat deze vaak in het nieuws is geweest tijdens de gevechten. Op weg erheen zagen we enorm veel militair vertoon: veel wegversperringen, compleet met klaarstaande tanks en soldaten die gewapend achter zandzakken zaten, mensen die uit moesten stappen, etc. In de buurt van de Syrische grens ook veel Syrische soldaten, compleet met eigen vlag en foto's van hun president. Maar de chauffeur en gids leken er niet erg van onder de indruk, hoewel ze niet duidelijk antwoordden op vragen hierover. In het oosten is de Hezbollah beweging nog heel duidelijk aanwezig met borden en vlaggen langs de straat. Volgens de gids is dit gewoon een politieke partij, maar de afbeeldingen waren allemaal met het geweer omhooggestrekt, erg strijdvaardig.

Als je Beiroet verlaat ga je eerst over de eerste bergrug, het Libanon gebergte. Daarachter ligt de tweede rug, het Anti Libanon gebergte. En daartussen de vruchtbare Bekaa vallei. Het landschap in de bergen bij Beiroet is verknoeid. De meeste mensen van Beiroet hebben hier een zomerhuis, waardoor de meeste huizen erg hoog, in meerdere etages gebouwd zijn. Omdat de begroeiing over het algemeen laag is,  passen ze niet in het landschap, maar lijken erop gepoot.

 

De Bekaa vallei is groen en weelderig, met wijngaarden en veel akkerbouw en hiertussen liggen prachtige huizen. We zijn eerst naar Baalbeck gereden, waar een Romeinse stad op de kruising van twee handelswegen is gesticht en waar het grootste tempelcomplex staat dat ooit in de Romeinse wereld is gebouwd. Hoewel we er nu een aantal hadden gezien, was de volgorde gelukkig goed: deze overtrof alle anderen! Van verre kon je de enorme pilaren (de grootste Romeinse pilaren ter wereld) al tegen het besneeuwde gebergte afgetekend zien staan. De Jupiter tempel, de grootste, was gebouwd bovenop een toen al duizend jaar oud heiligdom, waarvan je nu het altaar nog kon zien, met in het midden een gat waardoor het bloed van de geofferde dieren kon weglopen. De Bacchus tempel is kleiner, maar nog altijd groter dan het Parthenon in Athene en is het best bewaard gebleven.           
Men dacht altijd dat het een aan Bacchus gewijde tempel was, vanwege de vele druivenranken, maar nu denkt men meer aan Venus, de godin der liefde, vanwege de prachtige schelpen die men overal gebeeldhouwd ziet. (Venus is geboren uit de zee).

We gingen voor we gingen lunchen nog even bij een wijnproeverij langs, geen slimme keuze gezien het feit dat we al om half acht vertrokken waren en het intussen al drie uur was. Sommigen gingen dan ook nogal vrolijk aan tafel. Aan het eind van de dag was er nog een bezoek aan Aanjar, een Arabische stad die rondom 700 jaar na Christus erg machtig was en tot aan Spanje heerste. Het was leuk om de andere bouwstijl te zien, het gebruik va verschillende kleuren in strepen in de muren, veroorzaakt door de afwisseling van hardsteen met bakstenen, waardoor aardbevingen minder schade konden aanrichten.
                                                    
Hier zagen we ook een Libanese ceder, bomen die een paar duizend jaar oud kunnen worden en waar Libanon om bekend staat. De boom siert ook hun vlag. 

 's Avonds was er het beroemde Rally diner. Heel Frans en voortreffelijk, met natuurlijk dansen na. We moesten op ons sjiekst verschijnen en er waren dan ook de mooiste avondjurken. Ik had van Amcke gelukkig een wolk van een rose -rode zijden stola  gekregen, die de show stal. De haven zelf is trouwens ook erg chique  (van de Automibile Club Libanese) met maar liefst twee zwembaden, waarvan één met Olympische afmetingen en zout water. We kregen van te voren dan ook te horen " not to fool around". Hoe dat op onze leeftijd nog moet is er niet bij verteld.

Vrijdags was er geen toer, het reisbureau had zoveel keuze mogelijkheden gegeven dat er nergens genoeg deelnemers voor waren en ze hebben dit maar laten gaan. We waren er niet ontevreden over, hoewel we anders wel gegaan waren. Nu werd het een dag van slapen, dit verslag schrijven en klussen, omdat er nog altijd een zoetwater lek is (nog niet ontdekt waar), zodat de vloer bij scheef gaan onder water staat, erg gevaarlijk en oncomfortabel. 

Hoewel het programma erg vol is, genieten we enorm. We worden erg gemakkelijk in de dagelijkse dingen omdat we nauwelijks hoeven te koken, de was gewoon afgeven en de boot zoveel mogelijk vaarklaar houden, dwz. de zaken zeevast weggestouwd laten staan en niet te veel te voorschijn halen. Verder slapen we op alle uren van de dag, ook in de bus.   

Je leert de mensen telkens beter kennen, ook omdat je elkaar in noodsituaties meemaakt. Er zijn intussen nogal wat motoren en andere zaken kapot gegaan, vannacht is er vlak achter ons midden op zee nog iemand op het schip van onze groepsleider overgestapt om te helpen sleutelen.  En er zijn veel erg aardige mensen bij!  Het zal gewoon wennen zijn als dit straks is afgelopen.
 

 Zaterdag 5 juni      Jounieh ,   Libanon     -    Haifa ,   Israël               
115 NM

De skippersmeeting voor dit stuk was nogal grimmig:  op de Navtex was een bericht te lezen dat er die nacht een vloot van zo'n 80 to 100 schepen naar Haifa zouden varen. Dat waren wij dus en nu is het officieel bekend dat de vloot na Libanon Israël zou aandoen, wat absoluut verboden is.  Dus moeten we veel verder uit de kust gaan (14 NM ) voor we de koers naar Israel kunnen verleggen. Ook het teruggeven van de paspoorten verloopt nu nogal moeilijk: ieder schip moet apart opvaren, aan de douanekade aanleggen, met de hele bemanning op het dek gaan staan en dan krijg je de paspoorten na vergelijking terug. We werden tevens gewaarschuwd voor de Israelische marine die in het donker plotseling vlak bij je kan opduiken zonder navigatie lichten en ook niet op de radar te zien is, en je volledig onverwacht in de schijnwerpers zet. Er was zelfs een mogelijkheid dat je door hen geënterd kon worden. Voor dit noodgeval kregen we een speciale zin : "Are we supposed to go to Haifa or Herzlija?", die we als dat nog lukte via de marifoon aan de anderen konden laten weten. Bovendien werd gemeld dat de haven van Haifa erg slecht was, met een pier en ijzeren delen onder water, veel golven van langsvarende tankers en sterke vervuiling van water en lucht (je zou zeker  ziek worden mocht je in het water  vallen!). We vroegen ons werkelijk af waarom we daarheen gingen, maar dat was omdat de afstand anders te groot zou worden. Dus maar op weg.

 We moesten ons 's nachts bij binnenkomst van de Israëlische territoriale wateren  via de marifoon melden bij de marine, die ons dan naar een ander kanaal zou doorverwijzen om vragen te stellen. Mochten ze niet antwoorden, dan moest je dit elke tien minuten herhalen. Het gevolg is onvoorstelbaar: een kakofonie van tachtig schepen, die allemaal om de beurt iets roepen en daartussendoor nauwelijks verstaanbare antwoorden. Gerhard heeft het uren geprobeerd, pas tegen de morgen lukte het. Toen kwam er een oorlogsschip op ons afgevaren, met voor- en achterop bemande machinegeweren die op mij gericht waren (ik had toen de wacht) en op de brug nog eens een aantal militairen.   
                                     
Het bleef op vijf meter afstand naast ons liggen. Eerst keken we elkaar alleen maar aan, toen dacht ik: "het zijn toch ook mensen" en begon te zwaaien. Dertig hele lange seconden reageerden ze helemaal niet. Je hart staat dan even stil. Toen draaiden ze de machinegeweren omhoog, zwaaiden ook en het schip keerde. Ze bleven wel intimideren, even later lagen er twee oorlogsschepen stil, pal  voor me, zodat ik er precies tussendoor moest varen. Toen ik dat gedaan had spoten ze weer weg.  En terwijl iedereen voor de haven lag te wachten voer er een soort landingvaartuig tussen ons door, met zo'n tien militairen met gerichte geweren, geëscorteerd door helikopters. Erg dreigend. 

Het binnenvaren van de haven verliep zoals gewoonlijk volledig chaotisch, want hoewel er via de marifoon telkens werd omgeroepen dat je vanzelf je naam hoorde en dan naar binnen mocht, was het in werkelijkheid het recht van de sterkste. De meest bescheiden mensen, zoals de “Lady Twin” met Loes en Frans hebben tot het allerlaatst liggen wachten, terwijl ze er als één van de  eersten waren. We zijn naar ze toe gevaren om het ze te vertellen en ze zijn toen voorzichtig achter ons aan naar binnen geschoven. Daar kregen wij door Bello natuurlijk weer een majesteitelijk plekje, terwijl zij over vier schepen heen moesten klauteren. Frans overweegt nu toch serieus een speelgoedhond met bewegend kopje voor op het schip te zetten!  Na het aanleggen moesten we eerst wachten op de douane voor we van boord mochten. Maar toen ze Bello zagen en ik vertelde dat die het heel moeilijk had, we hadden een paar uur voor de haven moeten wachten en hij rook en zag land, mochten we er met elkaar af om Bello uit te laten en liep de militair al vragend stellend en schrijvend mee, zo nu en dan stoppend bij een mooi polletje gras. Zo zal hij nog wel nooit eerder een boot hebben ingeklaard!
                                                 
's Middag ben ik met een tour meegegaan om Haifa, een moderne havenstad, te bekijken en aansluitend geld te wisselen en boodschappen te doen. Het laatste bleek in een gebouw te zijn, ontworpen en gedecoreerd door een leerling van Hundertwasser, waar ik een groot bewonderaar van ben. Heel leuk. Het vreemde is wel dat er overal op wapens wordt gecontroleerd. Zelfs als we een park (van de sekte van de Bahia) in gaan worden  we van top tot teen gescand. Onderweg komen we langs een restaurant waar een paar maanden geleden een bom was ontploft met 23 doden. Het was gewoon weer open. 
's Avonds werd er natuurlijk weer gegeten en gedanst, maar dat was me na een nacht varen helaas te veel.

De volgende dag zijn we met een tour naar Nazareth en het meer van Galilea gegaan. Het kost moeite om je voor te stellen hoe het hier tweeduizend jaar geleden is geweest. Maar het is duidelijk dat je, als je filosofisch / meditatief bent ingesteld en een groep mensen om je heen hebt verzameld met wie je in alle rust van gedachten wilt wisselen,  je geen betere omgeving kunt wensen dan de noordkant van het meer van Galilea in de buurt van Kapernaum. Heel groen, bomen waaronder je heerlijk koel in de schaduw kunt zitten, bloemen, zingende vogels, natuurlijke waterbronnen en een schitterend uitzicht over het bladstille meer. (Het is dan ook de plaats van de Bergrede en een aantal aan Jezus toegeschreven wonderen.) 


  

Na een korte skippersmeeting ( de tour heeft veel langer geduurd dan de planning was, of misschien lopen theorie en praktijd hier altijd langs elkaar) varen we 's avonds af met bestemming Ashkelon in het zuiden van Israël. 

 

Maandag 7 juni             Haifa      -      Ashkelon       
90 NM

 We vertrekken om half zeven 's avonds. De nacht is erg rustig. We kunnen zo nu en dan zeilen, dan weer motorzeilen. Wat mij betreft heb ik liever de motor er bij aan, anders hoor ik zo nu en dan de Israelische marineschepen, soms heel dichtbij, zonder dat ze te zien zijn. De militaire aanwezigheid van Israel is heel dreigend. Iedereen moet zich melden en wordt nadien door ze opgeroepen. Een aantal schepen wordt de hele nacht wakker gehouden, terwijl voortdurend dezelfde informatie wordt gevraagd. Soms vliegen heel laag vliegtuigjes over. We horen tijdens de nacht dat de marine opdracht heeft gegeven dat we maar in een heel smalle strook, tussen 4 en 7 NM,  langs de kust mogen varen en er niet buiten mogen komen. Druk, want er blijken ook tankers en vrachtschepen doorheen te spuiten, dus goed opletten.  Verder is het een heerlijke nacht en we hebben allebei goed kunnen slapen. We komen om half elf aan in Ashkelon en hebben de hele dinsdag vrij.  

 Woensdagmorgen vroeg op,  we gaan met een tour naar Massada en de Dode Zee.   De weg erheen is prachtig. Door de Negev woestijn, die hier letterlijk tot bloei is gebracht. Er is een irrigatie systeem aangelegd waardoor, computergestuurd, alleen de plantjes druppels water krijgen en de grond ertussen niet nat wordt (dus ook geen onkruid). Hier liggen ook veel kibboetsen, maar het is ook het terrein van Bedoeïenen die hun vee op de gemaaide of gerooide velden laten weiden. We zagen ook groepen loslopende kamelen, sommigen zijn van de bedoeïenen, anderen wandelen over de grens met Jordanië en grazen hier .
                                      
De bedoeïenen moeten zich hier langzamerhand "settelen": er worden dorpen voor ze gebouwd, de kinderen hebben leerplicht en moeten naar school, vaak kilometers lopen of op een ezeltje, dat langs de weg waar de schoolbus ze ophaalt staat te grazen tot de kinderen terugkomen en de vrouwen mogen niet meer in hun tenten bevallen maar in een ziekenhuis. Als ze buiten het ziekenhuis een kind krijgen, is dit niet verzekerd tegen ziektekosten en heeft ook geen recht op andere zaken van de staat, zoals scholing. Ook nu valt weer op wat de Israëliërs onder het begrip "integratie" verstaan. Ze roemen de integratie tussen de "Arabieren"en de "Israëliërs", (de eersten hebben ook een Israëlisch paspoort, maar à la) en laten ons dan een compleet Arabisch dorp zien  en een paar kilometer verder een Israëlisch dorp. 

Massada is een Romeins fort, op een eenzame heuvel  boven de Dode Zee. Koning Herodes heeft het laten aanleggen, met een prachtig paleis op verschillende verdiepingen. Hij is er nooit geweest, zelfs niet voor een bezoek. Toen de Joden  in opstand kwamen tegen de Romeinen werd dit fort veroverd door zo'n duizend Zeloten, inclusief vrouwen en kinderen en is daarna  gedurende drie jaar belegerd door de Romeinen. Toen ze op het punt stonden overwonnen te worden, hebben ze massaal zelfmoord gepleegd. Er is een film over gemaakt, met Peter o' Toole, die we nu natuurlijk willen zien.
                                       
Voor de Joden is dit een zeer bijzondere plaats, omdat de Joden hier voor het eerst in opstand kwamen tegen de onderdrukkers en ook omdat hier de eerste synagoge buiten de tempel in Jeruzalem stond. Naar dit voorbeeld zijn daarna alle andere synagogen ter wereld gebouwd. Er komen dan ook veel schoolkinderen kijken. Ze zien het als een schoolreisje met veel gegiebel, maar achteraan lopen wel twee vaders met het geweer in de aanslag.

Tijdens deze bezichtiging kregen we het goede nieuws dat er voor Bello oppas in Egypte geregeld was en dat we dus rustig aan dit laatste traject konden deelnemen. De crew van het leiderschip de "Vision" ging niet vanuit port Said met de excursie mee en wilde graag voor Bello zorgen. Ook voor de excursies aan het eind van de EMYR hadden we al een oppas, dus dat was een zorg minder! Het was wel een gok geweest om hem mee te nemen, we hebben zelfs nog op het punt gestaan om hem in Haifa twee weken in een gezin of pension te laten blijven, maar vonden de gok te groot. Nu was hij zoveel mogelijk bij ons en kenden we de mensen die voor hem zorgden. 

Na de bezichtiging van dit immense fort gingen we naar een restaurantje aan de oever van de Dode Zee, waarin we na de lunch gingen baden. Zwemmen kon niet, omdat het water zo zout is dat je je benen niet onder water kon houden.  Hoewel ik 's morgens mijn bikini alvast had aangedaan, bedacht ik me toen ik de waarschuwingen hoorde als: "een slok van dit water en je moet het ziekenhuis in".  Maar toen ik naar het meer liep en al de EMYR gangers er vrolijk in zag ronddobberen, kon ik me toch niet inhouden en heb het even geprobeerd. Je voelt je net een dobbereendje!  Het water is olie-achtig glad, je huid voelt als van Teflon. Maar zout!!! Een likje van je vinger is al zo smerig dat je eindeloos je mond blijft spoelen.

 

 Terug in Ashkelon hadden we 's avonds een bijeenkomst, waarin alle schippers gezamenlijk gebriefd werden, met daarna een barbecue. Het  werd een tamelijk vervelend geheel want  er ontstond een breuk omdat een deel niet mee wilde zeilen naar Egypte. Allereerst omdat de weersverwachting voor de oversteek naar Egypte niet optimaal was, de wind en de golven waren tegen.  Het weer was erg belangrijk omdat dit een lang stuk zou worden, 115 NM., en we hadden al een keer meegemaakt hoe vervelend deze combinatie kon zijn. Er was eerst zelfs een stormvoorspelling, gelukkig was die nu weer ingetrokken. Daarbij kwam dat er van te voren was meegedeeld dat er niet genoeg plaats was voor alle schepen in Port Said en een aantal mensen al besloten hadden dat zij dan met de bus zouden gaan. Nu werd gezegd dat er genoeg plaats gemaakt was voor alle schepen, maar de beslissingen waren al genomen. Sommigen hadden motorpech of andere technische problemen, een aantal anderen waren moe. Ook werd als argument genoemd dat twee lange afstanden zeilen niet opwogen tegen de korte bezichtiging van Egypte en dat men beter de bus vanuit Israël kon nemen.  Er ontstonden twee kampen, heel moeilijk om hier omheen te leven tijdens de aansluitende barbecue.

 Wij wilden wel graag uitvaren, vonden het gewoon veel te spannend om dit te missen, hoewel we ook wel onze zorgen over het weer hadden en tot het laatste moment een slag om de arm hielden. Ik ben zelfs nog eens naar het organiserend comité gegaan om te kijken of ik echt alle informatie had, om te begrijpen waarom de anderen niet mee wilden. We besloten de beslissing uit te stellen tot de volgende dag. Toen we die ochtend om zes uur onze paspoorten weer in bezit hadden, bleek dat de wind gedraaid was. Toen was het snel beslist: we gingen!

 

 donderdag  10 juni        Ashkelon ,  Israel    -     Port Said ,  Egypte                     
124 NM   

 Het werd boven verwachting een prachtige tocht!  De wind stond goed en er waren geen noemenswaardige golven. Het was ontzettend jammer dat er maar zo weinig schepen meegegaan waren: drie en veertig van de tachtig schepen. We konden eindelijk weer overdag varen, wat betekent lekker lezen, breien of slapen in de kuip, zo nu een dan een lekker hapje klaarmaken en ultieme stilte. Heerlijk!!!!  Wat hadden we dat gemist!  Ook de aansluitende nacht was prachtig. Er stonden zoveel sterren dat de lucht wel lek geprikt leek en er bleef maar wind staan zodat we konden zeilen. Ik had zoals gewoonlijk de eerste helft van de nacht de wacht, Gerhard vanaf twee uur de tweede. Maar om half vier, net toen ik naar de wc ging en even vroeg of alles nog lukte,  hield de stuurautomaat er mee op.  Dat betekende dat ik onmiddellijk op de hand moest sturen. Toen pas merkten we het gemak van zo'n automaat: nu was je genoodzaakt met z'n tweeën wakker te zijn, omdat één het stuurwiel vast moest houden en de andere de voorkomende klusjes moest klaren, zoals marifoon-oproepen beantwoorden, even uitkijken of de zeilen verzetten, iets te eten of drinken halen. Dit zouden we nooit de hele afstand hebben volgehouden. Gelukkig hoefden we niet ver meer, want om 05.00 uur waren we op het verzamelpunt, waar we ankerden en nog even lekker konden tukken alvorens we om 06.00 uur in konvooi het Suez kanaal in voeren. 

 

Dat was een belevenis!  Admiraalzeilend met mooi opgetuigde boten en veel getoeter en gezwaai van langs het kanaal liggende schepen.

Ik had ook snel onze vlaggetjes gehesen, een beetje laat door de slaap, maar was vergeten dat ik de Egyptische er tussenuit had gehaald, dus het geheel zat niet meer aan elkaar vast. En zo hadden wij een lange vlag uitwaaien, die we niet meer naar beneden konden krijgen. In de haven zijn we geholpen door de “Talagoa”, waar Waldemar onze mast inging om dit weer op te lossen. En gelukkig kwamen we naast de “Juwin” te liggen, een Duitse boot, die ook al midden op zee de machine problemen van onze groepsleider had opgelost. Hij vond de boosdoener van het probleem met de stuurautomaat: een driekwart centimeter dikke plaat, waarop de motor van de stuurautomaat gemonteerd zat en die doormidden gebroken was!  De plaat kon in Port Said worden gelast, zodat we hem weer in zouden kunnen bouwen voor vertrek. Helaas was het een vrijdag, dus een zondag voor de moslims, er kon geen haast worden gemaakt. We hoorden via luidsprekers het gehele verloop van een dienst in de moskee in de haven. Dat had wel wat.

 's Avonds hadden we een uitnodiging van de Gouverneur van de Provincie voor een cocktail. Er was ons verteld dat er geen alcohol geschonken mocht worden (verboden voor moslims) maar dat het geen probleem was als we onze eigen drankjes meenamen. Dus stond iedereen bij de poort van de haven met rugzakjes klaar. Heel beschamend toen we de weelde van de ontvangst zagen! We werden afgehaald met prachtig opgetuigde koetsjes en via een mooie tocht door Port Said naar een grote tent gebracht, vol Perzische tapijten en luie fauteuils.

We moesten wachten tot de gouverneur en zijn gevolg kwam, maar nadat die in statie binnen waren getreden werden er de heerlijkste vruchtensappen gepresenteerd. Ik had aardbeiensap waarin nog grote stukken aardbeien ronddreven. Ik zou het zelf nooit gekozen hebben , maar het was heerlijk! Verder konden we allerlei zoete en hartige hapjes ophalen bij een lopend buffet.. En toen begon de show, een dansshow van verschillende groepen, mannen en vrouwen apart, dan weer gemengd, en kinderen die vol enthousiasme een anderhalf uur durend programma vulden. Werkelijk schitterend! Het mooist vond ik toch wel de dans van de Derwitsjen, mannen die met wijde, prachtig gekleurde rokken ronddraaien, waardoor die rokken horizontaal komen en ze als tollen door de zaal wervelen. 

                                               

 Na afloop werden we naar een openluchttheater gebracht, een rond podium met daaromheen trappen in de hoogte gebouwd. Er stond een bandje en we konden dansen, onze eigen drankjes drinken en ons vermaken. Het leukste was dat de muziek oosters was, dus een nieuwe manier van dansen. Ik had best voordeel van de volksdanslessen die Gertien en ik zo'n twintig jaar terug hadden gehad!  Tijdens de wandeling terug naar de boot hebben we een nieuwe theepot op de kop kunnen tikken. Onze glazen pot was gesneuveld bij het slippen op de gladde vloer, toen er weer eens water stond bij het scheef gaan van de boot. (We halen dit wel weg, maar het lukt ons nooit om het compleet droog te krijgen. En zolang het lek in de waterleiding niet gevonden is, blijft dit ook zo. Er is geen tijd dit grondig uit te zoeken.) 

 De volgende morgen staan de bussen klaar voor een tocht naar Cairo en de piramiden. Voorin elke bus zit een bodybuilder van een lijfwacht, met onder z'n colbertje duidelijk zichtbaar een revolver, voor en achter ons politiewagens met blauw zwaailicht. En tot de provinciegrens zelf ook nog een vrachtauto met vier militairen. De bussen rijden op de vierbaansweg schuin achter elkaar, zodat er niemand langs kan.  Ze zijn erg bang dat ons iets gebeurd en de EMYR is natuurlijk ook een dankbaar doelwit:  zestien verschillende westerse nationaliteiten op een hoopje, dat geeft geweldig veel pers-aandacht mocht er iets mis gaan.  In Cairo, een miljoenenstad, wordt zelfs het verkeer op ieder kruispunt voor ons stilgelegd!

We rijden eerst door vlak land waardoor het Suez kanaal gegraven is. Zo nu en dan torent een enorm schip boven het landschap uit. Heel gek, soms zie je woestijn waarop een schip vaart.  Onderweg wordt ons door de gids iets verteld over de Egyptische economie, niet erg bemoedigend. Het land heeft 80 miljoen inwoners en er komt elke negen maanden 1 miljoen bij. Een derde deel leeft onder de armoede grens en dat betekent hier geen enkel inkomen. De staat geeft ze niets, ze hebben niets. Cairo groeit sterk en heeft nu al 18 miljoen inwoners. We passeren daar een grote begraafplaats, waar veel huisjes staan waarin de doden begraven worden. Nu is het een bewoonde stad, de armen hebben het in bezit genomen. 

 We bezoeken eerst de piramiden van Gizeh. Ik had altijd gelezen dat de oostkant van de Nijl, de kant waar de zon opkomt, de kant van de levenden is, dus daar is Cairo gebouwd en de overkant van de Nijl, de westkant, is de kant van de doden. Daar staan de piramides. Ik stelde me ze dus midden in de woestijn voor, maar dat kan natuurlijk niet met zo'n bevolkingsgroei. Toch is het gek om de piramides te zien oprijzen achter flatgebouwen. De folders liegen echter niet: er achter gaat de woestijn  eenzaam verder.  

       

Toch vond ik ze minder indrukwekkend dan verwacht. Ik had ze me glanzend en strak voorgesteld,  ze waren echter nogal gehavend en verweerd door de tijd. Misschien zijn ze in Luxor, in het zuiden, mooier. De binnenkant was wel erg spannend. Je moest gehurkt, bijna op handen en voeten een diepe trap af om eindelijk bij een gebouw in een gebouw te komen: het koningsgraf. Daar lag de farao begraven, terwijl de aangrenzende ruimtes alle schatten bevatten die hem meegegeven werden voor het hiernamaals. Nadat we de Sfinx hadden bekeken gingen we voor een lunch naar de stad. Tot grote trots van de organisatoren konden we kiezen uit een Mc. Donald, een Kentucky Fried Chicken of een pizzeria. Wij vonden die keuze minder aantrekkelijk, maar hebben toch genoten van heerlijke pizza's.

's Middags hebben we het Nationaal Museum bezocht, in het bijzonder de mummies van de Farao's en de schatten van Tut Anch Ammon.  Dat waren niet alleen zijn gouden dodenmasker en met edelstenen ingelegde gouden sarcofagen, die in elkaar pasten, maar ook al zijn onvoorstelbaar mooie sieraden en alle in het hiernamaals benodigde meubilair zoals tronen, bedden en zijn rijtuig. We hadden hier wel dagen kunnen blijven, zo schitterend!  De kleuren, vormen, materialen, alles was even mooi! Het was een wonder dat deze schatten bewaard zijn gebleven: alle andere Farao-graven zijn geplunderd, dit graf hebben de vandalen niet ontdekt. Tut had niet eens zoveel tijd om zijn grafruimtes te bouwen en versieren: hij was pas achttien toen hij overleed.

 Er stond ons nog een tocht op de Nijl in een felucca te wachten. We zeilden met zes boten in de ondergaande zon tussen de meest futuristische flats van de duurste hotels van Cairo. Een belevenis! 

                                              
Bij  aankomst in het hotel werden we verwelkomd door een bandje, wat een half uur later werd herhaald toen we vertrokken voor ons diner in een aangrenzend dorp. Onderweg kwamen we hele gezinnen tegen die op het land hadden gewerkt en op weg waren naar huis. Soms was er een ezel bepakt, soms zaten ze er met z'n tweeën op, soms trok het ezeltje een hele kar vol onbestemde groene stengels, vrouw  en kinderen.   Voor het diner werd er in een prachtige dansshow de geschiedenis van Egypte weergegeven. En zo kon ik me plotseling voorstellen hoe het moet zijn geweest in de tijd van de Farao's. Wat een beschaving!

De volgende dag zagen we de andere kant van de medaille: we mochten een paar uur in de Souk van Cairo lopen. Omdat we daar niet zoveel zin in hadden zijn Gerhard en ik onze eigen gang gegaan en hebben de Hussein moskee, direct aan de ingang van de Bazaar bekeken. Hierbij mocht ik niet door de manneningang naar binnen, maar moest via de zijkant naar de vrouwenafdeling. Lida van "de Silte Swaen",  een flamboyante vrouw die we later beter leerden kennen met prachtige verhalen over haar leven en relaties, ging met me mee. We moesten een sluier stevig onder onze kin dichtknopen en  mochten toen naar binnen. De daar aanwezige vrouwen vonden het geweldig, we werden aan alle kanten welkom geheten en meegevoerd naar een heiligdom waar het hoofd van Hussein, een kleinzoon van de profeet Mohammed, begraven ligt.  We kregen nog een extra speld in de doek onder de kin en werden toen meegenomen om te bidden . Ik raakte Lida kwijt, maar werd door de vrouwen weer snel naar mijn vriendin gebracht. Vanaf hier kon je in de mannenkant kijken en de moskee overzien. Het was een ervaring, maar we waren lang weg en wilden de mannen niet langer laten wachten. Lida en Wim vertelden ons dat de straatjes daarachter erg arm waren, de mensen leefden er op straat, waren verzwakt en ziek, soms melaats. Maar je kon er rustig in, het was niet gevaarlijk. We zijn echter eerst naar een andere beroemde moskee gelopen, de Al Azhar Moskee, die vooral bekend is als theologisch centrum voor de Soennieten. Er zijn veel koranscholen. Ook hier kregen Gerhard en ik een aparte rondleiding,  maar omdat we dat niet van elkaar wisten en  we geen andere toeristen zagen, durfden we geen van tweeën te lang te blijven.

 

Nadat we de gids een stevige fooi voor de moskee en het armenwerk hadden gegeven, zijn we de straatjes van het centrum ingegaan. Dat was vreselijk, arm en smerig, onbeschrijfelijk. We zijn geen van tweeën ooit in een derde-wereld-land geweest, dus dit klapte er hard in. Mensen die op straat wonen, soms in een stukje dat met tentdoek is afgeschermd, soms met als enig bezit een komfoortje. Iedereen ligt apathisch te kijken of te slapen, op een paar na die blijkbaar voor een restaurant groente aan het snijden en koken zijn. De aardappelen werden tussen het vuil geschild met een broodmes. In één straatje werd uit een grote ketel waterige soep uitgedeeld. Ik heb altijd de smerigste straatjes mooi gevonden, maar dit was teveel en we zijn er uit weggevlucht. Voor het eerst verlangden we naar een westers hotel of restaurant. Armoede is zielsverscheurend en niet om naar te kijken. We konden het niet over ons hart verkrijgen om er foto's van te maken en schaamden ons voor onze weelde.

       

Na nog op een terrasje met wat andere Emyrgangers over onze ervaringen gepraat te hebben gingen we weer op Port Said aan. Daar bleek de roestvrij stalen beugel weer gelast en Gerhard en Winfred van de "Juwin" hebben alles snel ingebouwd.

       

 Groot was dan ook de teleurstelling toen om twintig minuten voor acht bleek dat de automaat het niet deed. Maar omdat we om acht uur klaar moesten staan voor het Rally diner, werd het klussen gestopt. We hadden intussen al wel werk gemaakt van noodoplossingen en zo kwam Sandrine aan boord, een Française en opstapper bij een andere boot, waar ze in Port Said met ruzie afgezet was. Ik kende haar al langer, ze is heel aardig, vrolijk en een goed zeiler, dus voor ons een grote aanwinst. Toch zat het me tijdens het diner, waarbij we eerst uren moesten wachten op de gouverneur en gevolg, daarna nog op de nodige toespraken voor we pas om half elf mochten eten,  niet lekker. Dit werd  de langste overtocht en omdat Gerhard niet goed kan sturen door zijn Parkinson, leek het  toch wel erg veel voor Sandrine en mij om elk zeker zo'n 12 uur achter het stuurwiel te moeten staan.  Maar velen, waaronder vooral onze groepsleden, schoten te hulp: twee schepen waaronder de "Juwin" wilden hun eigen automaat wel uitbouwen en in onze boot zetten, wat we hebben afgewezen,  de "Mindemoya of Leela" met een vierkoppige bemanning wilde tijdens de reis wel crew laten overstappen. De crewlijsten waren echter al naar Israel gefaxt en deze mochten van de Israëliërs niet meer veranderd worden. Dat betekende dus dat ze midden op zee naar hun eigen boot terug moesten overstappen. Dit laatste hebben we als achterdeurtje aangehouden. De volgende morgen was Gerhard al om vijf uur  op en heeft met de mannen van de "Mindemoya" alles nog eens nagelopen. Hij ontdekte toen dat er tijdens het afbreken van de stuurmotor een paar elektrische draadjes waren afgescheurd. Nadat die weer aangesloten waren deed de automaat het weer!  

 

 

 

maandag  14 juni     Port Said ,  Egypte   -     Herzliya  ,  Israel            
135 NM

 

En zo konden we om 08.00 uur met de hele groep op één schip na, nog wel het kleinste van de vloot met z'n  8.50 m., dat via het Suez kanaal verder gaat, weer pontificaal in Admiraalstijl en met versierde boten het Suez kanaal uitzeilen, uitgewuifd en nagetoeterd door de hele vloot van Port Said.  

Het leuke was dat alle EMYR-schepen bij het verlaten van het Suez kanaal vlak bij elkaar lagen en omdat de wind goed stond werd het meteen wedstrijd-zeilen.

 

                                        

De "Daydream" weerde zich geweldig!  Verbazend dat ons schip zo snel kan!  Met Sandrine achter het stuurwiel die, zodra we de ene boot ingelopen hadden, haar volgende prooi alweer opzocht. Nadat we haar het trucje geleerd hadden om bovenlangs passeren, om bij de tegenstander de wind uit de zeilen te nemen, haalde ze al jubelend een aantal schepen in!  Het weer was perfect, de wind stond goed,  de aansluitende nacht was prachtig en de Israelische marine hield zich koest. Dit werd de mooiste zeiltocht van de hele Emyr.  Een geweldige afssluiting.  

Bij aankomst in Herzliya, vlak bij Tel Aviv,  na 27 uur varen, was het heerlijk om de rest van de vloot weer terug te zien, o.a. de "Lady Twin" met Frans en Loes . Zij waren meegegaan met de 3-daagse bustocht naar Cairo, die een ellende was geworden, met ingewikkelde en tijdrovende passages van de Gaza strook. Hierover hadden we toch een licht leedvermaak. 

We hadden ruimschoots tijd, voor ons twee volle dagen, om weer op verhaal te komen waarbij Sandrine en ik op het prachtige strand hebben gelegen, gezwommen en de andere EMYR boten zagen binnen komen.  Het afsluitende Rally-diner was de grote finale, maar we voelden het niet zo, omdat een groot aantal van ons nog de drie-daagse excursie naar Jeruzalem en Petra ging maken. We waren intussen net één grote familie geworden en stelden het afscheid zo lang mogelijk uit.

          

Ook deze excursie was net als voorgaande excursies in Israël, qua organisatie een ramp. Je vraagt je werkelijk soms af hoe de Israëliërs een oorlog kunnen winnen maar zo iets simpels niet kunnen beheren.

We hebben de eerste dag Jeruzalem bekeken, waarbij ik het bezoek aan de Olijfberg het mooiste vond. Van hier heb je een prachtig uitzicht op de stad Jeruzalem

en je kon je ook nog een beetje voorstellen hoe het twee duizend jaar geleden moet zijn geweest. De Olijfberg heeft weten te ontsnappen aan bebouwing, omdat de Joden geloven dat juist hier de Messias zal verschijnen. Er zijn dus erg veel begraafplaatsen, omdat ieder de eerste wil zijn die dan tot de opstanding gewekt wordt.

 Helemaal mooi vond ik dat er hier nog olijfboomgaarden zijn, waarbij ik er één met een olijfpers ontdekte (hier was ook het Hof van Getshemane, wat betekent het "hof met de olijfpers").                                 

 

Daarna een bezoek aan de Klaagmuur, waarbij tot onze grote schrik de vrouwen gescheiden werden van de mannen, voordat we door de stadspoort de stad in mochten. We moesten in verschillende rijen staan voor de veiligheidscontroles.

De orthodoxe Joden mogen nl. niet in de buurt komen van "onreine" d.w.z. menstruerende, vrouwen. En hoewel onze leeftijd hier geen enkele aanleiding toe gaf, gold dit ook voor ons. Voelden we ons in moslim-omgeving al eens "zondig", puur omdat je een deel van je lichaam liet zien, dit ging nog veel verder.  Zelfs buiten de heilige plaatsen werd je als onrein bestempeld, puur door te bestaan!  We hadden ons trouwens nooit zo gerealiseerd hoeveel overeenkomsten het orthodoxe Joodse geloof heeft met de Moslim-religie, maar het is natuurlijk niet gek, omdat de laatste is voortgekomen uit het eerste,  en beide zich in deze streken hebben ontplooid. Zo mogen beide bijv. geen alcohol of varkensvlees gebruiken. Wel gaat het Joodse geloof vaak veel verder in zijn beperkingen: de voedsel voorschriften zijn veel strenger en ook de wetten t.a.v. vrouwen: moet een moslimvrouw haar haar verbergen, een orthodox-joodse vrouw moet zich zelfs kaalscheren (maar mag dan wel een pruik dragen). 

 

Ook bij de Klaagmuur werden we gescheiden. De vrouwen mogen bij een deel van de muur bidden, de mannen hebben de rest. Gerhard vond dat mannendeel erg indrukwekkend; mannen in het zwart met witte overhemden, zwarte hoeden, zwarte baarden en lange lokken aan de voorkant onder de hoed uit.  De klaagmuur is heilig voor de Joden, omdat het het laatst overgebleven deel van hun oude tempel is. Iedere dag vinden er ceremonies plaats: jongens, die hun Bar Miswah vieren, hun inwijding en toetreding tot het Joodse geloof. Hier mogen ze dan voor het eerst voorlezen uit de Thora, de rollen waarop de Heilige Schrift staat. Je ziet dan een groep mannen met in hun midden de jongen van zo'n veertien jaar, vooraf gegaan door een mooi kastje waarin de rollen zitten, naar de muur lopen. Daar moet de jongen voorlezen, omstuwd door de rest van de mannen. De vrouwen kunnen dit helaas niet zien, want er is een schutting tussen het mannen- en vrouwendeel. Maar daar is wat op gevonden: een aantal vrouwen staat op stoelen en kan over de schutting kijken en de berichten doorgeven.  Als het grote moment aangebroken is, beginnen de vrouwen al tongklakkend te joelen,  net zoals in alle Arabische landen.

 We lunchen met ons eigen lunchpakket in een plantsoen met mooi uitzicht op de stad en, minder mooi, de in de verte zichtbare nieuw gebouwde enorme muur, die ons, volgens de gids, tegen de terroristen moet beschermen. Daarna bezoeken we de Via Dolorosa, de weg die Jezus met het kruis heeft bewandeld nadat hij veroordeeld is door Pontius Pilatus. Dit is nu een smal winkelstraatje, met trapjes en vol toeristenwinkeltjes.                    

Op belangrijke punten van deze route staat een kapelletje of kerk. Het is moeilijk hier iets religieus te voelen. De kerken zijn modern, de straat druk. Aan het eind kom je bij de Heilige Graf Kerk. Hij is gebouwd op de plaats waar vroeger Golgotha lag, de heuvel waarop Jezus werd gekruisigd. Nu is het een enorm gebouw, met kerken op verschillende verdiepingen, om iedere geloofsrichting toch zijn eigen "plekje" te geven. In één van de grootste kerken ligt een glazen plaat, waardoor je nog een deel van de vroegere heuvel Golgotha kunt zien. Ook is er de plek waarop Jezus begraven heeft gelegen. Voor een aantal van onze EMYR groep is dit toch een hele indrukwekkende ervaring, wij vinden het meer curieus. Helaas moeten we na een wandeling door het Armeense deel van de stad weer naar de bus. Geen vrije tijd voor ons zelf, hoewel het pas half vijf is. 's Avonds eten we in het hotel in de buurt van Jeruzalem. We vragen ons af of dit slechte organisatie of gemakzucht is, of dat men misschien bang is voor aanslagen op onze groep. In ieder geval hebben wij te weinig van Jeruzalem gezien.   

 

De volgende dag gaan we over de grens naar Jordanië. Vier uur wachttijd bij de grens, waarschijnlijk omdat alle 120 personen op één formulier staan, i.p.v. per bus en niet alle gegevens kloppen. Het grootste deel van de tijd staan we in de brandende zon in de rij bij de Israelische douane.  Tot ons ongenoegen moeten we daarna nog naar een opgraving in Jerash. We hebben ze al zo mooi gezien in Palmyra, vinden we, en gaan liever snel door naar Petra via de Koninklijke Weg door de bergen. Maar nee, de gids is niet te overtuigen en we krijgen Jerash. Mooi, dat wel, maar als we weer wegrijden is er volgens de gids één persoon minder. Wij bezweren dat iedereen er is maar we moeten terug en de hele opgraving wordt afgezocht. Na  een uur wachttijd mogen we weer verder, nu wel met twee gewapende militairen in de bus. We komen 'savonds om half elf aan in Petra, waar we snel eten want de volgende morgen moeten we al om half zeven bij de bus staan die ons naar de ingang van de kloof rijdt.

                                               

Petra is een ervaring!  Het is een stad die eeuwenlang verborgen is gebleven omdat je door een nauwe kloof moet. Pas in de vorige eeuw heeft een ontdekkingsreiziger na jarenlange voorbereiding (hij heeft het moslimgeloof aangenomen en de taal geleerd) aan de bedoeïenen gevraagd of ze hem het graf van Aäron, de broer van Mozes, wilden laten zien, wat hier op een bergtop ligt. Dit is een heiligdom voor Moslims en ze konden het niet weigeren. En zo trok hij door de kloof en zag schitterende gebouwen uitgehakt in de veelkleurige rotswanden. Voordat Palmyra zijn hoogtepunt bereikte was dit een belangrijk verkeersknooppunt voor karavanen, die o.a. specerijen en zijde vervoerden. De bedoeïenen werden rijk van de tolheffing en begonnen een stad te bouwen, allereerst voor de doden, later ook om zelf in te wonen. Wij kwamen er aan bij het openen van de poort, om zeven uur, en zagen de prachtig uitgehouwen gevels in de roze kleuren van de opkomende zon. Schitterend! 

Ook in de gebouwen zelf waren de kleuren op plafonds en in pilaren adembenemende kunstwerken. Het merkwaardige is dat de bouwers dit zelf niet hebben kunnen zien, de kleuren zijn ontstaan door erosie!

 

Helaas was het bezoek maar kort, want we moesten voor zes uur ’s middags weer bij de Israelische grens zijn. En met ongeëvenaard organisatietalent werd ons daarom om half elf  's ochtends een lunch door de strot geduwd, omdat "er verder niets meer kwam". Tot onze ontsteltenis mochten we om twee uur 's middags uitstappen voor een "comfortstop" bij een prachtig restaurant.  Dat waren ze kennelijk vergeten, maar daar konden we nu niets gebruiken, geen tijd voor. Toen we om acht uur 's avonds uit de bus gezet werden, zo'n vijfhonderd meter voor de ingang van de haven, want dat was makkelijker voor de chauffeur, was an ook niet iedereen  in een opperbest humeur. Velen wilden graag de volgende dag meteen Israël verlaten, want het werd door bijna iedereen ervaren als een prachtig land maar met een arrogante en zeer militaristische bevolking. Dit snelle vertrek stuitte op echter op problemen bij de Israelische douane: dat moest 24 uur van te voren worden aangemeld!

Toch was die laatste dag erg leuk: er werd veel en uitgebreid afscheid genomen en 's avonds nog feestelijk geborreld met als uitsmijter een heerlijk feest op de "Vision",  de catamaran van Tari en Frank, die samen met Hassan uit Kemer de EMYR georganiseerd hadden.

  

 

Terugreis:   Herzliya,  Israel  -  Paphos, Grieks Cyprus   -   Finike,  Turkije    
  totaal  238  NM

 

De volgende dag zijn we om 08. 00 uur met een grote groep uitgezeild. Ging wel ingewikkeld, want de douane gaf , na het nodige papierwerk op het kantoor,  pas je paspoort wanneer de touwen losgegooid werden en ze je zagen uitzeilen. Het meisje deed vreselijk haar best, ze rende van de ene pier naar de ander om ieder zo snel mogelijk ter wille te zijn en riep dat ze wel 4 kilo was afgevallen., maar het nam op deze manier enorm veel tijd. Onderweg besliste een deel in één ruk door te varen naar Turkije, een ander deel ging eerst naar Grieks Cyprus. Dat laatste was niet geheel zonder gevaar: wanneer men ontdekte dat je deel had genomen aan de EMYR, kon je in het gevang komen. Dit omdat de EMYR in het begin van de route Turks Cyprus had aangedaan, wat ten strengste verboden was. Vorig jaar is er een kapitein uit Delfzijl voor opgesloten, hoe dat is afgelopen weet ik niet.

 

Voor ons was het echter een must: wij hadden Bello en bovendien niet genoeg diesel voor zo'n afstand  aan boord, want de wind stond tegen, het was dus motoren.

En zo voeren we de volgende avond om zes uur, na 186 NM op de teller,  Paphos op Cyprus binnen. Een record voor Bello, de had 34 uur zijn plas opgehouden!!!!!!  Hij mag wel aan boord plassen, maar is te beschaafd!  Er lagen al wat EMYR boten, anderen kwamen later binnen. Hoewel de douane wel argwanend vroeg of we elkaar kenden, we hadden elkaar natuurlijk uitgebreid begroet en de politie later bij ons de boot nog kwam inspecteren maar alle bewijzen van de EMYR waren gelukkig goed verstopt, hebben we geen moeilijkheden gehad.

                             

De dag erna zijn we in 24 uur overgestoken naar Finike in Turkije en daar ingeklaard. Snel gedaan, want het was 152 NM. Ook hier lagen en kwamen weer een groot aantal EMYRs, o.a. Wim en Lida van de "Silte Swaen". Het weerzien is altijd heerlijk!  Na een paar dagen rust, borrelen, de was (laten) doen en boodschappen inslaan zijn we  eindelijk vertrokken om in een baaitje te liggen. En zo zijn we nu in Kekova, het zuidelijkste puntje van het mooiste deel van de Turkse kust,  waar de "Lady Twin" , die de oversteek rechtstreeks gedaan had, al op ons wachtte. 

Voor het eerst sinds begin mei weer stilte en ruimte,  tijd om lekker te zwemmen en niets te doen, om te klussen en dit verslag te schrijven.     Heerlijk!!!!!!

                                                                                 


 

Over
 ons
2001
Kroatie
 
2002
Kroatië
Griekenland
2003
Griekenland
Turkije
2004
15 e
EMYR
2005
Egeïsche Zee
2006
17 e
EMYR
2007 - 2008

Spelevaren

2009
20e
EMYR

 

Zeilen 
   met
Parkinson