Zeilen met de DAYDREAM

 

Over
 ons
2001
Kroatie
 
2002
Kroatië
Griekenland
2003
Griekenland
Turkije
2004
15 e
EMYR
2005
Egeïsche Zee
2006
17 e
EMYR
2007 - 2008

Spelevaren

2009
20e
EMYR

 

Zeilen 
   met
Parkinson

 

Het wordt spannend !
 

Eerste helft 2002 : bezoek familie
 

 

 

Tweede helft 2002:   De wijde wereld in! 


 

 

 

Stormschade

verslag 7 augustus 2002

 

Gedurende het voorjaar kwam er veel familie op bezoek, heel plezierig. In de zomer is Gerhard naar Nederland gegaan, terwijl ik met dochter Amcke heb gezeild. Zo'n vrouwenboot was erg leuk en voor herhaling vatbaar!
                                                   
Na
terugkomst van Gerhard uit Nederland hebben we eerst in Milna langszij de kustweg te hebben gelegen ( de haven was om drie uur al vol). Daarna zijn we een tijdje in Split geweest, omdat Gerhard ontdekte dat de motor koelwater verloor, en hij er van uitging dat we dan beter in Split konden zijn dan ergens in het zuiden, mochten er speciale onderdelen nodig zijn.

                                   

Terwijl we daar lagen hebben we de beroemde "metalworker"of  "INOX-man" bereid gevonden om de buizen voor onze sprayhood te maken. We staan er nog altijd versteld van dat er met twee buizen voldaan kan worden aan al onze eisen zodat we nu de sprayhood in drie standen op kunnen zetten (tegen golven = zonder dak, tegen regen = complete sprayhood en tegen zon = alleen dak).

Toen op naar Zadar, waar de zeilmaker nog altijd geld van ons had voor het maken van de textiele kant. Na daar twee dagen te hebben gelegen en te hebben overlegd, gaf hij aan het niet te kunnen maken en kregen we  het geld terug. Wel een kater, maar nu kunnen we verder zoeken. Dus een afspraak gemaakt met de zeilmaker in Split.

 

Op weg daarheen liepen we 's middag de haven van Murter binnen, omdat de wind nogal aantrok en de golven telkens hoger werden. Toen we naar binnen voeren regende het al. We lagen op de buitenste plaats aan de steiegr en  keken toevallig nog even over het kajuitdak naar zee, voordat we binnen aan de welverdiende wijn gingen. En wisten niet wat we zagen...... een onvoorstelbare muur van water kwam op ons af!!!  Twee seconden later was het " alle hens aan dek '' omdat de looplank dreigde vast te lopen achter een bolder en daarna konden we zelfs niet meer nadenken, alleen maar afhouden. Het geweld was onvoorstelbaar. Wind op orkaankracht en gigantische golven. Ons schip sloeg met een klap op het buurschip dat eerst op 2 meter afstand lag , een schip zonder mast, met nog maar 1 rechtopstaande scepter, die zich bij de heftige bewegingen in ons schip dreigde te boren. Gerhard had een losgeraakt landvast in handen , probeerde dat aan de wal te brengen, maar dat was onmogelijk. Toen na ongeveer 10 minuten het noodweer over was, bleek waarom ons schip zo plotseling verplaatst was: de metalen bolder waaraan het landvast aan de windzijde was vastgemaakt, was compleet afgebroken. Tot onze opluchitng was er geen schade ontstaan tussen ons en het buurschip. Tot we aan wal kwamen en ontdekten dat de metalen brokstukken van de bolder zich in ons schip hadden geboord en twee grote gaten in de romp hadden gemaakt. Vreselijk.

                                                                         

Na de eerste schrik en nutteloze meldingen bij de receptie, hebben we het maar stevig afgetaped, wat goed was, want die nacht stormde en regende  het weer enorm. De dag erna zijn we druk geweest met de verzekering, brieven schrijven en is er een begin gemaak met een noodreparatie.

Het blijft zonde van de boot, want de gaten zitten precies in de verdiepte streep met een blauw-groene kleur, en het is maar de vraag of dat ooit onzichtbaar gerepareerd kan worden. Maar we zijn eigenlijk heel gelukkig met het feit dat we zelf niet geraakt zijn, we waren vlakbij met de loopplank bezig en de roestige brokstukken vonden we overal terug.

Het kost weer meer tijd, het lijkt wel of we nooit verder komen (vorig jaar bleven we ook telkens in Murter hangen, je zou er bijgelovig van worden ) maar dat hoort ook bij avontuur. Bovendien is de weersverwachting voor de komende dagen nog slecht, dus we missen niets.

    

 

Over grenzen  

 verslag 23 augustus

  

Vrijdag 17 augustus was eindelijk, na veel vallen en opstaan, onze sprayhood klaar. Het was blijkbaar erg problematisch om onze iets afwijkende eisen te honoreren. Het buizenwerk is precies zoals we willen, de sprayhood kan in meerder standen gebruikt worden, maar de zeilmaakster van de firma  Elvstrom  bleef onze wensen met enig dédain behandelen en we zullen zelf nog veel details aan het doekwerk moeten verbeteren.

We zijn dezelfde dag meteen uitgevaren, en hebben in Milna, op het eiland Brac, overnacht langszij een vissersschuit. De volgende dag hebben we heerlijk gezeild en gingen voor anker in het prachtige baaitje van Vela Luka (dat betekent: “oude haven”) op het eiland Korcula. ‘s Avonds bleef de wind aan staan, maar  we zaten lekker uit de wind onder onze sprayhood  en genoten  van een glaasje grappa,  de volle maan en een prachtige sterrenhemel. Daarna  doken we in bed.


 

Na tien minuten werden we plotseling  wreed gestoord: het anker maakte lawaai!  Buiten gekomen bleek dat het  ankergewicht, dat we voor de zekerheid aan de ankerketting hadden bevestigd, losgeschoten was .  Omdat dit al vaker was gebeurd, bedacht  Gerhard hiervoor een oplossing: hij boorde een gaatje in het  bovenste handeltje van het gewicht, waardoor we een harpje konden schroeven, dat losschieten kon voorkomen. . Het probleem was wel, dat we dit pas konden vastmaken, terwijl het ankergewicht al aan de ketting hing.  Ik leende me als proefpersoon en nam met huiverende billen in het natte opblaasbootje plaats.  In het op de golven tollende bootje  moest ik , in innige omarming met de ankerketting, het gewicht van twintig kilo omhoog houden en tegelijk  een boutje door het gaatje steken en daarop weer een moertje vastdraaien.  Gerhard bescheen dit tafereel vanaf het dek met onze ver-straler, die alles in een straal van 500 meter in een fel licht  zette . Na een aantal pogingen lukte het en we doken zeer tevreden weer in onze kooi.

Na een tijdje werden we echter weer gewekt , nu door woest geblaf van Bello.

Ik rende bloot naar buiten om daar stokstijf tot staan te komen, want er zat een onbekende man in onze kuip! Ik mompelde nog zeer  beleefd  “Uno momento” en dook snel naar binnen om wat kleren bij elkaar te rapen, want ik bleef ondanks alles dame. Gerhard stormde totaal niet gehinderd door dit soort overwegingen in zijn adamskostuum de kuip in en trof daar de man aan, die doodgemoedereerd een sigaret aan het opsteken was en beweerde dat hij de havenmeester was en geld wilde innen . Hij vertelde nog veel meer in onverstaanbaar Kroatisch, terwijl hij  zwaaiend met zijn zaklantaarn  een rolletje euro’s openpeuterde. Dat konden we niet accepteren en er klonk dan ook een enorme brul: Gerhard had zijn geheime wapen ingezet! Ongelooflijk, zoveel lawaai uit zo’n tenger lijf. Ik wist dat hij het kon, hij gebruikte het ook wel tegen zwerfhonden die Bello  achtervolgden, maar toch schrok ik er van. De man stond op en keek Gerhard verbaasd aan.  Ik begon in het Nederlands mee te schreeuwen. Het was niet genoeg. En van andere boten in de buurt kwam ook geen enkele reactie, overal bleef het donker.

Ineens dacht ik aan de ver-straler, die we net hadden gebruikt.  Ik richtte recht op ’s man’s ogen. Verblind deed hij een stap achteruit, wankelde, deed nog een stap  en zag Bello.

”Nice dog”zei hij, terwijl hij bleef staan om Bello te aaien.  En in plaats van ons te verdedigen, zette Bello zich  in zijn meest voordelige houding en richtte zin ogen flirtend naar de man op.  “Nice dog!!!”  Bello kreunde verleidelijk.  Toen pakte hij de hond in het nekvel. Dat was voor ons genoeg, stel dat hij Bello mee zou nemen! Met een paar vervaarlijke zwaaien van de ver-straler verblindde ik hem weer, terwijl Gerhard begon op te rukken. De man wankelde achteruit  en belandde met een scheve sprong in zijn bootje.  Wat aarzelend begon hij te roeien, terwijl wij hem goed in de gaten hielden. Langzaam zagen we hem wegglijden in een baan maanlicht over zee en hij verdween in het donker van het land.

Nog lang hebben we een beetje bibberend de wacht gehouden, bang dat hij terug zou komen, misschien zelfs wel met versterking.  Maar uiteindelijk zijn we, met  angst in de broek, weer naar bed gegaan.

 

De volgende dag zijn we eerst naar Vela Luka gegaan om diesel te tanken. Helaas ging er vlak voor ons een vissersschip aanleggen, die twee uur nodig bleek te hebben. Uiteindelijk zijn we maar bij hem langszij gegaan en hebben zo getankt. Daarna op zoek naar de douane, en gingen liggen op de ligplaats van de toeristenboten, wat veel ophef baarde. De douane was dicht, het was zondag.

Met een prachtig windje doorgevaren naar Lastovo. Daar was de douane wel aanwezig en konden we uitklaren. Hoewel we van plan waren pas aan het eind van de volgende dag uit te varen, drong ik er op aan het nu te doen. De vooruitzichten voor de Italiaanse kust voor de komende twee dagen was prima, windkracht 2-3, misschien een beetje weinig, maar na zoveel storm niet zeuren, en voor de Kroatische kust idem dito.   Het leek ons verstandig om 's nachts te varen, omdat de oversteek ongeveer 10 uur zou nemen. We wilden niet het zenuwachtige gevoel hebben dat we ons moesten haasten als alles wat tegen liep, met de kans dat we in het donker zouden aankomen. Bovendien leek het ons voor Bello veel gemakkelijker: 's Nachts wordt hij nooit uitgelaten en hij kan hele lange nachten van wel 14 uur maken.

                      

Dus om zeven uur 's avonds hebben we de trossen losgegooid. Best eng, zo'n grote lege zee voor je en de zon gaat onder. De wind was ongeveer kracht vier, en Gerhard ging na de maaltijd slapen. Toen hij om twaalf uur de wacht van mij overnam begon de wind aan te trekken en na een tijdje moest ik even helpen om te reven. Dat moesten we nog een paar keer doen, tot we uiteindelijk alleen met een gereefd grootzeil voeren. Achteraf hadden we toen wel weer een stukje fok bij kunnen zetten, maar uit angst dat de wind nog harder werd lieten we het maar zo. De boot lag mooi rechtop en ging nog best snel. Alleen de golven waren erg lastig, we hadden halve wind, en de golven kwamen van opzij, dus er was erg veel beweging in het schip. Het was onmogelijk om in het vooronder te slapen, de beukende golven maakten daar een enorm kabaal.  Om drie uur heb ik de wacht weer overgenomen.   Het bleek dat we veel te snel gingen, want we wilden naar Vieste, op het hoekje van de spoor van de laars in Italie, maar daar zouden we met deze snelheid  al om vier uur, dus in het donker aankomen. Daarom heb ik de koers maar bijgesteld naar Barletta, een grote haven 30 mijl zuidelijker. 


Het was heerlijk dat we de sprayhood hadden, daaronder zat je uit de wind. Bello wilde alleen maar buiten zijn, hij was bang. Hij werd wel nat van het overspattende water en ik heb hem bij mij in de deken gewikkeld. Dat vond hij wel lekker, hij bleef er zelfs met zijn kop onder.   Van ons drieën heeft Bello wel de moeilijkste nacht gehad, de volgende dagen was hij nog wat van slag. Wij vonden het vooral jammer dat onze eerste nachtelijke reis, met de maan bijna vol, zo tegen viel. Onze fout is waarschijnlijk geweest dat we niet al eerder naar het  Italiaanse  weer hebben gekeken. Waarschijnlijk heeft het de nacht hiervoor nog flink gestormd, vandaar die hoge golven die ons parten speelden, de wind was niet eens zo erg.

 

Gerhard maakte een glorieuze zonsopgang mee en daarna ging de wind liggen. Alle zeilen werden weer bijgezet, maar de vaart raakte uit het schip en het laatste stuk moesten we, al ontbijtend, motoren. Om tien uur kregen we Barletta in zicht, dat nog zes mijl was. Daar moesten we erg aan wennen, in Kroatië zie je de eilanden al heel lang van te voren liggen. Maar hier is de kust laag en vlak, volledig bebouwd met veel industrie, net de Rijnmond. En als je de andere kant opkeek, alleen maar lege zee. Niet erg inspirerend.

 

Barletta bleek een grote handels- en industrie haven te zijn, geen plaats voor zeiljachten. We hebben aan de buitenkant bij een enorme tanker en een vissersschip aangelegd en hebben de douane gezocht. Die hebben we waarschijnlijk niet gevonden, we kwamen uiteindelijk bij de kustwacht terecht. Het eerste wat ze vroegen was of we maar met twee personen op het schip waren. Toen we dat bevestigden, reageerden ze geschrokken: dan lag het schip nu onbeheerd!  Ik terug, Gerhard bleef tot ze hem ook terug stuurden: ze konden het benodigde formulier niet vinden. Na een half uur kwamen ze zeggen dat we weg mochten, zonder formulier, dus ook niet ingeklaard. Daarom konden we bepaalde havens, o.a. Brindisi,  beter niet aandoen, want daar zouden we gecontroleerd kunnen worden.  Nogal merkwaardig, dit soort adviezen van een officiële instantie!

 

   

We zetten koers naar Trani. Daarmee brachten we de stand op 107 afgelegde zeemijlen, vanaf ons vertrek de vorige ochtend. Trani bleek een schattig haventje in de kom van een prachtig stadje te zijn. Voor ons een cultuurschok: na een nacht zeilen zomaar in West -Europa terug! Mooie winkeltjes, waar ik me aan tassen en schoenen vergaapte, dieseltanks die om klandizie smeekten, straathonden, mooi geklede Italiaanse vrouwen, achterbuurtkinderen, speelgoed, etc. Wat een overgang na het door de oorlog zo verarmde Kroatië!

Onze Britse buurman vertelde ons dat de Italianen heel aardig zijn, alleen wordt er erg veel gestolen. Hoe zuidelijker we kwamen, hoe meer. Het bijbootje moest op het dek vastgebonden worden en zelfs de buitenboordmotor kon niet blijven hangen. Gelukkig kan Gerhard's slot daarvoor nu eindelijk dienst doen! Otranto, de haven van waaruit we willen oversteken naar Griekenland,  was volgens hem ook een prachtig stadje, maar we begrepen niet goed hoe we dat moesten bekijken, want daar was de diefstal het grootst, en moest er beslist iemand aan boord blijven.

  

De volgende ochtend zijn we een beetje lui geweest en pas om elf uur vertrokken naar Mola di Bari, 34 mijl verder. Met een mooi windje mee waren we daar om 6 uur s avonds . Het bleek een leuk, echt zuid-Italiaans stadje te zijn, met een prachtig plein met bomen waar iedereen druk liep te flaneren. 

Omdat de havens hier ver van elkaar liggen, waren we gedwongen grote afstanden per dag af te leggen, dus de wekker werd weer op half zes gezet voor de volgende dagen. Eerst naar Brindisi, de grootste haven van Zuid-Italië, 47 mijl verder. Geen wind, dus motoren we en we kwamen al om half vier aan.

De volgende dag stonden we al om zeven uur voor de winkel om levensmiddelen te kopen. Het verse brood is er heerlijk, net cake! Daarna op naar Otranto. Het werd een zware dag, we hadden de wind pal op kop en we moesten de 41 mijl halen want er was geen andere haven in dit stuk. De motor deed zijn best maar we maakten geen snelheid met de hoge golven tegen. We stelden ons al voor dat we in het donker aan zouden komen. Gelukkig bleek het laatste stuk in de luwte te liggen en werd het zelfs nog leuk toen we midden in een groep surfers terechtkwamen die een show voor ons weggaven.

We wamen om 5 uur in een overvolle, rommelige haven terecht waar we moesten vechten voor een plaats. Niet leuk. Het lukte ons vast te maken aan een roestig brok boei, waarbij we wel het gevaar liepen tegen een andere boei en diens schip te stoten, dus namen we die avond nog heel wat noodmaatregelen.

 

We konden in Italië geen contact met onze internet-provider te krijgen  dus geen weersvoorspellingen op die manier. De ontvangst van de Italiaanse marifoon en de Navtex  in de havens van Brindisi en Otranto waren gestoord, waarschijnlijk vanwege hun marinebases daar, maar we hadden op zee al gehoord dat het de volgende dag zuidenwind kracht 4 zou worden,. Dit in tegenstelling tot de Oostenrijkse radio die windkracht 1 -2 voorspelde.

 

Omdat we bang waren door het slechte weer ingehaald te worden, zijn we weer heel vroeg vertrokken, richting Griekenland. Er was geen zuchtje wind, de zee was spiegelglad en na een half uur zagen we het meest zuid-oostelijke puntje van Italië in de mist verdwijnen. De Oostenrijkers hadden gelijk gekregen.  Er kwamen dolfijnen om de boot spelen, die in paren van twee salto´s weggaven. Al met al een heel plezierige oversteek!

                                                                             

Om drie uur kwamen we aan in Othonoi, een eilandje op de route naar Kerkyria oftewel Corfu. Een heerlijk klein baaitje waar we konden ankeren. En waar we, dank zij de telefoonnummers die we van broer Roel doorkregen, weer gebruik konden maken van onze e-mail en internet..

Morgen zeilen we door naar het eiland Corfu om in te klaren, en daarna gaan we over op een rustiger tempo en zien we wel waar we komen.

 
 

 Van Othonoi tot Levkas 

verslag 5 september

 

Othonoi was onze eerste ankerplaats in Griekenland. Er lag maar één boot bij binnenkomst, dus we hadden alle ruimte. Ankeren moest een makje zijn. Maar toen was het schrikken: de elektrische ankerbediening deed het niet. Gelukkig ontdekte Gerhard dat het snoertje geen kontakt maakte en na enig aandraaien was het zo verholpen. De baai liep langzaam vol en we lagen er heerlijk. Tot er plotseling onder luid getoeter een veerboot binnenvoer en recht in het veld met geankerde schepen koerste. Helaas lagen wij net in zijn baan. Dus de wijn laten staan en snel handelen. Ik zette de motor aan, terwijl Gerhard naar voren naar het anker liep. Toen gingen we zonder overleg aan het werk, Gerhard maakte de ankerketting korter, terwijl ik juist wat van de veerboot weg koerste, omdat de ketting daarvoor volgens mij genoeg ruimte gaf. Door de snelheid en de korte ketting begon het schip te draaien en wikkelde zich liefdevol om een andere zeilboot. Toen de veerboot aan wal lag hebben wij ons dus maar voorzichtig ontward, het anker ingehaald en opnieuw geankerd. Op zich was dit alles geen probleem, alleen ontdekten we nu weer dat de boot niet met neutraal draaiende motor stil kon liggen, maar vaart bleef maken. Er klopte iets niet, wat we ook al gemerkt hadden bij het wachten voor de dieseltank, vlak voordat we Kroatië zouden verlaten. Toen hebben we besloten toch door te gaan, nu was het toch tijd er naar te laten kijken.

 

Dus de volgende dag op naar de haven van Corfu. Het uitzeilen bij Othonoi was prachtig. Het eiland lag er glanzend bij en Gerhard nam druk foto's, terwijl ik probeerde via de dieptemeter bij een diepte van 5 meter een veilige koers zeewaarts te nemen. En toen klapten we op een rif. We dachten al dat de reis nu geëindigd was, omdat we hadden gelezen dat hier ieder jaar verscheidene boten schipbreuk leden. Maar het schip voer door. Gerhard heeft meteen de vloerdelen open getrokken om te controleren of er water gemaakt werd, maar alles bleef tot onze opluchting kurkdroog. 

Door deze ervaring en omdat we Kroatische zeekaarten hadden, die voor een overtocht goed genoeg waren, maar te weinig informatie  voor de kusten bleken te geven, was de rest van de tocht naar Corfu toch wel wat gespannen. Maar het was prachtig weer en de kusten van Corfu en Albanië waren helder te zien. We rondden de noordkust van Corfu om een uur of twaalf en voeren toen door de zeestraat met Albanië, die maar 3 kilometer breed is. Aan de kant van Corfu waren prachtige baaitjes, ideaal om te ankeren en lunchen, maar we durfden het gezien onze ervaring in Orthonoi  niet aan.

 

                                                                     

Helaas was er weinig wind, dus op de motor door naar de haven van Gouvion, 7 kilometer ten noorden van de hoofdstad Kerkiria, waar we om drie uur aankwamen. Omdat onze dieseltank half leeg was en we in Kroatië hadden geleerd onmiddellijk gebruik  te maken van ieder beschikbare mogelijkheid, hebben we eerst getankt. Dat ging nogal morsig, zodat het zwemplateau spiegelglad werd. En voordat ik de kans had om er een paar putsemmers water over te gooien, ging Bello even kijken wat er aan de hand was en glibberde zo in het water. Gelukkig was hij zo gehoorzaam dat hij niet naar de wal zwom, wat hij van plan was, maar op Gerhard's bevel weer naar het schip terugkwam. Daar kon Gerhard hem aan zijn tuigje uit het water tillen. Om 4 uur lagen we eindelijk veilig op een plaatsje in de haven.

 

We hadden het nodige te doen. Allereerst onze papieren voor Griekenland in orde maken. Meteen bleek de Griekse sfeer: de haven-autoriteit vroeg of we later niet nog een keer naar Corfu kwamen, dan wilde hij het dan wel doen, want het was zo'n papierwerk. Uiteindelijk kregen we een document, volgens de informatie die bij de receptie was aangeplakt het verkeerde, maar volgensa insiders  maakt dat niet uit. Het schijnt dat de Grieken zelf nooit weten wat nu precies de regels zijn. Van Zwitserse buren kregen we daarom het advies om nooit zelf het initiatief te nemen en papieren te laten zien, de Grieken zijn liever lui en zullen je dit in dank afnemen.

 

Verder hebben we een monteur aan boord gehad die naar de versnellingspook heeft gekeken en de kabels strakker heeft getrokken. Gerhard heeft daarna met siliconenspray gezorgd dat de knop voor de ontkoppeling weer beter in- en uitsprong, achteraf denken we dat die soms bleef hangen en dat daardoor het schip bleef doorvaren. De motor moest ook een beurt hebben, maar dat kon pas aan het einde van de week.    

Daarna hebben we zeekaarten gekocht. Meteen maar voor de hele tocht naar Bodrum in Turkije. Schitterende kaarten, met heel veel details in vergroting. Aan de hand van deze kaarten hebben Hans en Will, Nederlanders op het zeiljacht Mimosa dat vlak bij ons lag, ons een heleboel leuke baaitjes aangeraden.

 

Omdat we toch moesten wachten op de reparatie van de motor zijn we op hun advies de derde dag uitgezeild naar de hoofdstad Kerkiria en hebben daar in een klein haventje, onder het fort dat de stad verdedigde, een plaatsje gevonden. Een prachtig jachthaventje, de vroegere koninklijke jachthaven, dat in het kasteel uitkomt.

                                                                             

Je moet dan ook over het terrein en door de poorten om in de stad te komen, die gezellig druk is met veel boulevard-geflaneer en drukke kleine straatjes. We hebben er meteen de eerste avond heerlijk van genoten, geslenterd en gegeten. Grieken blijken niet erg grote hondenliefhebbers te zijn, en Bello kreeg dan ook niet het voor hem bestelde water. Gerhard  heeft heeft hem toen uit de fles mineraalwater leren drinken. En dat kon hij binnen een paar minuten!
                                                                     

Helaas kwam er een SMS-je van Amcke met de mededeling dat er zwaar weer op komst was. Het was al te laat om te vertrekken en de volgende ochtend begon het te regenen. Grote hoeveelheden, kletterend naar beneden. Als het even stil was dachten we dat het droog was, maar nee, dan regende het „gewoon“. Later bleek dat er op de Nederlandse TV te zien was geweest dat het leven op Corfu totaal ontregeld was door de wateroverlast.

De volgende nacht ging het ook nog stormen en moesten we het schip verder van de wal trekken. We lagen al zo'n twee meter van de kant af, omdat het aan de kant te ondiep was en we hadden het bijbootje tussen wal en schip gespannen zodat we deze als veerpont konden gebruiken.  Nu werd de kloof tussen wal en schip nog groter. We waren er zo langzamerhand al aan gewend om  's nachts weer in de kleren te gaan en in weer en wind op het dek te werken, dus we deden gelaten ons werk. Maar er was wel de teleurstelling dat ons dit ook in Griekenland kon gebeuren. Wat Gerhard de opmerking ontlokte: "Al is de Daydream nog zo snel, het noodweer achterhaald haar wel!"

 

We hebben de stad daardoor helaas niet nogmaals bezocht, maar moesten zodra het kon terug naar Gouvia om de motor te laten nakijken. Toen dit gebeurd was, waren we vrij om te vertrekken. Dit deden we tegelijk met Gerben Karstens, een leuke man en een oud-wielrenner (zes maal een etappe in de Tour de France gewonnen!), die we via Hans en Will hadden leren kennen.

 

Op naar Ormos Valtou, een baaitje vlak boven Igoumenitsa. Daar lagen we prachtig, stil, beschut. Dus bij maanlicht lekker een Grappa ingeschonken. Die is half vol blijven staan, omdat de wind plotseling opstak en er onweer dichterbij kwam. Dus ik weer in het bijbootje om het ankergewicht te bevestigen. We waren blij dat we dit nu snel konden, want als de golven hoger worden is het een moeilijk karwei. Het gewicht is twintig kilo, dat moet dan om de ketting geschoven en goed op zijn plaats gehouden worden, zodat de ketting erin blijft steken. Dan moet er een boutje door het harpje, dat eerst in ons zelf geboorde gaatje wordt gestoken, geschroefd worden. En dat in een bootje op de golven met een bewegende ketting!  We waren daarom zeer tevreden. Totdat na twintig minuten bleek dat het gewicht weer losgegaan was. We hadden blijkbaar een te klein harpje gebruikt.  De wind was aardig aangetrokken, dus deze keer was het karwei vervelender (en de billen kouder), maar helaas, ook deze constructie begaf het na een tijdje. Gelukkig was Gerhard erg ingenieus en hij bedacht een nieuwe constructie met een extra touwtje. Dat lukte en we konden gaan slapen.

 

We hebben alles de volgende morgen, 1 september,  bij een spiegelende zee ontrafeld en daarna de boot maar eens rondom een goede beurt gegeven. De zoutkristallen zaten dik aangekoekt op de romp. Om 12 uur zijn we uitgevaren in de richting van het eiland Nissos Paxoi, ten zuiden van Corfu. We konden gelukkig na een paar uur de zeilen hijsen, want er kwam wind. Maar de lucht werd telkens donkerder, zodat we uiteindelijk besloten de motor er bij aan te zetten. Geweldig onsportief, omdat we daardoor wel een paar boten inhaalden die alleen op de zeilen voeren. Onze schaamte daarover verdween toen we vlak na aankomst in het prachtige haventje van Gaios een enorme bui over ons heen kregen. We hebben de gepasseerde boten nog wel moeten helpen naast ons aan te leggen, zodat we toch nog drijfnat werden!

De volgende dag regende het nog,  we zijn blijven liggen en toen het 's middags even droog was hebben we in het stadje boodschappen gedaan. De dag daarna was het prachtig weer en probeerden we het anker te hijsen. Dat zat echter vast onder het anker van de buurman. Gelukkig was deze erg aardig, hij heeft zijn anker ook opgehaald en ons nog geholpen een derde ankerlijn die mee omhoog kwam uit ons anker te tillen.

 

Toen koers gezet naar Preveza. Geen wind, maar de zon scheen. Het is een heel vlak gebied, erg ondiep. Als je niet oplet neem je de koers naar de haven met een veel te kleine bocht. Je moet voor je gevoel echt midden op zee recht voor de haven gaan liggen en dan de laatste 3 mijl loodrecht op de kust afvaren. Opletten blijft hier geboden! We hebben aan de kade voor het stadje aangelegd, als laatste van een heel rijtje boten. Tegen zessen kwam er nog een miljonairs motorjacht binnen, die ons en met ons alle andere boten, bijna plat walste in zijn poging zich er nog naast te persen. Ik ben mij te buiten gegaan aan gefoeter op de kapitein tegen een bemanningslid dat probeerde onze boot af te houden. Hij probeerde me gerust te stellen met opmerkingen als: "I get you some very special French wine" of daarna, toen hij bang was dat de Daydream er toch niet onbeschadigd van af kwam:"I buy you a brand new boat"! Nadat ze aangelegd hadden en alles in rust was, ben ik even naar het schip toegegaan, om de kapitein te spreken, want ik vond het toch sneu dat ik de crew met mijn boosheid (tegenover een gigantisch publiek op de kade)  lastig had gevallen. Toen bleek dat ik de eigenaar had gesproken, die mij nu probeerde gelukkig te maken door te vertellen dat dit  het zelfde type boot was als die van onze prins Bernhard en dat ik dus eigenlijk in koninklijk gezelschap verkeerde.  Onze Deense buren hebben nog uren lol om hem en zijn geld-waan gehad en vatten het plan op zich compleet met kapiteinspet te verhuren als nieuwe kapitein! 

 

Hoewel we de omgeving en het stadje niet erg konden waarderen (heel veel lawaai van bars 's avonds en een Nederlands landschap) hebben we toch de havens tegenover het stadje gebeld om te vragen of er nog een ligplaats is voor de winter.  Want,  hoewel we nog wel tijd hebben om naar Turkije te varen, is onze lol door al het slechte weer er toch een beetje vanaf. We beginnen langzamerhand over huis te denken. En hoewel we prachtige zeekaarten hebben, is het ontbreken van goede cartridges voor onze kaartplotter van deze gebieden toch wel erg lastig. Daarbij komt nog dat we in de veronderstelling verkeerden dat we een handboek van Turkije hadden, deel V (Mittelmeer und Schwarzes Meer) dat al jaren trots naast onze kaartentafel staat. Nu blijkt echter met de verkeerde inhoud. Nu hebben we nog wel een ander beroemd handboek, maar ja, we vonden dit losbladige systeem juist zo perfect.

We zoeken nu dus een haven aan de westkust van Griekenland.  Preveza heeft het voordeel dat we met de bus naar Igoumenitsa kunnen, om vandaar de veerpont naar Italië te nemen. Daarna kunnen we op de ferry naar Zadar waar de auto staat. Bovendien heeft Preveza een vliegveld, zodat we volgend jaar  hier gemakkelijk kunnen aankomen.

 

Tijdens onze telefonische haven-verkenningen zijn we uitgevaren, richting Levkas. Het eiland was al van verre te zien, met  donkere wolken als een muts op zijn bergen.  Wanneer je langs de oostkust van het eiland wilt varen, moet je door een soort ondiep moerasgedeelte, met een kanaal waarover een brug ligt, die het eiland met de vaste wal verbindt. Elk heel uur wordt hij geopend voor zeiljachten. En zo voeren we voor het eerst sinds jaren weer door een brug met allerlei wachtende auto's bij het kanaal langs. Déjà vu ! Met de onder de donkere wolken door schijnende zon was het een prachtig landschap met fel groene kleuren. Het met prikken afgezette kanaal is zo'n 5 mijl lang, waarbij je in optocht vaart omdat het bijna te smal is. We waanden ons weer in de Jeltesloot!

                                                         

Uit het kanaal komend bevonden we ons in een prachtig gebied met veel hoge eilanden. Schitterend om te zien en er schijnen erg veel mooi baaitjes te zijn. De eerste, de baai van Nidri, zijn we binnengevaren, helaas met regen. Maar die trok snel weg en het werd een ouderwets mooie avond met een schitterende sterrenhemel, zonder wind.

De baai ziet er dan uit als een Zwitsers bergmeer: massieve heuvels  die donker afgetekend staan tegen de sterrenhemel, talloze lichtjes langs de oever die zich weerspiegelen in het stille water. Majestueus!  We hebben al onze bijgelovigheid aan de kant gezet en er een stevige Grappa op gedronken. En deze keer lukte het!  Het bleef een mooie nacht!

                 

De dag begon vandaag net zo mooi: spiegelend water en de zon over de baai . De weesrverwaching wordt telkens beter en het lijkt erop dat het een mooie septembermaand kan worden!  Onze plannen zijn om de eilanden in deze omgeving, bijv. Ithaka en Zakinthos, goed te verkennen.  Ze zien er schitterend uit en we hebben er tijd voor.

 

Afscheid in stijl

 

We hebben twee dagen in de baai van Nidri gelegen en zijn toen uitgevaren naar Ithaka. Ik wilde beslist naar dit eiland vanwege zijn historie, om te zien waar Odysseus aan land was gespoeld, waar zijn paleis heeft gestaan etc. Nu, die plek vinden blijkt niet  zo gemakkelijk te zijn.  Het eiland blijkt door een diepe baai bijna in tweeën te zijn verdeeld en elk deel bepleit zijn eigen "landingsrechten". We hebben eerst in Vathi, de hoofdstad, aangelegd, dat aan deze baai ligt, en zich als zekere kandidaat voor de landing rekent. Een leuk, druk stadje.

                                    

 

Ithaka is wel compleet anders dan ik verwacht had. Ik had iets buiten de tijd staands verwacht, een stil, onbewoond eiland, waar je de historie kon ruiken. En wij waren natuurlijk de eersten die dat ontdekten!  Maar het was vol toeristen, veerponten en cruiseschepen. We kwamen voor de geschiedenis, maar hadden niet verwacht dat het zo'n mooi eiland zou zijn. De natuur is er schitterend! 
                                                                     

 

Er werd storm verwacht, dus we zijn daar een aantal dagen gebleven. Na drie dagen, het was een maandagmorgen, vond de kustwacht dat ze toch moest laten zien dat ze ook kon werken en werd iedereen verzocht zich bij het havenkantoor te melden. Daar wordt een geweldige papierstroom op gang gezet, om het verblijf van een boot in de haven te registreren. Ongelooflijk, het kost zo'n 8 Euro per nacht, maar die zijn ze ook wel kwijt aan arbeidsloon. De rest van de week vinden ze dan ook dat ze genoeg gedaan hebben. We lagen vlak bij een Deens echtpaar, Ip en Inge, die al sinds 25 jaar in Zweden leven en zeven jaar geleden op hun 64-ste begonnen zijn met zeilen. Ze gaan overwinteren bij Dimitri, vlakbij  Preveza en hadden de werf bezocht. Dat adres hebben we dankbaar overgenomen, we hebben groot vertrouwen in Ip's technisch inzicht!

 

Hierna probeerden we met tegenwind zeilend naar Zakynthos te zeilen, maar halverwege besloten we te keren, omdat laveren veel tijd kostte en de haven van Zakynthos volgens de boekjes erg vol kan zijn. Dus op naar het andere "Odysseus strandje" van Ithaka.  Dit bleek een heel mooi klein baaitje te zijn, waarbij je wel twee en een half duizend jaar in de tijd terug kunt wanen (als je de huizen die op de kam van de heuvel staan even vergeet). Mooie olijfboomgaarden, schapen die los lopen met elk een bel om, zodat er telkens een zacht geklingel over het baaitje waait en mooie zandstrandjes. Dit was dus "DE PLEK" hebben we gezamenlijk besloten!  Er waren er meer die dat dachten, gezien een aantal archeologen, die in een grot aan het hakken waren. We hebben landvasten aan wal gebracht en hebben er twee heerlijke luie dagen doorgebracht.

Toen er op de ochtend van de derde dag een complete Nederlandse flottielje ankerde werd het voor ons tijd om verder te gaan. Omdat we alweer wat noordwaarts gegaan waren leek het ons goed om dan maar verder deze koers te houden en de eilanden Zakynthos en Keffalonia voor een andere keer te bewaren. Bovendien hadden we Dimitri gebeld, die vond alles wel o.k. en was niet van plan onze gegevens te noteren. Dus dat gaf geen zekerheid, we moesten er zelf heen. Op naar Sivotha, een klein dorpje aan een baaitje aan de zuidkant van Levkas
 waar veel boten heen gaan en waar dan ook de nodige restaurantjes en winkeltjes zijn. Leuk en gezellig. We kwamen weer terecht naast Ip en Inge en hebben samen een borrel gedronken. 

        

Na twee nachtjes in Sivotha, waar we de heerlijkste "appetizers" hebben ontdekt, zijn we naar Meganisi gevaren. Het eiland heeft prachtige baaien aan de noordzijde waar we bij de zuidenwind die er stond uitstekend konden ankeren. Het weer werd minder en het ging regenen. We lagen met twee landvasten naar de wal en konden in een naburig dorpje brood en andere noodzakelijkheden kopen, dus zijn er een aantal nachten gebleven.

 

                              
 

Tot ik er genoeg van had. Dus op naar de baai van Nidri. We hebben niet meer gezeild, want de lucht was erg dreigend en toen we bij Nidri binnen voeren en de Tranquilbaai passeerden (die in schril contrast met zijn naam overvol is) begon het te stortregenen. Gelukkig hadden we de sprayhood op en met onze neuzen tegen het plastic gedrukt konden we nog iets onderscheiden. Er boven uit kijken was geen doen, je had het gevoel dat je ogen dichtgeslagen werden.  Toen we ankerden bij het dorpje Vligho,  in de baai daarachter, werd het weer droog. Hier hebben we hebben nog  een heerlijke rustige dag gelegen, met veel (voor de laatste keer) zwemmen.

 

Daarna zijn we teruggevaren naar Levkas-stad en hebben er de nodige scheepsinkopen voor de winter en het volgende voorjaar gedaan. Ook hebben we reisbureaus bezocht om onze terugreis te regelen. Veel heen en weer geloop, niets bereikt.  De haven daar stond ons absoluut niet aan, erg winderig en we zijn dan ook de volgende dag vertrokken voor de laatste etappe van dit jaar: naar Preveza.  Het was een schitterende tocht met een prachtige halve wind, zodat we lekker konden zeilen en zelfs als afscheidsklapper nog een wedstrijdje gewonnen hebben!  

 

In Preveza lagen we aan de kade van het stadje met een hele groep andere boot-eigenaren, die allemaal het schip klaarmaakten voor de winterberging. Er lag zelfs nog een boot met als thuishaven Lemmer!  En, hoewel wij nog absoluut geen haast hadden om naar huis te gaan, het werkte aanstekelijk en we zijn we naar Dimitri gewandeld, zo'n drie kilometer verder, om  zijn werf te bekijken en te besluiten of we daar wilden liggen. Qua prijs maakte het geen verschil met de havens aan de andere kant van de baai. Deze is echter kleiner, dat vinden we gezelliger en hier vandaan kunnen we lopend naar het dorp. Bovendien had Ip hem goedgekeurd!  Maar zodra we op de werf kwamen wist ik het al: dit is niets. De schepen stonden op houten palen en het zag er slordig uit. Bovendien waren alle schepen kleiner dan de onze, dat gaf geen vertrouwen in deze

opslag methode.

Totdat we Irene ontmoetten, een Nederlandse die met haar man Wim al tien jaar op een Turkse houten boot woont. Ze vertelde ons dat dit de originele eeuwenoude manier van de Grieken is om schepen op de wal te schragen en dat dit absoluut goed is, vooral in een aardbevingsgebied als dit. Dit sprak ons aan en we hebben geboekt, voor dinsdag 24 september. Een week eerder dan we van plan waren omdat Irene er van uit ging dat het de volgende week zou gaan stormen en ik bang was dat het uit het water halen daardoor wel eens vertraagd kon worden.

 

De storm kwam, helaas al de dag voor we op de werf konden. We lagen nog in Preveza voor de kade, maar het werd zo gevaarlijk dat onze buren allemaal vertrokken, waardoor voor ons de weg vrij was om ook te gaan. Hierbij heb je eigenlijk meer mensen nodig om bij de harde zijwind nog een spring naar de wal vast te houden, maar nu er ruimte was konden we het ons permitteren om dwars weg te varen. Bij een heftige storm zijn we het baaitje van Margarona, bij de werf van Dimitri binnengelopen en het kostte ons wel vijf keer ankeren voor we goed lagen, precies tussen de andere wachtenden. Er bleek die dag al geen boot meer op de wal te zijn gezet en het was onduidelijk wanneer wij aan de beurt kwamen. Geen punt, dit hadden we ingecalculeerd!

Die avond kregen we een afscheidscadeau in stijl: de storm werd nog heftiger. Dus de zeilpakken met zwemvesten aan en de motor stand-by. Zelfs Bello werd weer in het zwemvest gehesen. Het was bijzonder onheilspellend, maar alles ging goed. Het bleek onze laatste nacht op het water te zijn.

 

De volgende dag werd ons, tot onze grote verbazing, tijdens de lunch gevraagd onmiddellijk voor de helling te gaan liggen. En voor we het wisten werden we er op een trailer uitgereden. Een prima methode, er heeft nog geen glas bewogen!   

                                                  

En nu liggen we dus op de wal. Voor ons een belevenis, in de Cool Jazz hebben we nog nooit in de boot op het droge gewoond. Maar die stond heel wat wiebeliger op zijn ijzeren frame. De Daydream staat als een huis zo stevig op zes palen.  We liggen naast Ip en Inge, onze Deens/ Zweedse kennissen en hebben het heel gezellig.

En aan de andere kant ligt Dave, een Engelsman die ons veel leert over winteronderhoud van het schip.

 

Voor Bello is het een nieuwe ervaring: hij is luchtreiziger geworden!  Het schip staat zo hoog, dat we hem niet meer via de trap kunnen aangeven. Dus konden we de „Man Over Boord“ methode uit  testen. Dat werd tijd ook, mijn broer had het al over zelfmoord-neigingen, omdat we dit nooit hadden geprobeerd. En hij heeft gelijk, het systeem werkt van geen kant!  De katrol is te licht om uit zichzelf naar beneden te zakken, laat staan bij een stevige wind en hoge golven. Maar voor de paal-boot hebben we een oplossing gevonden en wordt Bello, diep ongelukkig, drie maal per dag zo'n meter of vijf naar beneden gelaten, om daarna weer omhoog gehesen te worden.

 

De boot wordt schoongemaakt en gestript, de motor winterklaar gemaakt en er wordt uitgezocht wat we mee kunnen nemen naar Nederland. En dan, over een paar dagen, met een taxi naar Igoumenitsa. Gelukkig hebben we tijdig ontdekt dat honden niet welkom zijn in taxi's, maar dat een hond in een kooi wel geaccepteerd wordt. En nog toevalliger had één van de schepen hier zo'n luchtkooi te koop staan. Dus wordt Bello daar, enigszins opgevouwen, ingestouwd. Misschien helpt de aanwezigheid van dit ding ook om Bello op de ferry's bij ons in de hut te mogen houden.

 

Het vooruit denken aan de reis en aan thuis is dus al druk begonnen, maar we zien er nu al weer naar uit volgend jaar weer terug te komen en iedereen weer te ontmoeten!  We gaan het land en de omgeving hier telkens mooier vinden en zullen met pijn in het hart straks afscheid nemen.

                                       

 

Achteraf

 

Het was heel moeilijk voor ons om de rem erop te krijgen en niet direct door te zeilen naar Turkije. We hadden de smaak van het trekken te pakken en konden niet makkelijk weer omschakelen naar het luie leven van ankeren en in stadjes liggen.

Daar kwam bij dat we het echte Griekenland, zoals dat in onze herinnering bestond, niet terug konden vinden. We begrijpen het wel: langs de kust is het erg toeristisch en wij vinden juist die achtergebleven dorpjes zoals je ze in het binnenland ziet het mooiste. En dit is Noord-Griekenland, geen Peloponnesos of Cycladen. Ook missen we het heldere water en de onbewoonde kusten van Kroatië, waar we met Bello eindeloos langs geitenpaadjes konden lopen. Het is hier bewoond, gecultiveerd en westers.

Maar we hebben compleet onverwacht er iets heel anders voor terug gekregen: een zeilersleven!  Er zijn hier ontzettend veel oudere echtparen die een half jaar per jaar zeilen en allemaal op dezelfde manier leven als wij. We hebben ontzettend veel kontakten, iedereen geeft elkaar informatie en helpt elkaar zonodig.

Ik ben hier volkomen gelukkig, voel me hier helemaal op mijn plaats. En ook Gerhard is compleet tevreden.

Als we de boot nu een naam mochten geven was het  "EUREKA"! 

De zomer is voor ons nu bijna voorbij.

Volgend jaar zullen we een echte Griekse lente meemaken en daarna gaan we op verkenning via het Kanaal van Korinthe op nar de Cycladen om in Turkije te eindigen. Iets om ons de hele winter op te verheugen!

 

Over
 ons
2001
Kroatie
 
2002
Kroatië
Griekenland
2003
Griekenland
Turkije
2004
15 e
EMYR
2005
Egeïsche Zee
2006
17 e
EMYR
2007 - 2008

Spelevaren

2009
20e
EMYR

 

Zeilen 
   met
Parkinson