| Zeilen met de DAYDREAM | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
|
|
2001: Een zomer zeilen in Kroatie
Omdat we het leuk vinden familie en vrienden op de hoogte te houden van onze belevenissen sturen we ze zo nu en dan een verslag van onze belevenissen, hetgeen hierna intergraal volgt.
Trektocht naar het onbekende
We zijn op zondagochtend 20 mei vertrokken vanuit Zadar. Na zo’n 4 weken met heel veel zon hing er nu een loodgrijze, bewolkte en dreigende lucht. Het werd steeds kouder. Omdat we het weer wat beangstigend vonden hebben we tegen onze gewoonte in overnacht in de jachthaven van Betina op het eiland Murter. Er kwam geen wind, wel regen. De volgende ochtend zijn we toen de regen wegtrok uitgezeild. Eerst kwam de wind uit verschillende richtingen en viel daarna weg. Later draaide hij naar het zuiden en werd hard. Aan de wind zeilend hebben we toen toch nog een heerlijke middag gehad. We hebben overnacht in een mooi baaitje op het eiland Tijat. (Roel en Magda kennen het, hebben het “ontdekt”!). Bij het vertrek dinsdagochtend hadden we pech: het anker-boeitje was onder de boot door gedreven en zat vast achter het roerblad. Na wat wachten en sjorren plus meer ankerlijn geven, kwam het gelukkig weer los. Gelaveerd in zuidoostelijke richting. Voor ons voor het eerst een hele nieuwe omgeving. In dit gebied zijn er geen eilanden meer dus we hielden op de kust aan. Tegen drie uur werd het echt donker. We waren ten zuiden van het dorpje Maslinovik op het vasteland en hebben gekozen voor een heel bijzonder baaitje: U. Kalica. Dit is een soort fjord, heel smal, met wanden van meer dan 70 meter hoog. Aan het eind maakt het nog een bocht van 90 graden, en na 50 meter loopt het dan dood op een hoge rotswand. In dit uiteinde hebben wij ons genesteld. De baai was zo smal dat de boot er niet overdwars in kon en het werd aan beide kanten van de boot na een paar meter al ondiep. We hebben hem dan ook als een spinnetje met vier touwen aan de wal verankerd. De wanden waren erg steil en Gerhard beklaagde zich dan ook tijdens het vastmaken van de landvasten dat hij niet verzekerd was voor bergsporten. We lagen er echter heerlijk en net toen Gerhard de laatste landvast klaar had begon het te regenen, dus snel naar binnen. De volgende dag hoorden we pas dat het die nacht ook erg gespookt had, maar de bergwanden hadden ons volledig beschermd. De volgende dag was het droog, wisselend bewolkt met soms een zonnetje. Zuidoostelijke wind, dus laveren! Er waren bijna geen boten op zee maar het was prima zeilweer.
We zijn naar het eiland Solta gevaren, een van de eerste eilanden voor de kust bij Split en we kwamen terecht in het stadje Maslenica. Prachtig. Heel klein, er konden maar een paar boten voor de wal liggen, maar erg mooi, met palmen, cipressen en bloeiende oleanders. Donderdagochtend regende het weer, maar toen het opklaarde en de zon begon te schijnen was het meteen ook warm. Ik wilde wel eens zonnebaden, maar vond dat midden in een stadje op Hemelvaartsdag wel wat te gek. We hebben de boot toen verlegd naar een schitterend baaitje, iets meer naar het zuiden en hebben een lekkere luie middag gehad. Vrijdag begon het om 6 uur ‘s ochtends weer te regenen, en daarna is het de hele dag bij bakken uit de hemel naar beneden gekomen. Wij zijn dus maar blijven liggen en hebben wat klusjes gedaan. ‘s Avonds klaarde het op. Te laat voor de drijfnatte nieuwe binnenkomers, die hebben zich niet meer buiten laten zien. Wij hebben nog heerlijk genoten van de sterrenhemel en Riet en Gerrit’s prima cognac. Omdat het weer de volgende dag weer stralend was zijn we toen naar de Pacleni- eilanden gevaren, een groepje eilanden met veel smalle inhammen, wat het heel goed doet op luchtfoto’s, die je dan ook altijd ziet op posters. We hebben daar geankerd en genoten in een mooi ruim baaitje met een heerlijk strandje.
Wuivende palmen en jonge bruidjes
Hoewel we van plan waren alleen even te blijven om het stadje te bekijken en te wachten tot er wind kwam, vonden we het er zo mooi en bijzonder dat we besloten er te blijven. Er konden niet meer dan tien boten liggen, alle nieuwe boten die kwamen om een plekje te zoeken moesten weer verder, dus we voelden ons uitverkoren! Hvar is een prachtig stadje en een bezoek meer dan waard. Maandagochtend had de buurman bij het uitvaren problemen met het binnenhalen van zijn ankerketting en dreef over ons ankerboeitje heen, dat onder zijn boot bleef vastzitten en meegetrokken werd. Op ons fluiten reageerde hij gelukkig door vooruit te varen. Het boeitje kwam los, maar was wel gebarsten, waardoor het langzaam zonk. We hebben het binnengehaald en Gerhard heeft hier later zijn nieuwe kneedhars op kunnen uitproberen. We zijn met prachtig weer voor de wind om de noordwest kop van Hvar gezeild, een mooi groen gebied met hoge heuvels en diepe inhammen. De bomen staan bijna tot in het water en overal hoor je vogels. We moeten wel erg wennen aan de grote afstanden, we hebben nog altijd de verhoudingen van de Kornaten in ons hoofd, maar hier is een volgende bocht soms uren zeilen verder. Maar gelukkig vonden we op tijd een prachtig baaitje, helemaal alleen voor ons, ten zuiden van A.Smoziguza. Deze avond heerlijk buiten gezeten onder de sterren, met een wassende maan over zilver water en het gezang van een nachtegaal.
In het begin misten we hier de baaitjes van de Kornaten, met overal een klein restaurantje of een dorpje met dorpswinkeltje. Hier is het alles of niets: bloedstollend eenzame baaien, je bent echt alleen midden in een volledig onbewoond gebied, of hele drukke toeristenstadjes. Maar nu gaan we het groen van de prachtige, diepe en langgerekte baaien en de meest schitterende oude stadjes, waar alles bloeit, heel erg waarderen. Het leven aan boord bevalt ons ook erg goed. We vinden het nog altijd heerlijk en zijn erg gelukkig met ons schip. Het is ongelooflijk dat je er zo comfortabel op kunt leven en er even later zo lekker mee kunt zeilen! Zo kunnen we wel eeuwig doorgaan Heerlijk! Dinsdagmorgen zijn we weer langzaam naar het noorden, richting Trogir, gevaren, waar we zaterdag Amcke en Pieter van het vliegtuig zullen halen. Volgens Gerhard kan er wel weer eens een Bora opduiken en moeten we niet te ver weg zijn. Er was eerst geen wind maar later kwam er gelukkig een prachtig windje. Heerlijk gezeild. We hebben geankerd in U.Tatinja, een mooi baaitje aan de zuidkust van Solta. We lagen er echt mooi, een soort blue lagoon gevoel, maar er kwamen hevige valwinden van alle kanten en we vertrouwden het toch niet hier de nacht door te brengen. Dus het anker weer gehesen en doorgevaren naar Maslinica waar we al eerder geweest waren en waarvan we zeker wisten dat we aan de kade konden liggen. Daar was helemaal geen wind en we hebben nog lekker lang in de zon gezeten (in een klein baaitje verdwijnt de zon al snel achter de heuvels). Heerlijk om er te zijn. De volgende ochtend werden we vergast op muziek van de drumband aan de haven. Kroatie bestaat deze dag, 30 mei, 10 jaar en dat wordt gevierd met muziek, lekkere eigen gebakken taarten en drankjes. Heel leuk. Tijdens de festiviteiten ontmoette ik twee Duitse echtparen die naar Kroatie gezeild waren om hier, vanuit Duitsland de boot te kunnen repareren. Ze vertelden dat het zeilen hier moeilijker was dan in Griekenland of Turkije omdat het weer hier veel veranderlijker is, en de wind heel plotseling hard kan zijn. Voor ons is het niet zo simpel om door Grieks gebied te varen, omdat voor ons schip geen BTW betaald is, en we het dan eigenlijk in de EEG importeren. Volgens hen hoefden we ons daarover niet te druk te maken: als je ervoor in Griekenland moet betalen, zeg je dat je de boot naar Nederland vaart en hem daar wilt importeren. Je moet dan wel onmiddellijk de Griekse wateren verlaten, maar kunt gewoon naar het volgende eiland gaan, dat schijnt niemand te merken. (Later kregen we het advies om duidelijkheid te geven over je reisdoel, bijv. een noodzakelijke reparatie in een volgende haven, of bijv. het op weg zijn naar een haven buiten de EEG. Bij beide moet je dan wel een uitnodiging van de betreffende bestemming bij je hebben om dit te bewijzen.
We zijn tegen de middag uitgevaren met een lekker windje in de richting van de baai van Necujam in het noorden van Solta. Op het eind was de wind veranderlijk en het zeilen niet meer leuk. Maar het was wel lekker warm weer en we kwamen niet te laat aan om nog lekker van een glas witte wijn in de zon te genieten. Donderdag 31 mei zijn we uitgevaren met bestemming de baai van Biskupija, ten zuidwesten van Trogir. Er was geen wind en het was bloedheet. We moesten de motor op volle kracht vooruit zetten om wat wind te veroorzaken en we hadden de bimini op om het in de schaduw nog een beetje leefbaar te houden. Aan het eind, vlak voor de baai, kwam er plotseling wind. We zijn snel omgekeerd en hebben nog heerlijk een aantal lange slagen gezeild. Toen we weer bij de baai waren hoorden we de weersberichten: er was kans op Bora in de nacht. Dus we besloten maar meteen door te zeilen naar Trogir. We hebben nog geprobeerd aan te leggen aan de kade van een klein vissersplaatsje een mijl ten zuiden van Trogir, maar net twee meter van de kant werd het te ondiep voor de boot. Helaas, het leek erg leuk. Toen op naar Trogir, in optocht. Om de 20 meter een boot. En zo werd er ook in vol konvooi aangelegd. Een hele operatie, maar alles verliep vlekkeloos. Bij het aanleggen zag ik plotseling het embleem van de chartermaatschappij “Stardust” van het schip dat ons ankerboeitje had geplet. Want ondanks alle pogingen met kneedhars was het Gerhard niet gelukt het boeitje weer waterdicht te krijgen en we vonden dit erg vervelend. Omdat ik de naam van de betreffende boot (”Icebreaker”) en de nationaliteit van de huurders (Israëliërs) nog wist ben ik naar Stardust gegaan, om te vragen of ze het met hun klant wilden verrekenen. Dat was volgens hen moeilijk. De boot kwam niet terug naar Trogir, maar zou in Dubrovnik ingeleverd worden. En de garantiesom van die klanten gold volgens hen alleen voor de schade aan de boot zelf. Als we iets wilden hadden we een officieel rapport van de havenkapitein uit Hvar nodig. Tegen de ochtend op vrijdag kwam de storm en de regen. Het leek wel november, zo donker, gierende wind en keiharde slagregens, gecombineerd met onweer. Niet best om dan op zee te zijn! Wij moesten de boot zeer tegen onze zin verplaatsen, omdat we aan een charter- steiger lagen, hoewel deze ons bij het aanleggen wel toegewezen was. Maar het verleggen ging wonder boven wonder perfect, zuigend tussen de andere boten, zonder een hapering en dat met die storm! ‘s Middags scheen de zon weer en er was geen vuiltje meer aan de lucht. Zo konden onze lakens, die ik de dag ervoor gewassen had, in de mast gehesen worden om te drogen!
Stormachtig bezoek
Zaterdags zijn we lopend naar het vliegveld bij Trogir gegaan om Amcke en Pieter op te halen. Ze hadden gebeld om te zeggen dat ze meer dan een uur vertraging hadden en toen vonden wij dat we dit extra uur wel sportief konden invullen door lopend naar het vliegveld te gaan. Slechte keus! Het was veel verder dan we dachten en we liepen heel gevaarlijk langs een drukke autoweg in de felle zon. Toen we waren er bijna waren zagen we het vliegtuig boven de bergen verschijnen. Dus de laatste kilometer nog een sprintje getrokken waardoor we gelukkig nog op tijd waren om ze door de douane te zien komen! Het was heerlijk om ze weer te zien! En ze hadden allemaal lekkere hapjes en oude Nederlandse kaas mee! We hebben samen Trogir bekeken en daar ’s avonds heerlijk malse biefstuk gegeten, waarvoor zelfs Pieter als vegetariër door de knieën ging. De zondag begon met onweer maar het klaarde al snel op en de zon kwam door. De voorspelling was dat er
‘s nachts weer harde wind zou komen, dus we zijn naar Solta gezeild omdat we wisten dat er daar moorringlijnen waren, wat meer zekerheid bij storm kan geven. ‘s Avonds begon de Bora. De havenmeester heeft ons nog in de stromende regen aanwijzingen gegeven voor het vastzetten van een extra moorringlijn en we hebben het schip verder van de wal getrokken, want de wind was aanlandig en stond recht op de kop van de boot. De storm was gigantisch, volgens de marifoonberichten zaten er windstoten bij tot 60 knopen. (Orkaankracht begint bij 64 knopen). Maar de boot lag mooi stevig. De volgende dag stond er nog steeds een zware storm en het was bijna onmogelijk om van de boot af te komen omdat hij zover van de wal lag. Voor Bello gaf dit een sanitair probleem maar hij heeft het tot 1 uur ’s middags weten vol te houden. Toen hebben we de gok gewaagd de boot tijdelijk wat dichter naar de wal te trekken en hem uit te laten. Toch heeft ieder zich die dag wel vermaakt, Amcke en Pieter waren al lang blij lekker lang in bed te kunnen liggen lezen.en een beetje niets doen deed hun goed. Tegen de avond ging de storm liggen en zijn we uit eten gegaan.
Dinsdag was het prachtig weer. De havenmeester waarschuwde echter voor een nieuwe Bora vanaf de middag en raadde ons aan naar Milna op het eiland Brac te zeilen. Dat hebben we gedaan, hoewel we het wel jammer vonden dat het maar een korte tocht was en we niet verder konden zeilen. Er waren wel veel wolken boven de bergen, maar verder waren de lucht en het water blauw, zo blauw. We ‘s middags hebben in een baaitje geankerd en geluncht en toen doorgezeild naar Milna. Een prachtig stadje en we lagen er heerlijk aan de boulevard, i.p.v. in de haven, waar de havenmeester ons graag had willen hebben..
De volgende dag stond er nog een sterke wind en we hebben de gelegenheid te baat genomen om naar het eiland Vis te varen. Toen de wind verder aantrok besloten we te reven en bij het losser zetten van de fok bleef Amcke de fokkeschoot vol goede bedoelingen te lang zelf vast te houden, waardoor deze met deze harde wind door haar hand slipte en geweldig grote brandblaren veroorzaakte. En heel veel pijn, ze heeft er de resterende dagen veel last van gehad.We hebben eerst de haven van het stadje Vis doorgevaren, maar daar stond veel wind naar onze mening en het was er erg vol. Toen op naar het van tevoren reeds geprefereerde baaitje Solnica. Daar was het beter, maar de voorspelling was dat er harde noordwesten wind zou komen gedurende de nacht. Eerst besloten we het nog even af te wachten, maar toen er telkens meer schepen weggingen, hebben we uiteindelijk ervoor gekozen om terug naar het stadje varen. Daar konden we gelukkig nog een plekje langszij de kade krijgen, anders hadden we moeten boegankeren, want er waren niet voldoende moorringlijnen beschikbaar omdat het vol was. We lagen prima beschut door een aantal grote schepen van de bruine chartervloot, die een groep diepzeeduikers aan boord hadden en we hebben geen storm gevoeld. Donderdag hebben we Vis weer verlaten. Het schijnt een erg mooi eiland te zijn, maar we hebben er nauwelijks iets van gezien, dus hier komen we graag terug. Er stond een harde wind dus we hebben al in de baai gereef, want er stonden hoge golven. De jeugd wilde graag zonnebaden in een baaitje dus we zijn naar Paclenica gevaren, naar het baaitje waar we eerder hadden gelegen. Het was er heerlijk, zon en blauw - turquoise water en de kinderen hebben gezond en gezwommen terwijl Gerhard en ik met de hond hebben gewandeld en tenslotte terechtkwamen op een heerlijk terras. Bij de boot teruggekomen bleek de bemanning ook gevist te hebben, ze hadden zelfs voor het eerst sinds jaren wat gevangen en we kregen ’s avonds een heerlijke vismaaltijd. We zijn hier vrijdags gebleven en Amcke en Pieter zijn toen met Bello over het eiland gaan zwerven. Ze hebben de jachthaven van Palmizane bekeken, welke ze ons voor de toekomst aanraden omdat hij zo mooi was en hebben lekker geluncht op een terras boven zee.
De weersverwachting waarschuwde ‘s middags weer voor harde wind, maar omdat we die de nacht ervoor ook al hadden gehad en het anker toen goed had gehouden zijn we blijven liggen. ‘s Nachts hadden we daar wel spijt van. Het baaitje lag nu op lager wal en dit gaf enorme golven en als we losraakten zouden we onmiddellijk op de rotsen slaan. Dus ankerwacht gehouden. Gelukkig hadden we die dag juist geleerd hoe we het ankergewicht moesten gebruiken, dat heeft vast geholpen, want alles ging goed. Op zaterdag hebben we eerst naar de stad Hvar gemotord. Omdat er veel plaats was op de kade hebben we aangelegd en afzonderlijk dingen ondernomen. Wij gingen levensmiddelen inslaan terwijl Amcke en Pieter het stadje gingen bekijken. We hadden om 1 uur weer bij de boot afgesproken.Maar toen we om 12 uur met de boodschappen terugwaren bij het schip bleek dat deze er intussen heel gevaarlijk bij lag en elk moment op de kade kon slaan door de onberekenbare golven.. We konden dan ook niet meer op een terrasje van de fel begeerde ijscoupe genieten maar moesten aan boord blijven, de boot zo ver mogelijk van de wal trekken en vol angst en beven op Amcke en Pieter wachten. Elke minuut telde en alle andere schepen, behalve een klein motorbootje vlak naast ons, vertrokken. We realiseerden ons nu ook dat er in een artikel in de Waterkampioen al eens was geschreven, dat het aan deze kade zo kon spoken dat de masten van de boten in elkaar verward konden raken! Amcke en Pieter kwamen gelukkig precies op de afgesproken tijd weer terug en we hebben meteen de touwen losgegooid. Op dat moment klapte het kruisertje met een harde klap op de kade. We zijn doorgezeild naar Milna met een lekkere stevige wind. ‘s Nachts stond er weer een harde wind en we waren blij dat we in een haven lagen. Zondagmorgen heeft Amcke eerst bij de receptie geïnformeerd of er een veerboot naar Trogir of Split was, voor het geval dat de wind zo hard bleef, maar er werd haar verzekerd dat de storm zou gaan afnemen en dat het best te bevaren was. De wind nam ook af maar de golven waren nog respectabel bij het overvaren naar Trogir. We hadden zelfs bij een gereefde fok nog een snelheid van 9 knopen! Vlak voor het binnenvaren van de haven kwam er een andere boot voor ons varen van de Nederlanders Anton en Marjan, die we al enkele jaren steeds weer ontmoeten, ook dit maal met gasten. We kregen naast elkaar een plaats toegewezen en hebben nog een gezellig half uurtje met elkaar gehad voor Anton zijn familie per auto naar Zadar bracht. ‘s Avonds hebben we weer heerlijk bij hetzelfde restaurantje ons laatste (biefstuk)etentje gehad. De volgende morgen vertrokken Am en Pieter al om 6 uur, dus we moesten helaas afscheid nemen. Bello had het er zichtbaar moeilijk mee, die had deze week een stel nieuwe bazen gehad en was heel gehoorzaam geworden.
Een zware voettocht Wij zijn deze zelfde maandag weer vertrokken, want er kwam weer een Bora waarschuwing en we hadden geen zin te lang in Trogir vast te liggen. Onze veronderstelling was dat de Bora het hardst zou zijn bij het vasteland en het was dus daar wegwezen. We zijn zonder problemen voor de wind naar het reeds bekende Milna gezeild en hebben in de haven overnacht. Naast ons lagen Zwitsers met een schitterende Bavaria 38 Ocean, cockpit versie, met alles erop en eraan. Schitterend, dat was watertanden! Dinsdag zijn we naar Vela Luka op Korcula gevaren. Harde wind achter, dat schoot lekker op: 33.7 zeemijl gevaren. We hadden in onze pilot gelezen dat je daar moest boeg-ankeren, en dat leek ons niets bij die harde wind, dus we twijfelden nog of het wel een veilige haven was, hoewel we weinig andere keus hadden. Toen bedachten we dat de gebruikte pilot al verouderd was en we ook een aantal nieuwe(re) handboeken hadden. Gerhard heeft Vela Luka in meerdere pilots opgezocht en er bleek nu een nieuwe jachthaven te zijn! Dus vol goede moed binnengevaren. In de stad aangekomen konden we geen jachthaven op de beschreven plaats vinden, wel de eerst genoemde pier. Na een paar maal verbaasd gedraaide rondjes hebben we daar langszij aangelegd. De meeste schepen moesten na een tijdje dubbel liggen, wij ontsprongen de dans. Toen we ’s avonds in alle rust nogmaals de pilots doornamen bleken er meerdere Vela Luka‘s te bestaan en had dit stadje helemaal geen jachthaven! We zijn woensdag bij mooie harde wind achter de zuidkant van Korcula langs gevaren, tot de oostpunt van het eiland en hebben daar een heel leuk klein haventje gevonden: iets ten oosten van Lumbarda. Deze dag versloegen we ons record van deze vakantie: we hadden 34.1 NM. gevaren! Op donderdag was de verwachting iets minder wind. We dachten dan ook niet verder te komen dan halverwege het schiereiland Peljesac, maar alles liep lekker en de enige ankermogelijkheid passeerden we om 2 uur ‘s middags, te vroeg naar onze zin. Marjan had ons een mooi baaitje, Kobus, om de oostpunt van Peljesac aangeraden, dus daar zijn we heen gezeild. Weer een hele afstand afgelegd: 32 NM! Eerst zijn we naar het baaitje gaan kijken. Ik verwachtte er gezien de windrichting niets van en het was al laat, dus tot op het laatste moment hield ik vol dat het verloren tijd was. Bovendien waren we net een redelijke gesitueerde ankerplaats gepasseerd. Toen voeren we het baaitje binnen! Schitterend. Uit de wind, een leuk restaurant en een pier met mooringlijnen ervoor. Op de en of andere manier dachten we dat het al vrijdag was i.p.v. donderdag en we zouden zondag weer gasten krijgen, dus we besloten hier maar een dag te blijven liggen. Toen bleek dat we ons vergist hadden, we hadden een dag extra! We hoefden er niet lang over te denken: het was er zo heerlijk dat we er zijn blijven hangen. Vrijdags hebben we de boot schoon gemaakt, daar waren we met al die harde wind nog niet aan toe gekomen, de was gedaan en lekker geluierd. Omdat we nu een extra dag hadden besloten we zaterdags maar eens een goede wandeling te maken, naar Ston, volgens de boekjes een mooi oud stadje. Er waren twee mogelijkheden om er te komen: vier uur wandelend langs de grote weg, maar we konden het ook in anderhalf uur langs een pad boven de zee bereiken. We hebben voor dat laatste gekozen en Niko, de restauranthouder, heeft ons het begin van het pad gewezen omdat we het zelf niet konden vinden. Dat had ons al iets moeten zeggen, maar we begonnen vol goede moed. Het was niet eenvoudig.
Met blote benen door stekelig struikgewas klauteren, drie uur lang. We zaten onder de schrammen, de dorens zaten zelfs in Gerhard pet! Zelfs Bello liet het zo nu en dan afweten en ging onder een struikje liggen uithijgen. We verlangden dan ook hevig naar een terrasje of desnoods een winkeltje waar je water kon kopen toen we in Brocje aankwamen. Maar helaas, niets van dat alles. Dus doorgelopen naar Ston. Of het een mooi oud plaatsje is zijn we niet te weten gekomen, want toen we eindelijk na drie moeizame uren waren aangekomen zijn we op een terras neergezakt en hebben daar heerlijk gegeten en gedronken en geen stap meer verzet. Toen begon de terugtocht ons grimmig voor ogen te staan. Gerhard was echter zo slim om aan een aantal eigenaren van daar liggende motorboten te vragen of ze ons als taxi naar ons baaitje wilden brengen. De eerste vroeg er 200 D-mark voor en als echte Nederlanders dachten we toen toch weer anders over die krassende rimboe! De tweede bleek een vriend te zijn van Niko en hij belde hem meteen met ons mobieltje. Het resultaat was dat we vanaf Brocje met het bootje van ons restaurant werden opgehaald! . Een heel plezierig einde van deze dag!
Wind en donkere wolken We lagen zondagochtend om halfnegen nog in bed in het baaitje van Kobas toen de telefoon ging: Ineke en Martin, onze volgende gasten, waren onderweg naar Ston. We hebben ze verteld dat we hen daar jammer genoeg niet volgens plan konden ontmoetten omdat de toegangsroute naar Ston te ondiep en te gevaarlijk was voor onze boot, maar dat ze naar Slano, een mooie baai aan de vaste wal even boven Dubrovnik moesten rijden. We zijn toen zelf als een haas ook in die richting vertrokken. We hadden tegenwind, dus werd er gemotord. In Slano wilden we eerst aan de kade liggen voor een paar vissersschepen maar een lid van de bemanning maakte een stuk van de kade vrij van hun springlijn en toen konden we er achter gaan liggen, lekker uit de wind. We hebben bij het bureau voor Toerisme gevraagd waar Martin het beste een auto kon stallen, hebben boodschappen gedaan en toen nog maar eens gebeld, omdat we nu een duidelijker routebeschrijving konden geven. Dat was wel nodig en vlak daarna waren ze er ook al, wij stonden nog uit te hijgen van alle voorbereidingen. Ze zijn snel aan boord gegaan en we hebben in de baai al de zeilen gehesen. Dat was geen goed idee, we gingen meteen gigantisch scheef. Waarschijnlijk hadden we buitengaats heel goed op de fok kunnen zeilen, maar we besloten stilzwijgend dat niet te doen gezien de gebleken onkunde met het zeilen van onze gasten, waardoor plotseling handelen wel eens heel moeilijk kon worden. Dus toen terug gemotord naar Kobas. Daar een heerlijke rustige namiddag en avond gehad. Die avond waarschuwde Niko ons dat we de volgende dag beter niet konden uitvaren vanwege de te verwachten storm. Of die er werkelijk geweest is, weten we niet, in het baaitje zelf merkte je niets, maar we hebben die maandag lekker gewandeld, gezwommen en gezond. Dinsdags zijn we onder een bewolkte hemel vertrokken richting Mljet. Er stonden nog hoge golven en we hadden tegenwind, dus motoren. We zijn terechtgekomen in Polace, een prachtige baai aan de westkant van Mljet. In het restaurant ontmoetten we ‘s avonds een Duitser die alleen zeilde en met zijn tweemaster voor anker lag in afwachting van zijn vrouw, die op zondag in Dubrovnik zou aankomen. Hij vertelde vol trots over zijn prachtige schip en nodigde ons uit deze de volgende dag te komen bekijken. Omdat we al de nodige plannen hadden, hebben we deze kans verschoven totdat we beiden in Dubrovnik waren.
Op woensdag was het nog bewolkt maar dat was niet erg. We wilden over het eiland door het natuurgebied wandelen naar het meer, waarop een eilandje een klooster lag. Daar werden we overgezet met een rondvaartbootje. Het eilandje en het klooster waren tot de jaren zestig nog in gebruik en je kon je goed voorstellen hoe schitterend het geweest moet zijn toen alle tuinen, terrassen en overdekte galerijen nog goed onderhouden waren. Prachtige uitzichten, een paleis waardig. Helaas waren we snel uitgekeken en omdat er hordes nieuwe toeristen aangevoerd werden hebben we het eerste het beste bootje genomen dat ons terug kon brengen. Dit bleek niet naar ons instappunt te varen en we zijn daarom langs het meer teruggelopen. Hoewel het toen licht begon te regenen was het een prachtige tocht. Gelukkig ontdekten we een overdekt terrasje. Jammer genoeg voor de koffieliefhebbers was de stroom uitgevallen, dus geen koffie, en ook geen water voor Bello. Ik ben toen alle kranen langs gegaan om deze te laten leeglopen, zodat hij toch nog te drinken kon krijgen. Toen het droog was zijn we verder gelopen, naar het instappunt voor het retourbusje en er is speciaal voor ons een busje terug gereden naar Polace. Toen was het nog niet te laat om te vertrekken, dus zijn we voor de wind naar het oosten gevaren, naar het baaitje bij Prozura. Ineke had het zwaar aan het stuur omdat er moeilijk koers te houden was bij de achter op lopende hoge golven, maar ze leerde snel! In Prozura bleek dat er eigenlijk niet genoeg diepte was voor onze boot, dus na de heerlijke maaltijd in het restaurant moest de boot een paar meter van de wal getrokken worden. Het was een heel leuk baaitje, alleen was de ontvangst wat kil, dus komen we er niet gauw weer. Op donderdag zijn we naar Dubrovnik gezeild, bij een harde ruime wind. Die avond hebben Martin en Gerhard de auto van Slano naar Dubrovnik gehaald, zodat we de volgende ochtend op ons gemak Dubrovnik konden bekijken. Vrijdag scheen de zon voor het eerst weer zodat Dubrovnik zich stralend aan ons toonde. De tocht over de muren was schitterend! ‘s Middags hebben onze gasten lekker bij het zwembad gelegen en hebben wij de boot schoongemaakt, boodschappen gedaan en de was weggebracht. (Wat een luxe!).
Ook hebben we toen van de uitnodiging gebruik gemaakt om de tweemaster te bekijken. Ongelooflijk, niet de luxe die ik verwacht had, maar het mooie was dat alles tot in de finesses doordacht was. De zeilen konden allemaal elektrisch in- en uitgedraaid worden, stroom werd gemaakt d.m.v. een generator, maar er kon ook stroom gegenereerd worden via de schroef tijdens het zeilen. Dat was ook wel nodig want er waren een groot formaat koelkast en een vrieskist aan boord. Met een peilstok kon men aflezen hoeveel water er nog aan boord was en in de keuken waren drie kranen: een voor zout water, een voor zoet water en een voor gezuiverd zoet water voor thee en koffie. Naast een elektrisch pompje kon de kraan ook bedienen worden met een voetpomp mocht de stroom uitvallen. De ankerketting kon met zout water afgespoeld worden. Onder de vloer had hij zijn wijnkelder, Spaanse wijn, want hij had een tweede huis aan de Spaanse kust, vlak bij de ligplaats van zijn boot
(a raison van 20.000 DM per jaar). Alles was vanuit de kuip bedienbaar, het anker, zelfs de katrollen die de stand van de fokkeschoot regelden. Ook was er onder de boeg een propellertje dat elektrisch te bedienen was en kon worden ingeklapt in de boeg. Deze kon zowel naar links als rechts gedraaid worden. (Een soort inklapbare boegschroef). Er waren twee stuurautomaten in geval er een uitviel. De kapiteinshut was een slaapkamer uit een 5 sterrenhotel, met een eigen badkamer met twee wastafels, toilet en douche. Heel indrukwekkend.
Om 5 uur vrijdagsmiddags kwamen Ria en Jacob aan. We zijn
‘s avonds met elkaar in Dubrovnik gaan eten en helaas kwamen daar nog een paar
opgekropte spanningen bij tot uiting. Het was ook niet gemakkelijk om een week
met harde wind en niet al te mooi weer op de boot samen te zijn met mensen die
nog nooit gezeild hebben, niet weten wat ze moeten doen, maar zo graag willen
helpen. Gelukkig heeft dit geen gevolgen voor de vriendschap gehad. Vijf vissenkoppen en een staart
‘s Nacht hebben we voor het eerst met zes man aan boord geslapen. Dat ging prima, Ria op het onderbed in het kleine kamertje (het bovenbed doet dienst als mijn klerenkast) en Jacob op de bank in de kajuit. Ineke en Martin hadden ieder hun eigen hut in het achterschip. Op zaterdag hebben we na een gemeenschappelijk kop koffie afscheid genomen van Ineke en Martin en zijn uitgevaren naar Kobas. Dat ligt op een mooie vaarafstand in de goede richting en het is er mooi. Het weer was werkelijk schitterend, eindelijk zomer, we durfden het haast niet te geloven. De winterkleren die we de week daarvoor toch maar weer te voorschijn hadden gehaald, waren ineens een lachertje geworden.
Op zondag zijn we naar Polace op Mjlet gezeild, maar aan de steiger van een ander restaurantje (Calypso) gaan liggen. Erg sjiek en lekker. We lagen er nog maar net toen er een Nederlands echtpaar met een dik hondje langs kwam, waarmee we een tijdje hebben gepraat. Prachtige mensen, ze hebben zo’n 20 jaar in Italië gewerkt en konden daar een aantal jaren geleden met werken stoppen. Ze hebben toen hun huis verkocht en leven nu het grootste deel van het jaar op hun 10 meter lange zeiljacht. In de winter trekken ze bij familie langs in een eeuwenoud campertje. Ze proberen overal gratis te liggen, liefst aan een steigertje of langszij een visserschip en komen rond van een minimum aan geld in afwachting van hun Nederlandse pensioen. Ze trekken zich van niemand iets aan en hebben geweldig veel lol in het leven. Maandags stond de wind goed om naar Korcula te zeilen. We konden helaas niet aan de boulevard aanleggen vanwege de harde noordenwind en zelfs in de haven stond nog veel wind. Dat gaf aanleiding tot spectaculaire taferelen bij het invaren van nieuwe boten, in een geval zagen we bij een botsing letterlijk de stukken ervan af vliegen. ‘s Avonds zijn we het stadje gaan bekijken. Prachtig! We hebben daarna heerlijk aan het water op een terras gegeten.
Dinsdags hadden we naar Lastovo willen varen, maar dat zou alleen maar laveren worden en daarvoor was de afstand te groot. Polace was wel te bezeilen en daar zijn we toen heen gezeild ondanks het feit dat we hier al vaker waren geweest. Schitterende zeiltocht, mooie wind. Omdat het zulk schitterend weer was konden we eindelijk weer ankeren. Het was een avond zoals we ons dat al lang wensten: geen wind, veel sterren en een opkomende maan. Geweldig. Woensdags was Lastovo wel te bezeilen, dus zijn we toch nog daarheen gegaan. Heerlijke zeildag en een prachtige baai. We hebben aan een boeitje voor het restaurant aangelegd en daar ‘s avonds heerlijk gegeten. Op donderdag begon de terugreis en was de enige baai die daarvoor in aanmerking kwam weer de baai van Polace. We hebben deze keer bij ons oorspronkelijk steigertje helemaal achter in de baai aangelegd, wat ik nog altijd de leukste vind. Er werd ons een speciale visstoofpot aanbevolen. Aangezien Jacob wel van avontuur hield en de rest niet wilde achterblijven, hebben dit met z’n vieren besteld. Toen het opgediend werd telden we 5 vissenkoppen, een staart en een stukje uit het midden van de vis. We zijn er niet achter gekomen of dit een Dalmatische specialiteit was of dat de restauranthouder nu een sterk verhaal aan zijn collega’s kan vertellen als Dutch Joke.
Vrijdags zijn we op de motor in een ruk teruggevaren naar Dubrovnik, waar we aan het eind van de middag door de stad hebben gezworven en daarna op een plein lekker hebben gegeten. Het was ondertussen donker geworden en dan is dwalen door Dubrovnik weer heel anders en bijna nog mooier. Bij het vissershaventje werd Bello belaagd door een “paardenfluisteraar”, een ietwat beschonken jongeman, die met maar een paar gebaren Bello alles kon laten doen wat hij wilde. Bello was helemaal onder de indruk. Toen we verder liepen stonden er op een plein een groep mannen van een mannenkoor dat ergens een uitvoering had gegeven, gezien hun avondkleding. Ze begonnen heel voorzichtig samen te zingen, telkens wat luider, tot de dirigent zijn tas neerzette en begon te dirigeren. We kregen zodoende nog een prachtig concert in een eeuwenoud schitterend decor. Het was meteen een leuk afscheid van Ria en Jacob, die zaterdagochtend al heel vroeg vertrokken, richting Tsjechië. Ze hadden een week bloedmooi weer gehad, voor hun volkomen normaal omdat ze dat altijd bij ons gehad hadden, maar voor ons een gift. Eindelijk samenWij zijn op die zaterdagochtend 30 juni, na de laatste boodschappen gedaan en water getankt te hebben ook vertrokken voor de terugreis naar Zadar, waarvoor we nog zo’n twee weken tijd hadden. Het was heerlijk weer samen op de boot te zijn. Terugkijkend moeten we zeggen dat ons schema veel te vol was. Vanaf begin mei tot eind juni hebben we vijf weken bezoek gehad, de tijd die ertussen zat moest voornamelijk besteed worden aan het snel naar de volgende instapplaats zeilen. Daardoor ontstond er een gevoel van druk, want gezien het onstabiele weer moest je overal een dag of twee te vroeg zijn en kon je samen nooit naar die plaatsen zeilen waar je eigenlijk graag heen had gewild.
Toch is die druk ook wel goed voor ons geweest. Wij, Friese binnenwater-varenden, waren altijd sterk geneigd om de gemakkelijkste weg te kiezen. Het lijkt erop of de schikgodinnen zich verzameld hadden met een lijstje waarop de punten stonden die we het liefst niet wilden: zeilen met harde wind, lange afstanden afleggen en een haven invaren. Ze hebben het zo geregeld dat we dit telkens wel moesten doen, net zolang tot onze angst daarvoor verdwenen was en we het zelfs leuk zijn gaan vinden. Op zaterdag zijn we uitgevaren richting het noorden. Eerst was er nog wat wind, maar al gauw werd het windstil. Toen er eindelijk weer wind kwam, was dat uit het noorden, precies tegenwind. We hebben dus flink gemotord. Omdat we wel weer eens een nieuwe baai wilden proberen, werd het Okukije op Mljet. Bovendien was dit een mooie reisafstand (14 NM). We hadden al heel veel over deze baai gehoord, omdat hij zo mooi en veilig moest zijn en er werd ons aangeraden bij Maran aan de steiger te gaan. Toen we Maran via ons mobieltje belden of er nog plaats was, vroegen ze allereerst met hoeveel personen we waren: maar twee! Nu, dan was er misschien plaats, maar er zouden reeds boten komen met meer personen. Toen we de baai binnenkwamen stond er bij het bordje Maran toch iemand met een mooringlijn klaar. Nadat we hadden aangelegd bleek dat we naast het bordje van Maran lagen en dus bij een ander restaurantje moesten eten, aan de andere kant van de baai. Eerst een teleurstelling maar daarna, toen we al het gebral uit Maran hoorden, waren we er blij mee. Nog meer om te zien dat de eigenaar van Maran, die ons niet waardig had bevonden om voor ons een moorringlijn op te houden, dat telkens wel deed voor boten vol mensen, maar die kozen stelselmatig een andere steiger. Wij zijn ‘s avonds naar ons restaurantje gelopen, dat gerund werd door vrouwen: drie tantes en zeker twee mooie dochters die er voor het weekend waren, verder waren er nog een oude man en een baby. Wij waren de enige gasten. Het was er gezellig en lekker, beslist om over te doen. Zondags zijn we naar Korcula gevaren Eerst hebben we een tijdje gelaveerd, maar de wind werd telkens harder, de golven hoger en de afstand was te groot, dus toch maar weer motoren. Zelfs op de motor was het moeilijk om vooruit te komen. Maandags zijn we in Korcula gebleven. Het stormde en bovendien kwam bij mij de vermoeidheid van twee weken gasten boven. We hebben toen het stadje nog eens beter bekeken en daarbij het geboortehuis van Marco Polo bezocht, wiens reisverhaal over zijn tocht naar China in 1289 gepubliceerd werd. Zowel Gerhard als ik hebben daarbij geweldig onze kop gestoten tegen een lage deuropening. Maar het uitzicht vanuit het torentje vergoedde veel. In Korcula kwamen we ook weer de zwervende Nederlanders tegen. Gerhard vond ze op een verlaten terrasje waar ze van hun blikje supermarktfrisdrank zaten te genieten.
Tijdens onze speurtocht naar systemen voor loopplanken zagen we een geweldige uitvinding van een Fransman: een pen-gat verbinding, waarbij hiervoor op meerdere hoogtes op het achterschip een roestvrij stalen opening was aangebracht. Bij de inspectie van een andere loopplank werden we aangesproken. Ze hadden ons de week daarvoor zien binnenvaren, tijdens de storm waarbij alles zo in het honderd liep, en we kregen alsnog de complimenten dat het bij ons zo feilloos ging. Deze hebben we met plezier aanvaard. Verder vertelden ze ons, dat ze naar Dubrovnik gevaren waren om te kijken of hun aluminium schip daar kon overwinteren. Het werd hun ten stelligste afgeraden, omdat er door de oorlog nog een heel botenkerkhof op de bodem ligt en het roestende ijzer hun aluminium jacht geweldig zal aantasten.
Op dinsdag zijn we via een prachtige tocht tussen Korcula en Peljesac door naar het eilandje Scedro gevaren. We hadden geluk, bij ons terloops vragen tijdens het langsvaren aan een bemanningslid van een schip dat aan een van de drie boeitjes lag, of ze daar die nacht bleven, antwoordde hij dat ze over een half uur weggingen. In afwachting daarvan hebben wij geankerd en toegekeken hoe moeilijk het ankeren was voor andere schepen. Na het halve uur mochten wij aan het boeitje. Weer een nieuwe ervaring: er hing een touwtje aan dat opgepikt moest worden. Dat lukte ons niet zo goed, waarop iemand in zijn bootje stapte en ons het touwtje aanbood. Heel aardig! Terwijl wij daar lekker lagen moest een boot die tegelijk met ons aangekomen was weer uitvaren, het was hem niet gelukt te ankeren. Achteraf erg sneu, want de volgende boten die binnenkwamen werden door de restauranteigenaar geholpen met een touw naar de wal. ‘s Avonds in het restaurant bleek dat we niet meer anoniem waren: we waren al gesignaleerd in Korcula.. Bij het binnenvaren daar was Bello in zijn zwemvestje opgevallen. Het was al net als met Bijke op Terschelling, toen we haar in een fietskarretje rondreden. Men wist toen ook precies waar we de dag ervoor waren geweest! Hoewel er die nacht nog veel sterren waren, was het ‘s ochtends bewolkt. Bij het uitvaren regende het zelfs, maar we gingen gelukkig de blauwe lucht tegemoet en na een tijdje scheen de zon weer. Achter ons hing nog een hele dreigende donkere lucht, pech voor de mensen die waren blijven wachten! We zeilden aan de wind, alles leek een makje, maar helaas viel de wind na een tijdje helemaal weg. We waren toen onder de kust van Hvar , vlak bij de Pakleni eilanden. Het was nog te vroeg om te stoppen, dus we hebben door gemotord naar Solta. Achteraf vraag ik me af waarom. De Pakleni eilanden zijn prachtig, maar ik denk dat we nu zo gewend zijn aan afstanden afleggen, dat we niet meer te stoppen zijn. In Maslenica op Solta hebben we weer heerlijk aan de kade gelegen, het blijft een leuk stadje met een ongelooflijk vriendelijke havenmeester. Hij hielp ons de volgende dag ook weer met afvaren, iets wat je nooit meemaakt. We konden meteen de zeilen voor de wind hijsen en zetten koers naar het noordwesten. Bij vlagen viel de wind weg en werd het motoren. Aan het eind van de dag duurde het te lang en hebben we de zeilen maar binnengehaald en nog een uur gemotord. Zelfs met de bimini op en een vaart van 6 knopen, was het nog warm.
We wilden ankeren bij Ostrica op Kaprije, maar na een groot aantal pogingen moesten we bekennen dat het ons niet lukte. Des te frustrerender omdat er wel boten voor anker lagen. Misschien nog onthutsender was dat deze om de beurt het anker hesen en wegvoeren. Misschien was het helemaal geen goede ankergrond en gingen ze daarom weg. Toen we helemaal alleen waren hebben we het nog een paar keer geprobeerd en het toen opgegeven. De vraag was: wat doen we? Naar de haven van Kaprije was zeker nog een half uur varen en het was al zeven uur en ik was doodmoe. Als laatste poging zijn we toen nog naar een klein steigertje gevaren. Toen we daar een half uur eerder, tijdens onze ankerpogingen, langskwamen, was het vol (2 schepen!), maar nu was er op de meest ondiepe plaats nog ruimte over. Het kon me eigenlijk niet zo veel meer schelen of het wel of niet kon qua diepte. Ik wilde het proberen, want als het lukte lagen we daar prachtig en snel. Het lukte. Niet gemakkelijk, want het bleek dat er een betonnen trapje naar beneden liep, waarop de boot bij eb kon vastraken, maar we hebben onze rubberboot tussen wal en schip gehangen en daarna genoten van een prachtige avond, met een schitterende gouden volle maan. ![]() De volgende ochtend bij het wakker worden bleek dat de enige andere boot vertrokken was, dus we hebben het schip snel naar die veiliger plek getrokken. Het was nu ook gemakkelijker om Bello aan land te krijgen. Omdat dit zo’n mooi plekje was en omdat we tijd te over hadden (Zadar is in ons nieuwe tempo nog maar een dag varen) besloten we hier te blijven. Het uitzicht is hier schitterend, over tal van eilanden in de verte en we waren de enigen hier. Het dorpje Kaprije, naar het gelijknamige eiland, bleek vlakbij te zijn, 10 minuten een steile klim en afdaling en dan waren we aan de andere kant van het eiland. Daar hadden we in de afgelopen jaren wel eens een paar keer aangelegd om boodschappen te doen, maar nu bekeken we het heel anders, nadat we ons verse broodje en andere benodigdheden in ons rugzakje hadden en lekker op een terrasje zaten. Bij terugkomst bij de boot bleek al snel waarom de andere boot was afgevaren: onze boot hing helemaal scheef over de steiger in de aanlandige wind die was opgestoken. Wegvaren bij deze wind was veel te gevaarlijk, vanwege de ondiepten vlak achter de steiger, dus maar blijven en de windstilte afwachten die voor die nacht was aangekondigd. Uiteindelijk zijn we hier tot maandagochtend gebleven. Het was er zo mooi, zo stil. Het uitzicht was zo indrukwekkend, de eilanden in de verte, die ruggelings rij na rij aan de horizon lagen, overdag scherp afgetekend, ‘s avonds nog maar vage contouren, met daartussen de turkooizen zee, soms donkerblauw, tegen de avond roze en lila en ‘s nachts zilver in het licht van de volle maan. Het enige wat we zagen waren de vissers die twee keer per dag uitvoeren, ’s ochtends om hun netten op te halen, te legen en te verstellen, de vis te sorteren en evt. schoon te maken en aan het einde van de dag om hun netten weer opnieuw uit zetten. En de badgasten, die ergens op het eiland in een pension of appartement zaten. ![]() Zelfs dat was leuk, omdat het voor ons een plaatje uit de vijftiger jaren was. De mensen hadden behalve een handdoek en soms een bal voor de kinderen niets bij zich! Geen stretchers of matjes, geen luchtbedden voor op zee, geen walkmans, geen drinken of chips, geen boekjes of bladen, helemaal niets. Ze zaten of lagen op hun handdoekje op het beton van onze steiger, keuvelden wat, hielden hun gezicht naar de zon of gingen zwemmen. De kinderen vermaakten zich uitstekend de hele dag met een bal en een keer zagen we wat jongens vliegeren. Niet met die prachtige kites die we bij ons in de winkels hebben, maar met een zelfgemaakte vlieger. Jammer genoeg waaide het hard en vloog binnen de kortste keren het vliegerpapier eraf, maar ze kwamen terug, kompleet met opgelapte vlieger. En een lol dat ze hadden als het ding langer dan 20 seconden in de lucht bleef! We moesten op onze tong bijten om niet met didactische opmerkingen over meer gras aan de staart te komen! Ook de oma die met de kleinkinderen in een roeiboot ging vissen maakte op ons indruk. Zij zat op het voordek de netten uit te zetten, kleinzoon van vijf mocht roeien en de baby zat gewoon in het wandelwagentje tussen de kratten. Maar aan alles komt een einde en toen we zondagavond door de marifoon hoorden dat er een harde zuidenwind werd verwacht waarbij we weer aan lager wal zouden komen te liggen, besloten we dan toch maar eens af te varen. Maar we zullen hier zeker vaak terugkomen om te kijken of het steigertje nog voor ons vrij is! De terugtocht naar Zadar verliep, hoewel het best een lang stuk was (32 NM), vanwege de zuidenwind heel snel. We spoten erover en waren tegen vier uur weer in de haven. Heel gek, maar ineens was onze “wereldreis” voorbij. ![]()
We kijken er wel vol plezier op terug en kunnen
eigenlijk niet wachten om de tocht nog eens te maken, maar dan in ons eigen
tempo. Eigenlijk hebben we nog altijd het gevoel dat we pas aan het begin staan
en dat er nog zoveel te beleven valt. Maar de reeds geplande terugreis naar
Nederland moet plotseling met grote spoed worden ondernomen omdat Bello een
wondje op zijn rug vlak boven zijn schouderbladen heeft, dat hij elke dag groter
bijt. We willen naar onze eigen dierenarts, maar de arme hond heeft het
onderweg erg moeilijk en piept het soms uit. Dus haast is geboden!
Bij de ophanging van de zonnecollector hebben we voor het eerst Gerhard “in de broek” een paar meter in de mast gehesen. Het was voor ons een experiment, want ik was erg bang dat het neerlaten erg moeilijk zou zijn en dat de val waar hij aan hing me door de vingers zou glijden. Maar dat bleek geen probleem. Ik had voor de zekerheid de val over twee lieren gezet en er bewoog zelfs niets als ik de val vierde, dus een lier te veel. Met de overgebleven lier ging het neerlaten heel soepel, goed om te weten! Na het bezoek van Thomas op zaterdag bleek dat hij wel alles vervangen had, maar dat de koelkast toch bleef vriezen. Helaas, dan zelf maar zo nu en dan uitschakelen. Bij het uitvaren op zondag bleek bij het controleren van de motor en toebehoren door Gerhard dat een van de accu’s niet meer goed was. Op zondag konden we niet geholpen worden, dus gewacht tot maandag. Toen was het zo gepiept en konden we eindelijk uitvaren.
Op 20 augustus zeilden we via de noordroute naar Luka op Dugi Otok, waar we weer bij ons oude restaurantje wilden eten. We konden nog maar net aanleggen, tussen een grote kruiser die weigerde ook maar een meter op te schuiven en een 18 voets-jolletje. Op de laatste bleken bij nader inzien 3 volwassenen en 2 kinderen hun vakantie te vieren. Doe ze dat maar na! Het restaurant bleek overvol, de ingehuurde kok ziek en de baas volledig overspannen. Hij voelde zich verplicht om iedereen een plaats te bieden, omdat er geen ander restaurant was, maar het is maar de vraag of dat altijd in het belang van de klant is. De volgende dag zijn we nog even naar hem toe gegaan, om een fles Grappa te kopen, waarvan we sinds die tijd al menig uurtje bij maanlicht op het dek hebben genoten. Dinsdags zeilden we naar de baai U.Soline bij Zaalav, op Pasman. Daar aan een ankertonnetje met heerlijk uitzicht op een prachtige groep eilanden (Sit, Zut en Lavdara) gelegen. Toen we de volgende dag besloten gewoon te blijven liggen vond ik natuurlijk dat we dan wel het voorste van de twee ankertonnetjes moesten hebben, vanwege het ongehinderde uitzicht. De operatie was ingewikkelder dan gedacht, het touw dat ik met het bootje uitbracht naar de volgende boei, draaide telkens om zichzelf heen en kon niet doorgetrokken worden. Na een uur prutsen lagen we eindelijk op de gewenste plaats. Maar het was dan ook heerlijk! We zijn er gebleven tot donderdag, toen vonden we dat we maar eens moesten kijken of Anton, onze Hollandse zeilvriend, op zijn geliefde plaats in de Telastica baai lag. Niets te vinden, het baaitje waar hij normaliter lag was erg vol, dus we zijn naar een andere inham van dezelfde baai gegaan, waar ook ankertonnetjes lagen. Gelukkig was er een vrij vlak bij een leuk strandje. Tot onze verbazing zagen we de volgende dag een gigantische tanker langs stomen. De verbazing sloeg om in verbijstering toen hij bijstuurde en recht op ons af kwam varen, een zeiler luid toeterend aan de kant jagend. Hij gooide zijn anker vlak bij ons uit en bracht een touw uit naar de wal, waardoor zijn achterschip als een hoog oprijzende flat op twee meter afstand voor ons dek omhoog torende. Hij bleek water te willen inslaan uit een put van de brandweer. Gerhard heeft al die tijd met een pikhaak op de voorpunt op wacht gestaan: een kaboutertje bij een olifant! Bij het wegvaren riepen ze dat alles toch “Dobre, dobre” gegaan was en wij konden weer opgelucht adem halen. Na die dag vonden we dat we nu toch wel eens richting zuiden moesten gaan. Er was een roeibootje langs gekomen die fruit, groente en water verkocht, dus niets stond ons meer in de weg. Nog een rondje door de baai van Goran, Antons geliefde restauranthouder en daar bleek, precies op Antons plaats een schip te liggen met een grote wapperende Hollandse vlag. Anton was er! Maar bij een rondje om zijn boot bleek het zijn buurman uit de ![]() haven van Sukosan te zijn: “de Schuymer”. Niemand aan boord, dus missie mislukt. Het was echter wel opvallend dat alle Nederlanders, wij ook, zulke grote nationale vlaggen voeren. We zijn toch blijkbaar trots op ons landje! Op naar het zuiden: ons baaitje in Zminjak bij Murter bleek daar erg geschikt voor. Konden we eindelijk ook eens ankeren, het leek wel of we er voor weg liepen. Dat ging in een keer goed, volgens Gerhard door het gebruik van ons nu gelukkig goed gerepareerde ankerboeitje. Het huis wat we daar vorig jaar hadden zien bouwen bleek een restaurant met eigen steiger geworden te zijn en werd druk bezocht. De volgende dag, zondag de 26-ste, bleek dat Bello een wondje op zijn staart had, waar hij hevig in beet. Ik had al eerder gemerkt dat hij in zijn staart beet, maar gedacht dat dat vanwege de knopen in zijn haar was en had daarom zijn staart eens extra goed geborsteld. Toen was er nog niets te zien. Omdat we bang waren dat het wondje net als de vorige keer telkens groter zou worden hebben we alle maatregelen tegen het bijten geprobeerd. Op den duur zag Bello er als een maanmannetje uit: muilkorf om, hoofdkap op, zwemvest aan, verbandje om de staart. Maar het mocht niet baten, hij bleef bijten. Dus hebben we besloten terug te gaan naar Zadar. Verlichtende omstandigheid was dat Gerhard dan ook nieuwe bougies in zijn buitenboordmotortje kon krijgen. Want de oude hadden al voor de nodige hilariteit gezorgd: voor het oog van het hele restaurant viel het motortje uit toen Gerhard met Bello in het bijbootje aan wal wilde gaan. Het werd weer aangetrokken, maar de handel bleek nog op vol gas in zijn vooruit te staan. Dus in volle vaart op de steiger af, erbovenop en het eindigde met een salto van Bello en luid gelach van de gasten. Gerhard was goed nijdig!
Op zondag was er gelukkig plaats genoeg in de haven in Zadar, het einde van het seizoen liet zich merken. Maandags was het probleem met de buitenboordmotor zo gepiept, ingewikkelder was Bello: in de dierenwinkel was geen (grote) hoofdkap te krijgen maar men heeft de dierenarts gebeld. Die kwam persoonlijk naar de haven en in de overdekte garage werd Bello onderzocht. Zeer grondig, van binnen en van buiten. Hij werd met spuiten (antibiotica etc.) overladen en kwam er weer uit met een tot worstje geschoren stukje staart. Wij kregen twee pagina’s met recepten en gebruiksaanwijzingen. De volgende ochtend ben ik voor een kapitaal medicijnen gaan kopen en heeft Gerhard bij de loodgieter nog wat benodigdheden voor de loopplank gehaald. Verder hebben we de nodige levensvoorraad ingeslagen om weer op weg te gaan. Ik wilde graag meteen naar het zuiden, terug naar waar we waren gestopt, maar Gerhard wilde graag naar Brbinje op Dugi Otok. Omdat dat dichterbij en al een stuk van de dag verstreken was, hebben we dat gedaan. Daar 's avonds in ons “huiskamer” restaurant gegeten, wat geen succes was, omdat het echtpaar blijkbaar juist toen wij aankwamen slecht nieuws te horen kreeg. Er werd niet meer bediend, geen bestellingen opgenomen, er kon niet betaald worden. Uiteindelijk kregen we toch nog iets te eten, maar iedereen droop zo snel het kon af. Sneu, volgende keer beter en we hopen dat het allemaal niet te erg is. Wij zijn, na nog wat broodjes te hebben ingeslagen, de volgende dag weer naar U Soline , bij Zaalav op Pasman gezeild. Het achterste van de twee ankertonnetjes was nog vrij, dus snel aangelegd. De volgende dag stond er een stevige bries en Gerhard wilde graag het binnenwerk van het voorste toilet vervangen, dus zijn we daar gebleven. Natuurlijk moest er toen het voorste boeitje vrijkwam wel weer van boeitje gewisseld worden, ik ben een echte uitzichtfreak! Gerhard heeft de hele dag op zijn kop in het toiletje gelegen, maar eindelijk was het klaar. ‘s Nachts begon het wat te regen en in de loop van de volgende morgen kwam er een donderbui over. ‘s Middags zijn we eindelijk met weinig wind maar prima weer naar ons afbreekpunt op Zminjak bij Murter gevaren. Daar aangekomen lagen er al twee boten en de derde was net aan het ankeren. Maar plaats genoeg. In het westen hing wel een donkere lucht, dus Gerhard ging Bello maar vast uitlaten, hoefde dat niet meer ‘s avonds bij slecht weer. De lucht werd steeds donkerder en de meeste boten vertrokken. Tijdens het avond eten zaten we naast elkaar te kijken naar de gitzwarte lucht in het westen waar het tijdens het weerlichten rood oplichtte. Waarschijnlijk ging op dat moment de zon onder. En toen, zonder aankondiging, stak de wind op en zaten we binnen een minuut in een vreselijke storm. Gerhard kon me nog de halfvolle etensborden aangeven om binnen te zetten en moest toen meteen de motor starten. De storm was toen al zo hevig (volgens onze reconstructie was dat binnen de 30 a 45 seconden vanaf het eerste vlaagje wind) dat de boot alle kanten op geslingerd werd, de golven hoog tegen ons opbeukten en de wind op voor ons gevoel orkaankracht de boot heen en weer smeet. De laatste boot voer weg, we hebben ons afgevraagd hoe die het heeft gered, want hij ging richting haven Murter, vlak bij, maar door veel ondieptes en valse ingangen omgeven. Ik heb toen snel de ventielen dicht gedraaid (de ramen waren al dicht) en een zeiljack, joggingbroek en een zwemvest aangedaan, voor het buiten van Gerhard over te nemen, zodat die iets veiligs aan kon trekken.
Het bijbootje was parallel aan de achterzijde van de boot vastgemaakt. Het motortje zat er nog op, want dit hadden we niet verwacht, maar een van de twee touwen raakte los. Gelukkig lukte het me op handen en voeten kruipend deze weer vast te maken. Het bootje stond soms op zijn kant verticaal in het water, zo gingen de golven te keer. De ankerketting liep spontaan helemaal af, maar misschien was dat ons behoud, want het anker bleef houden. Het geweld was onvoorstelbaar. Na een tijdje nam de storm af en we lagen er nog, precies op dezelfde plek. De volgende dag vroegen een paar vissers Gerhard of we nog schade opgelopen hadden, dus het was ook voor hier wel heftig geweest.
Omdat dit het punt was waar we onze tocht hadden
onderbroken, namen we ons voor om nu toch echt naar het zuiden te varen. Niet te
ver, naar Vodice waar een haven is, omdat voor de komende nacht weer zware
onweersbuien waren voorspeld. We moesten ’s ochtends echter het onweer en de
regen afwachten dus het was maar de vraag of het zou lukken . . . . . . Schip moet varen………scheepje ligt aan wal!Toen het weer opklaarde besloten we uit te varen. Bij het starten van de motor zei ik tegen Gerhard dat we niet te optimistisch moesten zijn, er kon nog van alles mislopen, het anker kon vastzitten of wat dan ook. En toen begon de motor te piepen en bleef piepen. Volgens het lichtje laadde de dynamo niet op. We realiseerden ons dat dat ’s nachts tijdens de storm ook al zo was geweest, maar hadden daar toen niet verder op gelet. Gerhard heeft de motor bekeken en er bleek ook nog iets te lekken. Dat heeft hij eerst geprobeerd te verhelpen maar dat lukte niet volledig. Toen we ter controle de motor weer starten, piepte hij weer. Dus toen maar naar de haven van Murter gebeld of ze konden helpen. We waren welkom, maar het was vrijdag en dan was het ook druk met charterschepen.
Daar aangekomen is er meteen naar de dynamo gekeken. Hij werd uit elkaar gehaald en er bleken twee onderdelen kapot te zijn. Die konden pas maandags besteld worden en het was de vraag of ze op voorraad waren. Dus daar lagen we, nog altijd op een paar honderd meter vanaf het punt vanwaar we voor Bello’s staart waren teruggegaan. Het leek of we niet verder konden komen! Gerhard en ik hebben nog maar wat geprutst, om de tijd toch maar zinvol te besteden. Gerhard heeft de extra, met veel moeite, geplaatste watertank er weer uitgesloopt omdat hij toch weer leeggelopen was. De dop was losgedraaid, maar omdat die onder het watervat zelf zit, kunnen we daar haast niet bij. Dat betekende dat we i.p.v. meer water minder tot onze beschikking hadden, maar dat er wel zo’n 200 liter onder de vloer stond. Dit ontdekten we vrijdagavond tijdens de storm, toen gingen we zo scheef dat de vloer onder water liep. Onderwijl heb ik me nuttig gemaakt met het eindelijk voltooien van de loopplank. Die is nu dus eindelijk klaar en wondermooi, ik heb het houtwerk zelfs nog mooi in de olie gezet. Maandagochtend zaten we aan het ontbijt toen we nieuwe buren kregen. Het was een mooie tweemaster, waarop iemand op het voordek stond om de landvasten te ontwarren. Die zaten stevig in de knoop en onderwijl kwam het schip in volle vaart dichterbij. We zochten naar de schipper, maar die was er niet, de man op het voordek was het enige bemanningslid. Eerst vonden we dat knap, totdat hij in dezelfde vaart wel erg dichtbij ons kwam. Voordat we konden denken: “Die raakt ons!”, werd ons schip al, onder hevig gekraak, opzij gerukt. Waarschijnlijk pakte hij ons anker of onze mooringlijnen, maar de loopplank kon niet mee opzij schuiven, omdat die net naast een bolder lag. Die werd dus volledig gekraakt. Hij lag op het schip vast in het looppad naar het zwemplateau en kon geen kant op. Ook het schip bleek wat beschadigd, het polyester is hier en daar kapot. De onfortuinlijke schipper bleek de eigenaar van het servicebedrijf te zijn, dat ook de reparatie aan onze dynamo verzorgt, met de boot van een afwezige klant. Hij bood zijn excuses aan, hij wilde te snel. Toen ik uiteindelijk zei dat ik daar begrip voor had en dat mij dat ook wel overkwam, keek hij mij niet begrijpend aan. Gerustgesteld te worden door en vergeleken te worden met een vrouw is hier natuurlijk absurd.
Hij zou alle schade herstellen en nam meteen de loopplank mee. Dus daar zaten we, nog volledig geschokt, maar we konden met onze frustratie geen kant op. Bovendien zonder loopplank. We hadden gelukkig de oude nog. Die hadden we nog in reserve als steigerplank voor het bevestigen van het zonnepaneel, mocht dat nog lostrillen. (Die oude plank waren we in Zadar al bijna kwijt. Toen hij op de wal lag te wachten op zijn nieuwe functie, kwam de havenmeester langs, schopte er eens tegenaan en vroeg of hij kapot was. Dit ontkenden we en vertelden dat we nu een nieuwe hadden. Een kwartier later was de plank weg. Na veel zoeken ontdekte Gerhard hem in het magazijn van de haven.) Het kostte ons wel moeite om van ons verblijf hier te genieten. De wind werd weer sterker en het bleek een probleem om Bello met die golven over de oude loopplank te tillen. En bovendien waren we zo blij met die nieuwe plank! Dus genieten was moeilijk. We hebben hier twee dagen tegenover een Nederlands stel gelegen, dat een acht meter lang trailerbaar bootje had van het merk Mc. Gregor. Ze hadden deze boot drie jaar geleden gekocht en er eerst een jaar mee op de Randmeren, toen in Denemarken gevaren en nu was, na een door hen thuis georganiseerde trailer-sailor avond, besloten in Kroatië te zeilen. Ze waren erg voorzichtig en toen we zagen wegvaren konden we begrijpen waarom. Het scheepje was heel smal, vast niet meer dan twee meter breed en heel hoog opgebouwd. Doodeng. Geef ons dan maar onze oude vertrouwde Cool-Jazz, de boot die we in Nederland hadden. Duizend keer veiliger. Onvoorstelbaar wat mensen uitproberen met het gevoel van: het is er voor verkocht dus het moet kunnen!
Dinsdagochtend was de loopplank weer gemaakt. Echt vakmanschap. Er zitten nog wel wat deuken in het aluminium en het hout is hier en daar beschadigd, maar dat valt niet op. Bovendien kregen we het ritme van het landleven weer te pakken. ‘s Ochtends het stadje in, verse groenten en fruit kopen, kopje koffie op terrasje, stukje wandelen, etc. Dus het leven werd beter. Bij terugkomst uit het stadje zagen we onze boot uit de verte en het viel ons op dat een stootwil veel hoger hing dan de rest. Slordig. Bij aankomst wilden we deze meteen verhangen en toen bleek dat hij voor een stevige beschadiging in de aluminium stootrand hing. Het lijkt erop dat iemand tegen de boot aangevaren is en het heeft willen camoufleren. Maar niemand heeft wat gezien, want op deze steiger lagen maar een paar boten die in reparatie zijn, zonder bewoners. Op de een of andere manier deed het ons niet veel meer. We moeten in de herfst maar eens zien hoe en of dit gerepareerd kan worden. Er is hier even een schip met een touw in de schroef binnen geweest, met de naam die ik op het lijstje heb voor een evt. volgende boot: “De Seute Deerne”. Prachtig! Het is Oost-Fries en er heeft een schip met die naam in Delfzijl gelegen (gelezen in en boekje met Groningse verhalen). Een andere naam die ik nog altijd koester en die in Kroatië heel toepasselijk is: “TEUTA” Dat was de gevreesde koningin van een zeeroversvolk van deze kusten, waarvoor de Romeinen liever een straatje om gingen, omdat ze er niet van konden winnen! Amcke bedacht nog een naam, passend in onze traditie van muzieknamen: “Waltzing Mathilde”. Aan het eind van de dag was de dynamo klaar, wat dat betreft konden we vertrekken. Maar we hebben hier toch ook woensdag en donderdag nog gelegen. Er stond nog een harde winden daarom hebben we heerlijk gewandeld. De eerste dag om de punt van het eiland heen, naar telkens andere strandjes. Donderdag de berg op, naar een kerkje wat daarbovenop staat en dat je al van ver op zee kon zien. De uitzichten waren geweldig! Als een schilderij zag je de ene rij eilanden achter de andere verdwijnen, met prachtige luchten erboven. Natuurlijk hadden we ons fototoestel bij ons, maar er bleek geen filmpje in te zitten!
We hadden woensdags Duitse buren op een oud houten Kroatisch schip, een soort salonboot, met gedraaide pilaartjes onder de reling etc. Het had ook zeilen, maar die werden nauwelijks gebruikt. We maakten kennis met het echtpaar die het had gehuurd en die heeft ons het interieur laten zien, scheepstimmermans werk uit 1962. Prachtig nostalgisch, met een wasbekken van porselein beschilderd met bloemen etc., maar zwaar onpraktisch. Ze leefden erop met 4 kinderen en dat was heel knap want binnen was eigenlijk alleen maar bed. Toen ze de dag erna bij het binnenvaren ontdekten dat wij er nog lagen ging er luid gejuich op. Het werd dan ook tot laat in de nacht (voor ons doen) gevierd met en soort likeurwijn en we hebben druk adressen uitgewisseld. De volgende dag zijn ze druk zwaaiend, zelfs tot op het dak van het schip, weer uitgevaren. Wij wilden die vrijdag ook uitvaren voor een lekkere lange tocht om alles weer in te halen, maar het bleek dat de dynamo wel laadde, maar de instrumenten op de stuurkolom niet allemaal werkten. Dit hebben we gemeld en toen op de mecanicien gewacht. Tegen 12 uur was alles o.k. en konden we uitvaren. Daarna nog een half uur voor de dieseltank rondjes draaien om te tanken (alle aankomende charterschepen werden binnenverwacht met een volle tank) en we waren eindelijk weer op weg, met een mooi windje mee.
11 september 2001 Het werd toch wel tijd om er eens de sokken in te zetten. Maar omdat we laat vertrokken waren zijn we helaas niet ver gekomen, tot een baai achter het eilandje Borovnijak bij Kakan. Daar waren ankerboeitjes en we verwachten uit de wind te liggen, wat wel tegenviel. Veel golven, veel wind, maar verder geen probleem. Zaterdag verder, met tegenwind. Maar omdat we nu wel eens “een streep op de kaart wilden zetten” hebben we gemotord. Prachtige tocht. Het gebied net ten zuiden van de Kornaten, vanaf Murter, is echt schitterend. Voor de overnachting eerst de haven van Drvenik Veli bekeken, omdat we wel eens iets nieuws wilden. Die was in aanbouw en met 5 schepen vol, omdat een aantal schepen langszij lagen. Dus door naar Maslinica op Solta. Altijd heerlijk om daar weer te zijn en altijd als je de haven binnen vaart is het of je de zomer binnenkomt. Dat was vroeger ook zo in de mooie oude haventjes van Langweer en Heeg.
Zondags dan ook vol goede moed uitgevaren, we wisten dat er een Yugo stond, maar het was in de haven zulk heerlijk weer... Daarbuiten was het echt stormachtig en aan de wind zeilen geen doen, vanwege de plotselinge rukwinden. Dus ons doel, de Pacleni eilanden, werd bijgesteld en we zijn naar Milna gevaren om daar de voorspelde Bora met buien af te wachten. We konden daar heerlijk langszij aan de boulevard met palmen aanleggen en kijken naar al het geflaneer en de volle terrassen. Het was nog schitterend weer, dus volop genieten. ‘s Avonds begon de regen. Toch is het nu minder erg om aan wal te liggen, we zijn uit de Kornaten en hebben het gevoel onderweg te zijn. We zijn een aantal dagen in Milna gebleven. Er stond een harde wind, maar in de haven was niets te merken, de zon scheen, en het was zomer. Dinsdag, 11 september, zaten we aan het eind van de middag in de zon met gekoelde koude wijn en olijfjes toen we het nieuws op de Wereldomroep aanzetten en hoorden over de ramp in New York. Eerst denk je dat je in een science fiction reportage bent terechtgekomen, het was te erg om te geloven. Toen naar een schip twee verder gerend, waarop Nederlandse charteraars zaten. Die zeiden koeltjes dat ze het al wisten en dat er bij de receptie een t.v. stond met CNN er op. Daar zijn we toen heengegaan. Onbeschrijfelijk. We zijn nog naar een paar Nederlanders gelopen, die in de haven een vaste ligplaats hebben, omdat we er zo graag over wilden praten. Maar dat hielp niet veel, je ziet dan pas hoeveel iedereen verschilt. We waren volkomen van slag. Woensdags was Gerhard ziek, overgeven, koorts (hij had het dinsdag al telkens zo koud, nu begreep ik het), dus nog maar een dagje daar gebleven. In mijn eentje kon ik me daar uitstekend vermaken, makkelijker dan in een baaitje. Ik kon van het schip, met Bello wandelen, boodschappen doen, etc. En natuurlijk heel veel radio geluisterd. De Wereldomroep had zijn uitzendingen en het aantal zenders uitgebreid, dus we bleven volledig van alles op de hoogte. Het enige wat we echt misten waren de achtergrondcommentaren en de discussies hierover met vrienden.
Op donderdag zaten we nog te wikken en wegen of we nog langer zouden blijven, ik voelde me ziek worden. Maar blijven was ook een gok, omdat er weer storm op komst was en we dan meteen weer een aantal dagen moesten blijven liggen. De havenmeester gaf de doorslag. Die zei dat we het schip voor half drie ‘s middags moesten verleggen, omdat dan de veerpont kwam. We vonden dat we, als we dan toch de trossen losgooiden, net zo goed door konden varen. Er stond nog een stevige wind en het schip lag prachtig en stabiel op een oor. Bello was beneden, die vond het minder leuk, dus Gerhard heeft hem opgehaald en boven neergelegd. Toen vond hij het prima. Omdat we toch wel erg scheef gingen hebben we gereefd en tot onze verbazing (en precies volgens de boekjes) verloren we eigenlijk nauwelijks snelheid toen het schip rechtop kwam te liggen. We konden de Pacleni Islands, met als belangrijkste Palmizane, goed bezeilen en waren er in een zucht. Dit eiland heeft de vorm van en weekdiertje dat overal willekeurige uitstulpingen maakt, dat geeft prachtige baaien. Bovendien is het een heel groen eiland, de dennen en cactussen groeien bijna tot in het water. Het is er relatief erg warm en droog, doordat het eiland Brac het tegen de koude wind van de kust beschermt. Sommige cactussen bloeiden nu zelfs nog. In juni waren we hier ook met Amcke en Pieter geweest, toen bloeide alles heel uitbundig. We lagen toen in een baaitje, maar Amcke en Pieter hadden de haven bekeken en ons gezegd dat het een plaatje was. Nu, dat klopte. Hij was ingebouwd in een baai met behoud van de natuur, dus geen betonnen steigers, geen walbeschoeiing, maar drijvende houten steigers en de oevers volkomen intact en tot het water begroeid met dennen. De gebouwen (receptie, toiletten, restaurant), waren ook allemaal weggewerkt tussen de bomen, dus je had het gevoel dat je met een paar anderen in een heel mooi baaitje lag. De krekels zongen nog en het was uit de wind heerlijk warm (ongeveer 25 graden). Hier zijn we tot zaterdag gebleven. Ik ben wel ziek geworden, maar niet zo erg als Gerhard en ik heb heerlijk in het zonnetje liggen lezen en slapen.
Zondag hebben we in een ruk naar Korcula
gemotord, want er was voor ‘s nachts weer een voorspelling voor harde wind. Bij
aankomst snel het stadje in, rondslenteren en op een terrasje genieten van een
sorbet. We besloten er een dag te blijven omdat het zo’n mooi stadje is. Een
soort “schierbergje” een stadje op een bergje, dat met een puntje aan het land
vastzit. Bovenop staat het kerkje en de trapstraatjes lopen naar alle kanten
naar de zee af. Er omheen zijn nog de oude muren en wachttorens. Heel mooi.
Helaas begon het de volgende dag na het ontbijt te regenen en het hield niet
meer op voor het nacht was. Toen was alles helder en beloofde een stralende
nieuwe dag, maar na het ontbijt begon het alweer te regenen. Dit was voor ons de
eerste keer dat we twee dagen achter elkaar regen hadden (en de vierde dag in
totaal deze hele zomer met regen, maar dat durven we aan niemand in Nederland te
vertellen). Zo hadden we tijd om Prinsjesdag uitgebreid via de radio te volgen. Uitgezet Toen Roel in zijn laatste e-mail schreef dat we nu toch eindelijk het avontuur tegemoet gingen, haalde ik mijn wenkbrauwen op, want al wilde ik dat ook erg graag, zo voelde het niet.
Maar hij kreeg gelijk. Dinsdagmiddag werd er in
de stromende regen door iemand van de haven op ons schip geklopt: we moesten ons
bij de receptie melden. De politie was daar en er was iets met onze papieren
niet in orde. Een jong agentje vertelde ons aldaar dat we volgens de papieren
vanaf 23 april in Kroatië zijn en dat is langer dan de toegestane drie maanden.
We hadden nog altijd onze eerste crewlist in gebruik die op 23 april stond
afgestempeld. Als er bezoek was geweest, moesten we eigenlijk een nieuwe halen.
Maar we gebruikten gewoon weer onze oude, omdat er toch niets aan onze gegevens
veranderd was. We hebben geprobeerd met rekeningen die we tijdens ons verblijf
in juli / augustus in Nederland betaald hebben, o.a. van de koop van ons
bijbootje, en middels officiële stempels op de papieren van Bello, aan te tonen
dat we heus wel naar Nederland waren geweest. Dat was niet officieel genoeg.
Woensdagmorgen, 9 uur, moesten we op het politiebureau verschijnen en onze
paspoorten werden ingenomen. ‘s Avonds hebben nog wat extra bewijsmateriaal bij
elkaar gezocht en de volgende ochtends zijn we als twee goedwillende,
onschuldige oude mensjes naar de politie gegaan. We vonden het toch wel eng om door te blijven varen met een verouderde crewlist en zijn dus meteen doorgelopen naar het havenkantoor. De havenmeester zag de oude crewlist en vroeg waarom wij een nieuwe wilden, er was immers niets veranderd. Op onze verklaring dat de datum te oud was herkende hij het probleem, dat kwam vaker voor. Hij vond het maar papieren formaliteiten, maar je moest zorgen voor je stempels! Maar hij kon omdat er niets veranderd was geen nieuwe crewlist uitschrijven. Maar hij belde de politie wel even. We probeerden dit te verhinderen, maar hij stelde ons gerust. Want als hij de politie belde was dat heel wat anders. Even later kwam hij terug: we moesten onmiddellijk het land verlaten! Geen probleem volgens hem: even het schip voorbrengen, dan kregen we een uitklaarbewijs, en dat was dat. Buiten gekomen leek het ons toch verstandiger maar zelf naar het politiebureau te gaan. Maar nee, daar zei het jonge agentje: “Onmiddellijk het land uit!”. Toen, helemaal verbouwereerd, terug naar de politierechter, die moest de politie maar eens verduidelijken dat dit niet nodig was. Maar die verwees ons door naar de hoofdcommissaris. Terug op het politiebureau bleek ons dat die pas maandag weer aanwezig te zijn. Dus toen maar naar de boot, alles snel vaarklaar gemaakt en de boel laten uitklaren. De havenmeester raadde ons aan, mooi ergens in een baaitje te gaan liggen en pas terug te komen na twee dagen, een aannemelijke tijd om op en neer naar Italië te varen. Het was toen al vier uur en we zijn naar Mjlet gevaren, waar we net tegen donker aankwamen. Bij restaurant Calypso hebben we zitten bijkomen van alle ervaringen. Hadden we eindelijk ons gewenste avontuur!
Op Mjlet hebben we als uitgezette burgers een prachtige tijd gehad. De volgende dag was het schitterend weer en we zijn gaan zeilen. Helaas stond er nauwelijks wind, maar dat vonden we prachtig. Hadden we lang niet meer meegemaakt. Gewoon lekker dobberen, boekje lezen en uitgebreid lunchen. Aan het eind van de middag konden we via de zuidelijke ingang dezelfde baai weer invaren als waaruit we ‘s ochtends vertrokken waren. Deze keer hebben we weer helemaal achter in de baai aangelegd, bij het steigertje waaraan ook de Suzeraine IV uit Jersey bleek te liggen. We hadden deze Bavaria 50 ook al in de haven van Palmizane gezien, ze was ons opgevallen vanwege haar sprayhood. Deze sloot mooi aan op de bimini, iets wat we nog maar een keer eerder hadden gezien, en wat ons erg handig leek. ‘s Avonds ontmoetten we in het restaurant de bemanning, Mike en zijn vriend Trevor, mannen die rijk genoeg zijn om niet meer te hoeven werken en rustig van maart tot november zeilen. Mike’s vrouw kwam een maal per jaar een paar weken met vriendinnen over. We hebben het heel gezellig gehad en Mike vertelde dat hij volgend jaar wilde meedoen aan de EMYR (Eastern Mediteranean Yacht Rally, van Istanbul via de kust naar Egypte) . We waren echt jaloers! Toen bleek dat ze goede vrienden waren van Anton en Marjan, onze Nederlandse zeilvrienden. We hebben ze daarom nog even gebeld! De volgende dag hebben we hun schip bekeken. Bloedmooi. Ik had verwacht dat zo’n schip veel te groot voor twee personen zou zijn, maar nee, het was juist erg gezellig. De sprayhood bleek niet aan te sluiten op de bimini maar schoof er gedeeltelijk onderdoor, wat hun erg goed beviel. Zij zeiden dat een sprayhood altijd een andere bolling heeft dan een bimini en dat aansluiten niet lukt. Bovendien kun je bij regen dan juist nog tussen beide overkappingen doorkijken, de plasticramen worden dan min of meer ondoorzichtig. Opvallend en handig was dat er een extra buis aan de buitenkant zat die je goed kon gebruiken om je aan vast te grijpen. Hiermee werd het ietwat onhandige in- en uitstappen met de sprayhood omhoog opgevangen. Bij het afscheid gaf Trevor ons een briefje met zijn adres erop en vertelde dat hij volgend jaar wel met ons mee wilde varen, wanneer we lange afstanden wilden afleggen en Mike hem niet nodig had. Daarna zijn zij uitgevaren richting Dubrovnik, waar ze de boot voor de winter heen brachten en wij gingen weer terug naar Korcula, kijken of we het land weer in konden komen.
Dat bleek een fluitje van een cent. De douane
vroeg hoe Italie was geweest en Gerhard zei:”Rotweer”. (Klopte ook, dat hadden
we nagegaan). Dat was genoeg voor stempels in ons paspoort en een aantekening op
onze crewlist. Terugtocht
Op zaterdag 22 september vonden we het tijd worden voor de terugtocht. Op naar Scedro, een klein eilandje halverwege de route naar Palmizane, waar een mooi baaitje was met boeitjes en een restaurantje. Dat bleek dicht te zijn, niet tot ons ongenoegen overigens, want de vorige keer voelden we ons een beetje afgezet. De waard bepaalde wat we konden eten. Het bleek voor ons tweeën een spies te zijn, met 4 stukjes vlees, wat uitjes en paprikaatjes. Het vervelende was dat deze ene spies berekend werd als tweepersoons maaltijd, met de bijbehorende (hoge) prijs. Dus met vreugde zelf gekookt. De dag daarna was iedereen die in het baaitje lag al heel vroeg weg, want er was storm en regen voorspeld. Wij mikten op de haven van Palmizane, die vonden we prachtig, of het dorpje Maslenica op Solta, wat gezelliger was als het regende. Tegen 12 uur passeerden we Palmizane en we vonden dat het nog best ging, dus door naar Solta. De wind trok goed aan, alleen op de fok haalden we soms 8,7 knoop! We hadden eerst voor de wind en ontdekten dat we alleen veilig konden gijpen als de fok eerst goed werd gereefd, anders zou hij onmiddellijk stukslaan. Nadat we de kop van het eiland Hvar achter ons hadden gelaten werd het ruime wind, met de golven schuin achter. Die werden telkens hoger en het werd telkens lastiger. Bello sloeg een paar keer van de bank op de grond, maar hij gaf geen kik. Toch hebben we hem maar op de grond gelegd. Het werd zwaar varen, maar terug kon niet, dat zou met deze wind te lang duren. Bij Solta aangekomen, konden we een baaitje indraaien om de fok in te halen en de boot klaar te maken voor de haven, want op die golven buitengaats konden we ons gewoon niet bewegen.
In Solta was het weer zomer. We zijn er een dag gebleven, vanwege de regenvoorspellingen, maar die kwam niet. We ontmoeten er een solozeiler uit Oostenrijk, die ons in mei hier tijdens zwaar weer al had gezien met Amcke en Pieter, en een Duits stel, dat ons in Palmizane al had gezien. Ze hebben even geholpen de boot te verleggen naar een dieper stuk, wat ook wel nodig was, omdat ik de boot losgegooid had terwijl ik nog op de loopplank stond en toen tussen hemel en aarde begon te zweven. We hebben daarna nog heel gezellig en onder veel gepraat wat zitten drinken. Op dinsdag de 25-ste zijn we vertrokken naar Rogoznica. Ik had nog wel langer op Solta willen blijven en een eind wandelen, maar de weervoorspelling was zodanig dat het nu of nooit was. We kwamen terecht in een mooie baai bij een klein stadje, veel terrassen en een grote haven aan de andere kant van de baai die we gelukkig konden mijden. Hier zijn we een dagje gebleven, ik voelde me niet lekker en heb de hele dag onder de wol gelegen (voornamelijk buiten, wat dus niet zo gek was). ‘s Avonds kwam er een vloot van wel 15 tonijnvissers binnen varen die in twee muren aan beide zijden van ons kwamen te liggen. Vonden we wel best want het zou die nacht stormen. Dat konden we dan ook hoog in de lucht horen en aan de golven voelen, maar bij ons was het windstil. De volgende dag met een mooi windje doorgevaren naar de zuidelijk baai van Zirje. Daar waren we een aantal jaren geleden ook met Amcke en Pieter geweest, maar toen kwamen we er laat aan en was er geen goede ankerplaats meer te vinden, dus we hadden geen goede herinneringen. Nu waren we er als eersten en er bleken boeitjes gekomen te zijn. We hebben ’s avonds als enige gasten in het restaurant gegeten, de andere schepen betaalden gewoon liggeld voor het boeitje. We hebben heerlijk gegeten, maar nadat we betaald hadden, een beetje vroeger, om de waardin niet tot last te zijn, deed die het licht alvast uit. Daar zaten we dan met onze laatste wijn in het donker! Dus toen maar opgestapt.
De volgende dag kwamen we weer met een heerlijk windje en schitterende temperatuur aan in Opat, de zuidelijkste punt van de Kornaten. Hier aan de wal aangelegd met een mooringlijn, en heerlijk vis gegeten bij het kleinste van de twee restaurantjes. Er bleek een hond in het restaurant te logeren waarmee Bello eindeloos kon ravotten. Ze renden samen de berg op, daarna er weer af, de zee in om even af te koelen en dan opnieuw naar boven! De eigenaar vertelde dat hij volgend jaar een restaurantje opent aan de stille kant van Kaprije. Gerhard en ik verschillen van mening of dat leuk is. Ik vind het zonde, het was daar zo stil, zo mooi. Maar Gerhard is van mening dat we er, als er boeitjes komen, altijd heen kunnen. Ankeren lukt daar namelijk niet en het steigertje zal niet altijd vrij zijn. Op zaterdag zijn we naar Telastica gevaren, om te ankeren en te kijken of Anton er nog was. Nee, we waren zelfs de enige boot in het baaitje. Wat is het er dan mooi! Goran was er wel, maar het restaurant was gesloten. Hij klaagde dat hij in september vanwege het slechte weer maar zes dagen open was geweest. Iedereen klaagde over het weer in september. We begrijpen waarom, nu we het weer van begin oktober meemaken, zo warm en vriendelijk. Toch vinden we niet dat we het slecht hebben gehad, veel wind, veel havens, dat heeft veel kontakten opgeleverd. De weersverwachting was slecht voor de volgende dag, zondag, dus naar Zadar gevaren. Het was bewolkt en er viel, vlak voor we Zadar inliepen, zelfs een buitje, maar dat was alles. De volgende dag was het zelfs stralend weer en heel warm. Gerhard heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de mannen van de Tankerkommerc te vragen even naar de dieselmeter te kijken, die is stuk en er is een nieuwe besteld.. Ik had eindelijk weer eens tijd om dit verslag bij te werken, want door het mooie weer de laatste dagen was ik hier niet toe gekomen. Dit is het einde van het verslag van onze belevenissen dit jaar, morgen gaan we wel weer varen, maar we blijven dichter bij huis.
Terugkijkend op deze tweede helft van dit jaar vind ik eigenlijk dat het echte zeilen erg kort was. Het was maar goed dat we deze keer geen afspraken hadden met vrienden of familie, want we hadden erg veel oponthoud in het begin. En aan het eind zijn we te vlug teruggegaan. We hadden Nederlandse ideeën over september, als zijnde de laatste maand met mooi zeilweer. Achteraf blijkt oktober nog heerlijk te zijn en hadden we best nog verder naar het zuiden kunnen varen. We hebben hierna gelukkig nog een paar heerlijke weken in de Kornaten gezeild, meegemaakt hoe iedereen de wijnvaten weer waterdicht maakte met zeewater en alle voorbereidingen trof voor een nieuwe goede oogst. Er moest snel geplukt worden, want door de droogte verdorden de rijpe, nog niet geplukte druiven snel, zagen we.
We hebben de eerste nieuwe wijn ook nog kunnen
proberen, maar dat was een beetje te vroeg.
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||